Columnbert wagendorp

De man die niet weet wat een burn-out is, moet het probleem van de politieke burn-outs oplossen

null Beeld

Het CDA-kamerlid Harry van der Molen zit sinds half maart met een burn-out thuis, Pieter Omtzigt (CDA) is de komende zestien weken niet beschikbaar vanwege een burn-out en minister van Economische Zaken Bas van ’t Wout (VVD) heeft een burn-out en moet worden vervangen. Eén is een incident, twee zijn twee incidenten, maar drie is een trend. Kamervoorzitter Bergkamp wil een ­gesprek met minister-president Rutte over de golf aan burn-outs: wat is er aan de hand en wat doen we eraan?

Nu is Rutte wel de laatste met wie je een gesprek over burn-outs wilt. Hij gaat na een slopend debat fluitend naar bed en vier uur later staat hij alweer vrolijk op het Binnenhof te ginnegappen met een journalist; hij weet niet wat het is, een burn-out. Maar anderen zijn minder stressbestendig.

In Nederland hebben ongeveer een op de zeven werkenden last van burn-out-achtige klachten. Dus dan valt drie nog mee, al weten we niet hoeveel politici er langs het randje lopen. Veel, want volgens het voormalige Kamerlid Zihni Özdil is het Binnenhof een ‘burn-outfabriek’. Özdil, die zelf tot 2019 voor GroenLinks in het parlement zat, is ervaringsdeskundige. Hij stond ook een paar maanden buitenspel vanwege een burn-out. Omdat hij bezig is met een boek over dat onderwerp, is hij deze dagen een veelgevraagd man in de media.

Volgens Özdil heeft het parlement zichzelf de afgelopen tien, twintig jaar wegbezuinigd. Per Kamerlid is er zo weinig ondersteuning dat je er ziek van wordt. Als eenvoudig Kamerlid met eenvijfde beleidsmedewerker moet je het opnemen ­tegen een leger aan ambtenaren. Daar wordt, behalve de ­beleidsmedewerker, ook het Kamerlid overspannen van.

In die zin is het ook een democratisch probleem.

De politicoloog Simon Otjes zei gisteren in Dit is de dag dat het allemaal komt door ‘Hollandse zuinigheid’. Waarom hebben wij bijvoorbeeld maar 150 Kamerleden? Gerekend naar het aantal inwoners is dat belachelijk weinig. In een land als Finland hebben ze er vier keer zo veel en ook elders is het aantal inwoners per Kamerlid een stuk gunstiger. Nederland staat volgens Otjes zo ongeveer onderaan. Hij wil meer ondersteuning en vooral meer Kamerleden. We moeten volgens hem toe naar een volksvertegenwoordiging van 250 leden.

Het aantal Kamerleden ging in 1956 van honderd naar honderdvijftig. Nederland had toen 11 miljoen inwoners, dat is 73 duizend inwoners per Kamerlid. Bovendien is het Kamerwerk complexer geworden en heerst de hype. Waarmee je zou kunnen zeggen dat het ook aan de Kamerleden zelf ligt. Maar ze moeten wel, want ze moeten zichtbaar zijn en in de krant komen, anders vliegen ze er bij de volgende verkiezingen uit.

‘Je staat altijd aan,’ zei het voormalige VVD-Kamerlid Arno Rutte in Dit is de dag. Hij was in 2019 de dans maar net op tijd ontsprongen. Na zeven jaar was het op. Zeven jaar! Als je er vroeger na zeven jaar mee ophield, was je mislukt. Dan begon je net een beetje door te krijgen hoe het spel werd gespeeld.

Nu is het aan premier Rutte, de man die altijd aan staat maar die dat niet erg vindt. De premier die in zijn eerste kabinet nog vond dat de Kamer gerust naar honderd leden kon en dat het best met minder ministers en staatssecretarissen kon. Minder ambtenaren, minder Kamerleden: efficiënt, niet dat eeuwige gezeur. Burn-out? Nooit van gehoord.

De Volkskrant constateerde dat, nu Omtzigt er even niet meer bij is, de onderhandelingen over het nieuwe kabinet eindelijk kunnen beginnen.

Zo kun je het ook bekijken, maar een echte oplossing is het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden