Column Sylvia Witteman

De meisjes keken braaf naar het kunstwerk, de jongens renden eromheen

Uit de ramen van het Stedelijk Museum hing wasgoed naar buiten. Geen vuile was, dat was wel erg slappe symboliek geweest, maar schóne. Wapperende witte lakens, met meer dan levensgrote kussens er bovenop. Het was bedoeld als kunstwerk. Een middelbaar echtpaar op straat keek er nieuwsgierig naar. ‘Leuk’, zei de man welwillend. Maar de vrouw sprak kritisch: ‘Hoe hou je het schóón? Voor je het weet zit het onder de duivenstront...’

Binnen in het museum werd een schoolklas rondgeleid. Blonde, frisse jongetjes en meisjes, waarschijnlijk uit groep 8 van een nabijgelegen Oud-Zuid-kakschooltje, begeleid door een zo mogelijk nóg frissere, jonge museumblondine. Bij een opmerkelijk kunstwerk hield het gezelschap stil. Een enorm, grauw blok, zo groot als een royale stacaravan, dat door de zaal zweefde alsof er geen zwaartekracht bestond. ‘Ik moet jullie vragen om nergens aan te komen en bij elkaar te blijven’, zei de blondine bezwerend. ‘Jongens.... blijf even bij elkaar. Wat zien jullie hier?’

‘Een zwevend betonblok’, zeiden de meisjes in koor. Ze stonden braaf op gepaste afstand naar het kunstwerk te kijken. De jongetjes, intussen, renden om het zwevende blok heen. ‘Het is een truc’, riep er een. Hij stapte over een hekje om het van dichtbij te bekijken. ‘Jongens... nergens aankomen...’, zei de blondine gekweld. ‘Ja, een zwevend betonblok. En wat dénken jullie nou, als je dat zo ziet?’

De meisjes gingen, alweer zo braaf, zachtjes overleggen. ‘Het is geen beton, het is piepschuim’, riep een van de jongens intussen smalend. ‘En er zit gewoon een heel sterke drone in...’ Waarschijnlijk had hij gelijk. ‘Hoe het werkt, daar gaat het niet om’, zei de blondine met een superieur lachje. ‘Het gaat om het gevoel dat je krijgt als je ernaar kijkt.’ De jongen draaide het blok nu met een definitief gebaar de rug toe, haalde iets uit zijn zak, en liet het aan zijn klasgenootjes zien, die ingehouden begonnen te juichen.

Een meisje stak haar vinger op. ‘Het is de overwinning van de technologie op de natuur’, sprak ze parmantig. Waarschijnlijk had ze dat in de NRC van haar ouders gelezen. De andere meisjes knikten goedkeurend. ‘Ja, hè?’, riep de blondine opgetogen. ‘En zullen we dan nu in de volgende zaal kijken wat we daar nog méér van de natuur terugzien?’ Blakend van leergierigheid stapten de meisjes achter haar aan.

De jongens drentelden met tegenzin mee. Zachtjes bespraken ze in welke mate hun financiële draagkracht toereikend was voor de aanschaf van frikandelbroodjes bij de Aldi.

Eén van hen keek nog even geringschattend naar het zwevende blok.

‘Piepschuim’, vonniste hij. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.