De les van Hans Gruyters

Het gezag van politieke partijen is er niet op vooruit gegaan

Hans Gruijters schreef het al in 1967, in het boekje Daarom D’66: ‘De “stromingen”zijn drooggelopen. Onze op ideologieën gebaseerde partijen hebben het vertrouwen van de kiezers verloren.

De ideologie heeft geen invloed van betekenis op de politieke gezindheid. Zij dient slechts als een onpolitiek, historisch bindmiddel, dat in de politieke actie mensen bijeenhoudt, die in de belangrijke vraagstukken van de politiek scherper van mening verschillen dan de aanhangers van elkaar bestrijdende partijen.’

Opinie-onderzoek
Gruijters, oprichter van D66, citeerde in zijn boekje een opinie-onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van het toenmalige weekblad Revu. Daaruit bleek dat tweederde van de bevolking weinig verschil zag tussen de grote partijen. Zestig procent meende in 1967 dat er geen partij was die zich echt inzette voor zijn belangen en dat politici teveel achter gesloten deuren bekokstoven. Driekwart vond dat de Kamerleden weinig begrip hebben voor wat er onder het volk leeft.

Zou een opinie-onderzoek in 2009 een wezenlijk andere uitslag te zien geven? Afgaande op het vorige week verschenen advies van de Raad voor het openbaar bestuur, getiteld Democratie vereist partijdigheid, is er in veertig jaar weinig veranderd. Het gezag van de politieke partijen is er niet op vooruit gegaan. In 1967 was nog 6,7 procent van de kiesgerechtigden lid van een politieke partij, nu is dat 2,5 procent.

Een snelle blik op de verkiezingsuitslagen van de laatste veertig jaar roept het beeld op van een electoraat dat geen enkele binding meer heeft met een zuil of klasse, maar bij elke verkiezing totaal onvoorspelbaar reageert. De verticale bindingen tussen de kiezers en ‘hun’ partij zijn weggevallen.

Onberekenbaar
Maar dat betekent nog niet dat de kiezer ‘op drift’, dat wil zeggen onberekenbaar is. De verschuivingen in stemgedrag blijken plaats te vinden tussen partijen die op de links-rechts as dicht bij elkaar liggen. Nog meer dan veertig jaar geleden heeft de kiezer de neiging de partij van zijn voorkeur ‘af te rekenen’ op de geleverde prestaties. Wanneer de partij in de ogen van de kiezer heeft gefaald, stemt de kiezer op een directe politieke concurrent – of blijft thuis.

De onberekenbaarheid ligt dan ook niet bij de kiezers, maar bij de gekozenen. Verkiezingscampagnes in Nederland hebben iets wezenloos. De partijen geven zelden uitsluitsel over de door hen gewenste samenstelling van de regering of over de beleidsdaden na de verkiezingen. Zo bestreden Bos en Balkenende elkaar in de campagne van 2006, om vervolgens samen in een kabinet te stappen.

Club
In de tijd van Gruijters hoefde de PvdA-kiezer niet bang te zijn dat zijn club met de VVD zou gaan regeren, maar sinds 1994 het eerste paarse kabinet werd gevormd, lijkt alles mogelijk.
De opkomst van nieuwe partijen (na D66 volgden het CDA, GroenLinks en de SP) en populistische bewegingen (de Leefbaren, de LPF, de Partij voor de Dieren, de PVV) symboliseert de broze relatie tussen de kiezers en de gekozenen. Het mikpunt van de populisten is altijd een elite van insiders die wordt verweten niet naar de ‘gewone’ mensen te luisteren.

De Raad voor het openbaar bestuur doet een aantal bruikbare suggesties. Om recht te doen aan nieuwe politieke bewegingen, wil de Raad ruim baan maken voor donateurs, mits zij zich in het openbaar laten registreren (zoals in de Verenigde Staten gebruikelijk is). Ook lokale partijen mogen van de Raad aanspraak maken op subsidie, ter bevordering van de deskundigheid van hun kader.

Hamvraag
De Raad verzuimt echter de hamvraag te stellen: namelijk de vraag of de stem van de kiezer wel voldoende telt. Met uitzondering van het correctief referendum voelt de Raad weinig voor versterking van die stem door bijvoorbeeld de gekozen burgemeester, kabinetsformateur of minister-president.

Jammer is ook dat de Raad weinig ziet in primaries: de Amerikaanse praktijk waarbij niet de partijleden, maar de geregistreerde kiezers van een partij de (presidents-) kandidaat aanwijzen. In plaats daarvan pleit de Raad voor een soort herzuiling, omschreven als ‘partijdigheid’.

De les van Gruijters, meer directe invloed voor de ontvoogde kiezers, is niet aan de Raad voor het openbaar bestuur besteed.







Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden