Column Peter Middendorp

De laatste column over FC Emmen: Fin

Op 14 mei vierden we de eerste verjaardag van mijn vaders dood, het vertrekpunt van deze rubriek. We gaven de urn een definitieve plek in Erica en plaatsten er een steen op. We, zeg ik, al had ik zelf verstek laten gaan. Alles leek me te veel op een herbegrafenis, terwijl ik, vrij naar Hagar Peeters, nu wel weer genoeg had gedicht over de dood dit jaar.

Op 15 mei, precies een dag later dus, alsof Onze Lieve Heer speciaal voor mij een missive naar de planners van de KNVB had gestuurd, speelde FC Emmen de laatste wedstrijd van het seizoen, thuis tegen FC Groningen, nadat lijfsbehoud drie dagen eerder tegen Willem II al was veiliggesteld. Een toegift in de avondzon.

Dit was het seizoen waarin een groep halfverlegen keukendivisiekampioenen, aangevuld met een legertje spelers met een krasje op de knie, de ziel of de carrière, zich voor onze ogen ontwikkelde tot een sterke en zeewaardige selectie persoonlijkheden. Drie mannen − de voorzitter, de trainer en de aanvoerder − hadden de rest ervan overtuigd dat zeewaardigheid een optie was door hen de zeewaardigheid voor te leven.

Het publiek ontbolsterde intussen behoorlijk mee. In het begin werd op gezette tijden netjes geapplaudisseerd. Nu stond de boel om de week op de kop, met muziek, vuurwerk en ook deze week weer veel emotionele uitbarstingen – bij de opkomst, de 1-0, het afscheid van Pedersen, de publiekswissel voor Scherpen. ‘Op deze manier’, zei trainer Lukkien, ‘dreigt Emmen nog een heel leuke volksclub te worden’.

Na afloop bestormden mensen het veld en namen de spelers hossend op de schouders. Onder de tribune omhelsde ik de persman. ‘Als het hele seizoen de taart was’, zei hij, en hij maakte alvast een slagroom-verspreidend handgebaar, ‘dan was vandaag de slagroom’. Zo is het, zei ik, en legde er geïnspireerd een denkbeeldige kers bovenop.

In het gedrang zag ik voorzitter Ronald Lubbers, al dagen een geluidloze, bijna slappe lach op het gezicht. Hij droeg een spijkerbroek, zijn Emmen-kostuum had de buikschuiver niet overleefd, die hij in Tilburg richting de supporters had gemaakt. ‘Ik kan je filmpjes laten zien van het feest’, zei hij, en stootte me aan. ‘Ik kan je filmpjes laten zien.. Wat ik dus niet doe, want dat heeft niks meer met betaald voetbal te maken.’

Binnen werden schalen bittergarnituur door het gezang en gedrang naar de kleedkamers gedragen. Anco Jansen hield er eentje staande, stak er een in zijn afgetrainde gezicht, en nam er twee voor onderweg. Langs­lopend, het hete hapje razendsnel door de open mond bewegend, zei hij: ‘Schrijf maar op hoor, jongens. Kan me niets schelen!’ Ik wilde hem naroepen dat wij het voor hem hadden opgenomen, maar ja, bedacht ik me, dat veranderde weinig aan zijn gelijk.

Even later liep ik het stadion uit, het feestplein over. Ik mocht wel dankbaar zijn, maar ik kon ook voelen dat ik vertrok. Het was deel van het werk. Af en toe dook je ergens op. Daar hoorde bij dat je na verloop van tijd ook weer opflikkerde. Zo hield je ‘je blik lekker fris’, zoals het heet als je nergens verstand van hebt, maar de rest, lieve lezer, dank voor uw aandacht, sleepte zich er soms wat moeizaam achteraan.

Dit is de laatste column over FC Emmen, dat voor het eerst in de eredivisie speelde. Peter Middendorp deed wekelijks verslag. Hij groeide op in Emmen, voetbalde bij de voorloper van FC Emmen en schreef in 2014 een geruchtmakend boek over zijn jeugd boven het plaatselijke Blokkerfiliaal, Vertrouwd voordelig.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden