Column Arthur van Amerongen

De Marokkanen waren volstrekt onbekend met punk. Overal wekte mijn vogelverschrikkersuitdossing verbijstering en walging op

Tanger is voor mij Coen Pranger. 

Pranger was het Tweede Prijsdier C. in het oeuvre van Gerard Reve. 

Door Coen – een van de suikerooms uit mijn jongheid – ben ik Paul Bowles, Mohammed Mrabet, Michel Tournier en James Purdy gaan lezen.

Uitgever Pranger bezocht Bowles en Mrabet regelmatig in Tanger en kwam altijd met spannende verhalen terug. De documentaire die hij wilde maken over Bowles, is er helaas nooit gekomen.

Op literair blog Hanta vond ik een dagboekfragment van Bowles: ‘While Coen Pranger was busy day after day trying in vain to get his equipment into Morocco, I sat at home writing. I am giving what I wrote during those days to Coen Pranger, so that, even though he was unable to make his film, he won’t return to Amsterdam empty-handed.’

Ik was in 1980 voor het eerst in Tanger en wilde als een beest gaan stappen in die legendarische stad waar de Rolling Stones kind aan huis waren en morfinisten, opiumschuivers, absintzuchtigen en knapenschenders als Truman Capote, William Burroughs, Allen Ginsberg, Tennessee Williams, Gore Vidal, Jean Genet, Francis Bacon en Paul Bowles alles deden wat Allah verboden heeft.

Ik was, zoals met alles, te laat. De legendarische kolonie hippies, beatniks, bohemiens en uitvreters was opgelost als een fata morgana.

Biet Nix Beeld Gabriël Kousbroek

Na een paar jaar opportuun hippiedom had ik mij bekeerd tot de punk. De tot op de draad versleten witte Afghaanjas en mijn roze spiegeltjeshemd pleurde ik woedend in de vuilnisbak. No future! 

De Marokkanen waren volstrekt onbekend met punk. Overal wekte mijn vogelverschrikkersuitdossing – een colbert met afgescheurde mouwen, een ‘Never Mind the Bollocks, Here’s the Sex Pistols’-T-shirt met veiligheidsspelden en een broek met meer gaten en scheuren dan stof – verbijstering en walging op. Mijn gifgroene kapsel vol zeep om het in model te houden ontketende agressie, wat natuurlijk wel punk is. 

In nachtclubs, bordelen, jazztenten en disco’s werd ik geweigerd, met als dieptepunt het toegangsverbod tot een krakkemikkige uitspanning vol knetterstonede Duitse stinkhippies met haar tot aan de reet.

Uiteindelijk heb ik nog een maand als een zombie op een camping bij Tanger gevegeteerd. Ik voelde mij als Quasimodo en de Elephant Man tegelijk en beperkte mijn publieke verschijningen tot bliksembezoekjes aan de dichtstbijzijnde kruidenier voor brood, ingeblikte sardines en mahia, vijgenvuurwater. 

Inmiddels ben ik een keurige oude meneer en ga ik – in de voetsporen van Coen Pranger – kijken of Tanger mij nu wel in haar armen wil sluiten. 

Het leven begint bij zestig. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden