ColumnArthur van Amerongen

De lifecoach vroeg of we onze dag in één woord konden beschrijven. Ik zei bedeesd: ‘Dorst’

Ik was ingevlogen door De Telegraaf voor een interview met Wierd Duk en logeerde bij mijn boezemvriend Rob Muntz in Zaandam. Robbie en ik zaten gezellig te borrelen toen zijn oudste dochter Brechje riep: ‘Kom, vadsige ouwe lullen, we gaan naar de Keuvel. Dat zal jullie goed doen’. Ik dacht even dat de Keuvel een carnavalscafé was: agge maar leut en keuvel et!

Op het toilet ging ik de Keuvel snel even googelen want ik hou niet van verrassingen. De Ceuvel bleek een duurzame broedplaats voor creatieve en sociale ondernemers te zijn, op een voormalige scheepswerf aan het Van Hasseltkanaal in Amsterdam-Noord. Nou ken ik Noord uit de tijd toen dat ‘stadsdeel’ nog niet hip was. In mijn arbeideristische fase bezocht ik soms bokswedstrijden in het legendarische Zonnehuis maar verder fietste ik na de pont keihard door Noord om opgelucht te onthaasten in Ransdorp.

Bij de Dirk in Zaandam sloeg ik noodbier in en we gingen op pad. De Ceuvel deed mij denken aan kunstenaarskraakdorp Ruigoord en aan strandtent Woodstock in Bloemendaal: vrolijke krotten en bouwvallen, quasi-nonchalant schots en scheef door elkaar gepleurd. En ineens zat ik in een psychotherapeutische circlejerk in het Metabolic Lab, met als thema : spiritual ecology brings together environmental injustice with social injustice.

Op een tafel stonden thermosflessen met brandnetelthee. Ik moest mijn naam op een sticker schrijven en die op mijn borst plakken. De lifecoach van dienst vroeg of we onze dag in één woord konden beschrijven. Een juffrouw met een loodzware onzichtbare rugzak fluisterde: ‘Pijn.’

‘Wat fijn dat je dit met ons wilt delen’, zei de coach. 

Omdat ik van nature erg verlegen ben, overschreeuw ik mij nogal eens in een groepssituatie. Nu wilde ik heel hard RUKKEN brullen, maar zei bedeesd: ‘Dorst.’ Liever had ik geschreeuwd: iedereen praat over mijn zuipen maar niemand over mijn dorst, maar dat zijn tien woorden. Meewarig staarde de groep mij aan. Onder mijn stoeltje stond een tray met zes halve liters Alfa. De coach nam mij apart en zei: ‘Tuur, ik zou het fijn vinden als je dat bier buiten neerzet. Dit straalt slecht op je af.’

Ik trok Muntz aan zijn hemd: ‘kom, Robbie, ik moet hier nu weg anders ga ik dat sneeuwvlokje helemaal de moeder slopen.’

Ik miste mijn dooie hond en mijn ongecompliceerde boertjes en vissers in de Algarve en wilde in huilen uitbarsten. Dat deed ik niet want de lifecoach stond nog voor me.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden