VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag, Ede en Amsterdam

De les van drie landbouwdebatten: het platteland klinkt luider dan voorheen

null Beeld

Terwijl de Tweede Kamer zich boog over gesloten sportscholen, terrassen, concertzalen en ander West-Europees ongemak, werd diep in de marge van het politieke bedrijf over substantiële kwesties gesproken.

Drie debatten waren het, gewijd aan landbouw (donderdag, in Ede), landschap (vrijdag, in Amsterdam) en voedsel (dinsdag, in Den Haag). Een verhelderende reeks met een sterke, zij het onbedoelde samenhang. Er werd daar gesproken over tweederde van het grondoppervlak van Nederland, over onze gezondheid, over natuur en milieu – alles wat op de lange termijn heel veel belangrijker is dan een pandemie.

Maar ook, vanuit economisch perspectief, over jaarlijks 33 miljard euro handelsoverschot, meer dan de helft van het totaal. En, vanuit moreel perspectief, over jaarlijks 640 miljoen gedode dieren.

Sommige partijen handelen navenant en vaardigen topcats af – Laura Bromet van GroenLinks en Frank Futselaar van de SP doen drie keer mee. Tjeerd de Groot van D66 is er twee keer bij. Anderen kozen voor een bijrol – het CDA hield landbouwman Jaco Geurts op stal, zodat we konden kennismaken met het authentieke geluid van Cees de Jong, veehouder in de Alblasserwaard en nummer 34 op de lijst. De PVV schitterde door afwezigheid.

Boerengevoel

De boerenstem klinkt in verschillende toonaarden. Er is het boerengevoel: ‘Boeren zijn het kloppend hart van het platteland.’ (Caroline van der Plas, BoerBurgerBeweging). Er zijn de boerenfeiten, of quasifeiten: ‘In de verkiezingsprogramma’s van andere partijen staat een hoop waanzin.’ (Jan Cees Vogelaar, JA21). Er is het boerenverzet in de gedaante van melkveehouder Nynke Koopmans, Fvd. Bij elkaar meer platteland dan in lang in verkiezingstijd klonk, temeer omdat partijen indien voorradig een boer, boerenzoon of -dochter afvaardigden.

Jan Cees Vogelaar: een hoop waanzin. Beeld Ariejan Korteweg
Jan Cees Vogelaar: een hoop waanzin.Beeld Ariejan Korteweg

In de debatten staat eigenlijk één vraag centraal: hoe moet de landbouw zich aanpassen om Nederland leefbaar te houden? Een kwestie van levensbelang.

Blaas je alle stemmingmakerij weg, dan zie je diehards op links en rechts en daartussen het geschipper. D66 en GroenLinks, nogal stadse partijen, leggen uit waarom het echt anders moet. ‘Meer op kwaliteit dan op bulk koersen’, hoor ik Bromet zeggen. ‘We kunnen nu eenmaal niet concurreren tegen landen met lagere lonen, lagere grondprijzen, een lagere levensstandaard. Intensieve veehouderij is einde verhaal in Nederland.’

De SGP staat juist pal voor de status quo en noemt de combinatie van de woorden ‘boer’ en ‘vervuiling’ al framing.

Trots

Alles daartussen is aan het schipperen. De PvdA wil, bij monde van voormalig Greenpeacedirecteur Joris Thijssen, naast de boeren gaan staan om ze weerbaar te maken tegen bank en supermarkt. De ChristenUnie wil volgens aanstormend Kamerlid en boerenzoon Pieter Grinwis een onafhankelijk landbouwinstituut. De VVD wil trots zijn op de landbouwsector, die ‘echt verschrikkelijk goed’ is.

‘Wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos ter grootte van een krant.’ J.C. Bloem dichtte het in 1945; ik zie het op de gevel, telkens als ik door de Dapperstraat loop. Er zijn er die met droge ogen volhouden dat landbouwgrond – zelfs die eindeloze percelen met raaigras of voedermaïs – ook natuur is en dat boeren landschapsbeheerders zijn. Futselaar zit een eindje op die koers; die wordt niet moe te herhalen dat je met akkerranden en houtwallen natuur en cultuur kunt verbinden.

D66, GroenLinks en PvdD zijn radicaler, die willen van de natuur de basis maken van landschapsinrichting. Alles moet ‘natuurinclusief’, ook bouwen.

Twijfel bij CDA

En dan is er het CDA, scharnierpartij in de landbouw. Doe je de helft van de veestapel weg, zoals D66 wil, dan ‘houd je een Rijksmuseum over zonder Rembrandts’, zegt De Jong. Hij wil ‘een goed proces vanuit centrale regie’, te voeren vanuit een ministerie van regionale ontwikkeling. Nogal vaag, maar VVD en GroenLinks gaan erin mee, net als andere partijen.

Zodoende ontwaar ik een stip aan de horizon: geef boeren helderheid over de lange termijn, leg uit waar ze heen moeten. Dat mag, zelfs voor het CDA, ‘soms een stukje landbouwgrond kosten’. Moet de veestapel gelijk blijven of kan het minder, luidt een vraag in het landschapsdebat. Dat het CDA twijfelt, is bijzonder.

Alle inzicht begint met twijfel. Het lijkt bizar met landbouw voor kwantiteit te kiezen, terwijl in alle andere sectoren de verfijning wordt gezocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden