Column Toine Heijmans

De mannen lijken op elkaar en ze zijn overal, met hun gevoel voor decorumverlies

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Vader en zoon Heijmans in 1969.

Herkenbaar hoor, de mannen. Altijd mannen terwijl er ook vrouwen moeten zijn. Die zijn er trouwens wel, maar ze ondersteunen hun mannen. Anders vallen ze om.

Artsen herken ik aan hun haast, agenten aan hun blik, de vrienden van dr. Alzheimer herken ik aan hun voorovergebogen lichaam, alsof de hersenen topzwaar zijn (terwijl ze alleen maar lichter worden). Het sloffen over de grond, de kleine pasjes, uitgestelde bewegingen. Ingepakt in traagheid gaan ze, de linkerarm stevig in die van de dr. gestoken, de rechterarm in die van hun vrouw.

Zit op het terras van een hotel dat voordelige weekenden verkoopt, all-in, all you can eat, ver verwijderd van mijn vader maar zo komt ie toch weer dichtbij geschuifeld. Iedereen is anders, maar de mannen lijken op elkaar en ze zijn overal, met hun gevoel voor decorumverlies. Een ervan is onderweg naar mijn tafel en zijn vrouw stelt hem tijdens die reis van honderd lange meters continu gerust. Ga daar maar zitten. Daar gaan we eten. Ja, daar naast die meneer. Dat is geen probleem. Daar is een plekje vrij. Ga daar maar zitten. Daar gaan we eten. Ja, naast die meneer. Dat is geen probleem.

Herkenbaar hoor, de vrouwen. Volgens de etymologie is het woord mantelzorger pas ontstaan in 1997, en helaas is het nog steeds niet afgeschaft. Dienstbode lijkt me een doeltreffend synoniem, of non-profit medical director: de vrouwen van de mannen zijn ongevraagd alsnog fulltime in de verpleging terechtgekomen. En nul te declareren uren.

Het duurde een jaar of drie voordat ik mijn vader herkende als één van de mannen die zich zo bewegen door het laatste restje van hun leven. Er is veel camouflagegedrag. Ook bij zijn zoon. De ziekte wordt zo lang mogelijk uitgesteld, wat het nadenken erover beperkt. Handiger is het bij de dag te leven. Het is dezelfde hoop als die op de intensive care: altijd een kans op wonderbaarlijke genezing. Alleen de dr. weet zeker dat het niet zo is, en strooit grijnzend met momentjes. Momentje helderheid. Momentje onverwachte grappen. Momentje herinnering aan iets belangrijks. Net genoeg om niet aan de toekomst te denken, of aan de afwezigheid ervan.

De man heeft de stoel naast mij gevonden en begint met eten, geconcentreerd, er is even niets anders dan dit. Mijn vader eet ook zo. Dit is niet het gedrag van een kind, zoals ze weleens zeggen. De romantische verklaring: ouderen die samen met dr. Alzheimer weer kind worden, terug naar wat ze waren, een kern misschien. Maar kinderen opereren anders. Wat mist is de verwondering. Eenmaal aan de wandel met de dr., hebben de mannen alles wel zo’n beetje gezien. De dr. legt zwachtels om de werkelijkheid, beperkt hun zicht, terwijl dat van een kind alleen maar ruimer wordt. De mannen worden niet kinds, ze worden oud en almaar zieker.

Nu zie ik overal mannen het terras op schuifelen. Ik zie ze in het museum, op straat, in de tram, een heel land vol mannen.

Sta op en loop de hoteltuin in, wil mijn vader bellen maar durf het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.