ColumnSylvia Witteman

De Leidsestraat lag er zó leeg bij in de avondzon, dat ik dacht aan de autoloze zondagen in mijn jeugd

null Beeld
Beeld

We hadden een glaasje wijn gedronken bij vrienden in de tuin, op gepaste afstand uiteraard, zodat we er een beetje bijzaten als krenten in het brood van een gierige bakker, maar de zon scheen tóch, wat ook wel het minste was dat hij kon doen.

Tegen zonsondergang fietste ik weer naar huis, door de verlaten Leidsestraat. Daar mag je eigenlijk niet fietsen, maar nu wel. Zelfs de motoragent die me passeerde stopte niet om me te berispen. De politie is op het moment uitsluitend bezig met het beboeten van groepjes. Zolang je in je eentje bent, zien ze je niet staan, al pleeg je de grofste misdaden. Ik heb al een eenmansplofkraak overwogen, maar ik zie toch net te veel op tegen het lawaai.

De Leidsestraat lag er zó leeg bij in de avondzon, dat ik moest denken aan de autoloze zondagen in mijn jeugd. We hadden toen een oliecrisis, waar ik weinig van begreep, want ik was 8. Er was iets met gemene Arabieren die ons geen benzine wilden verkopen, en daarom keek Joop den Uyl de hele tijd zo bezorgd en mocht er op zondag niemand autorijden.

De Julianalaan, de verkeersader van mijn dorp, lag er net zo uitgestorven bij als nu de Leidsestraat. Of toch niet helemaal: er waren hier en daar kinderen op aan het rolschaatsen. Dat ging natuurlijk heerlijk op dat asfalt, veel beter dan op de betegelde stoep. Ik wilde natuurlijk ook dolgraag rolschaatsen op de weg, maar dat mocht niet van mijn moeder. De autoriteiten hadden immers gewaarschuwd dat er ‘in noodgevallen’ op zondag tóch auto’s mochten rijden, dus mijn moeder zag mij al geschept worden door een ambulance. Daarom zat ik mokkend thuis terwijl mijn buurtgenootjes met lichtzinniger ouders heerlijk aan het spelen waren op die lege Julianalaan. Het is nooit meer goedgekomen.

Terwijl ik wrokkig aan dit alles terugdacht, schoot er vanuit de Kerkstraat opeens met een noodgang een jongen op een skateboard tevoorschijn. Hij had mij net zo min verwacht als ik hem. Ik remde, de jongen roetsjte vlak voor me langs, en alles zou goed gegaan zijn als de tramrails niet hadden dwarsgelegen; zijn skateboard bleef erachter haken en hij knalde op de keien.

Wat nu? Moest ik hem overeind helpen? Dan kwam ik veel te dichtbij. Maar als hij nu iets gebroken had? Gelukkig, het joch sprong soepel overeind, een lange, blonde slungel van een jaar of 14. ‘Opkankeren met die fiets!’, riep hij woedend, en stoof er weer vandoor op zijn skateboard. Hij had gelijk, natuurlijk.

Thuis, op zolder, moest ik nog een paar rolschaatsen hebben liggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden