VerslaggeverscolumnMichel Maas in Amersfoort

De labradoodle: Frankenhond, hypoallergeen of een geweldig placebo

.Beeld .

De labradoodle geldt al jaren als een soort geneesmiddel. Een antivirus voor mensen die problemen hebben met een allergie voor honden. Tenminste zo begon het, ruim dertig jaar geleden.

Babette Nijman: ‘En dan ga je zeker ook vertellen dat een labradoodle een kruising is tussen een labrador en een poedel.’

Ja?

‘Nou, dan is dit gesprek meteen afgelopen.’

De sfeer is lichtelijk ongemakkelijk. Kelly Kessen had me gewaarschuwd: ‘Het is alsof je zegt: er is iets niet goed met je kind’, en zo is het. Nijman en Ina Troost, noemen hun Australian Labradoodles hun ‘meisjes’, want het zijn geen honden. Echt niet, zegt Nijman: ‘Ze kijken heel lang in je ogen. Ze vragen: wat gaan we samen doen? Het is alsof je een kind adopteert. Ik mag het eigenlijk niet zeggen maar het is een heel andere hond dan een... ehm... hond.’

Een schatje of Frankenstein-hond?

Kelly Kessen werkt voor de vijand: de organisatie ‘Dier en Recht’ die al jaren actievoert tegen genetisch geknutsel met honden: dankzij hen mag de kortademige mopshond niet meer, bijvoorbeeld, en nu zijn ze in de weer tegen haarloos gefokte beesten want ‘die lijden’, zegt Kessen.

Kessen heeft net met twee collega’s een stuk gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde: ‘Hypoallergene dieren behoren tot het rijk der fabeldieren’, wat een einde zou moeten maken aan veel leed. Alles wat kaal is of ‘doodle’ geldt als hypoallergeen: er zijn geen haren, dus hebben allergische mensen er geen last van, is de gedachte. 

Maar volgens Kessen, die diverse onderzoeken aanhaalt, is dat dus niet waar: ‘Honden die niet verharen, en zelfs naakthonden, blijken evenveel allergenen te verspreiden als andere honden. Het zijn niet alleen de haren, maar ook de huidschilfers, speeksel, oogvocht. Dat mensen geen last hebben kan maar twee dingen betekenen: ze zijn niet écht allergisch voor honden of ze voelen zich beter als gevolg van het placebo-effect.’

De 'meisjes' van Babette Nijman: Bente, Bloem, Button en Bliss.

Natuurlijk, niet elke Australian Labradoodle is hypoallergeen, maar ze bestaan wel. Het blijft een kwestie van selectie, en uit de selectie wordt dan weer geselecteerd en daarmee begint volgens Kessen het doorfokken, dat leidt tot ingefokte vergroeiingen, oog- en oorproblemen, epilepsie en nare erfelijke ziektes.

Wally Conron fokte in 1989 de allereerste labradoodle, in Australië. Conron werkte voor de geleidehondenvereniging en bedacht de hond voor een blinde vrouw. Haar man was allergisch voor honden. Poedels ruien niet, dus Conron kruiste er een met een labrador, die een geweldige geleidehond is, en voilà: het bleek te werken. Conron bedacht ‘labradoodle’ en die pakkende naam, het schattige uiterlijk, plus het verhaal dat de hond geschikt was voor allergische mensen ontketenden een run op de labradoodle, die een van de meest populaire hondensoorten ter wereld zou worden.

Conron zelf kreeg gauw spijt. Mensen begonnen zelf te knutselen, en niet alleen met labradors: de arme poedels moesten het doen met letterlijk alles, zodat je nu de cavapoo hebt, de whoodle, schnoodle, maltipoo, goldendoodle, cockapoo, aussiedoodle, bernedoodle en roodles.

Op deze fokgolf verscheen ook de term designer dogs.

‘Ik heb een doos van Pandora geopend en daaruit kwam een hond van Frankenstein’, zei Conron. En al die honden lijden, zegt Kessen.

De Australian Labradoodle wordt sindsdien met Frankenstein geassocieerd en dat is niet eerlijk. ‘Er wordt al dertig jaar serieus gefokt’, zuchten Nijman van ‘Blooming Doodles’ en Troost, eigenaar van ‘Salland Hills’. Troost had vorig jaar zes nestjes, maar het woord ‘fokker’ hoeft maar te klinken of ze valt uit, en bij ‘broodfokker’ ontploft ze: ‘WAT IS DAAR MIS MEE?’ Ze zijn seriéúze fokkers. Troost: ‘Ik slaap niet voor niks drie weken naast het zwangere teefje in de woonkamer om het te begeleiden.’ Ze checken alle dieren op ziektes, proberen gezonde paartjes bij elkaar te vinden met de beste karaktereigenschappen. ‘Het is zó zorgvuldig en zó arbeidsintensief.’

Maar zijn ze ook hypoallergeen?

Het lijkt op de vraag of mondkapjes nu wel of niet helpen tegen het coronavirus.

Foto 3: Kelly Kessen met de ongefokte kantoorhond Polly.

Kessen vindt dus van niet. Nijman vindt van wel: ‘Dat moet dan wel een geweldig placebo-effect zijn, toch? Al die mensen die hebben gemerkt dat het helpt, die zijn toch niet allemaal gek?’

Het speelt trouwens toch steeds minder een rol. ‘Hoeveel mensen kopen bij jou nog een hond vanwege hun allergie?’ vraagt Nijman aan Troost. ‘Vroeger waren het veruit de meesten, nu misschien nog maar 10 procent of zo.’

De rest? Die koopt ze omdat ze schattig zijn, en vrolijk. Wie kopen? ‘Designer mensen’, grapt Nijman: ‘Ze willen een schattig plaatje zijn: vader, moeder, twee kinderen en een hond.’

Daartegen is het voor Dier en Recht moeilijk actievoeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden