Column Ombudsman

De krant is een meneer: sekseneutraal schrijven is een hele opgave

De krant wil ‘zoveel mogelijk sekseneutraal’ schrijven. Dat blijkt zo eenvoudig nog niet. Een verslag vanaf het mijnenveld.

Taal is ingewikkeld’, zei Els Kloek vorige week in deze krant. Daar is geen woord aan gelogen. Kloek heeft een boek geschreven over vrouwen in de 20ste eeuw. Ze is historicus. Pardon: historica: ‘Het woord historicus krijg ik over mezelf niet uit mijn strot’, aldus Kloek. Vervolgens klaarde de krant, of de auteur (hier omzeil ik listig de aanduiding ‘schrijfster van het interview’), dat klusje zelf, door Kloek in de rest van het stuk toch ‘historicus’ te noemen. Dat moet van het Stijlboek, de schrijfbijbel van de Volkskrant-parochie.

In de krant van vandaag staat een interview met Marianne Thieme. In een citaat noemde ze zichzelf ‘feminist’. Na voorinzage liet ze dat veranderen in ­‘feministe’. De interviewers stemden toe.

Ziehier in een notendop de spagaat waarin de krant is beland met de voorkeur voor ‘sekseneutraal taalgebruik’. Geen ombudsman (m/v) ontkomt eraan over het onderwerp te schrijven. Logisch: het is een lopende strijd tussen theorie en praktijk, op een mijnenveld vol tegenstrijdigheden, die steevast leidt tot reacties van lezers.

‘De krant streeft seksegelijkheid na in taalgebruik’, dicteert het Stijlboek. ‘Vermijd daarom constructies waaruit de indruk kan ontstaan dat het mannelijke de norm is en het vrouwelijke de uitzondering.’

Bij het beschrijven van iemands beroep of functie kiest de krant zo veel mogelijk de neutrale variant. Een directeur heet ook zo als het een vrouw betreft. In veel gevallen gaat dat goed: bij ‘huisarts’ of ‘dokter’ denkt niemand meer enkel aan een man.

Volgens die regel is Kloek dus ook ‘historicus’. Maar is daarmee niet de van oudsher mannelijke vorm toch weer dominant verklaard? Dat is een kwestie van wennen, vindt de adjunct-hoofdredacteur die mede aan de basis van deze regel stond.

De theorie is goedbedoeld, maar de praktijk vergt gymnastische lenigheid. Ook op de redactie. Zo werd twee jaar geleden besloten dat de aanduiding ‘Van onze verslaggeefster’ ook bij vrouwen zou moeten plaatsmaken voor ‘Van onze verslaggever’. Het stuitte op bezwaren van sommige vrouwelijke collega’s, die vonden dat daarmee hun identiteit werd verdoezeld. De diplomatieke oplossing werd dat de aanduiding verdween en alleen nog de naam resteerde. O, ironie: in artikelen werd dit jaar al dertien keer bericht over een ‘verslaggeefster’.

Geen regels zonder uitzonderingen. Zo is er het ‘potsierlijkheidsprincipe’: waar de neutrale variant te veel verschilt van het gemiddelde taalgebruik, kiest de krant voor een aparte mannelijke en vrouwelijke vorm, zoals bij balletjuf/balletmeester of echtgenote/echtgenoot.

Wanneer een neutrale variant ontbreekt, is een ander woord geboden, aldus het Stijlboek. ‘Secretaresse’ moet dan ‘managementassistent’ worden.

Aardige poging. Maar dan de praktijk. Het archief leert dat sinds het invoeren van deze regel de ­‘managementassistent’ welgeteld driemaal de kolommen heeft gehaald. De secretaresse daarentegen dook meer dan veertig keer op.

Een kwestie van volhouden, zegt de adjunct. Het went vanzelf, denkt hij. De term verpleegster is taboe verklaard. Die stond dit jaar weliswaar nog 35 keer in de krant, maar werd ook 110 keer verdrongen door de sekseneutrale ‘verpleegkundige’.

Klein vuil: Bij een artikel over een campagne tegen ‘sexting’ stond een afbeelding van een ‘tiener’ die ‘zijn’ T-shirt omhoog trok. Op de foto stond duidelijk een meisje. Foutje, zonder bijbedoeling.

In een reportage over de Italiaanse vicepremier Salvini werd een vrouwelijke conducteur verderop aangeduid met ‘hem’. Een vertaalfoutje.

Taal maakt, ook op ander terrein, een snelle evolutie door. De vraag is wanneer de krant die erin mee wil gaan voor de troepen uit loopt. Verwarring en onenigheid liggen permanent op de loer. ‘Inconsequent zijn we per definitie’, zegt de adjunct. Bij het overlijden van Mies Bouwman, eerder dit jaar, werd zij in de kop aangeduid als ‘keizerin’ van de televisie. Verderop heette ze ‘presentator’, niet ‘presentatrice’. De adjunct vindt die ongelijkheid in een stuk niet verboden. ‘Je hoeft niet consequent te zijn in een tekst, maar in één zin graag wel.’

De krant is een meneer, luidt een oude klaagzang. Dat is hij meer dan voorheen, nu moet de lezer (m/v) de vrouwen er zelf bij bedenken. ‘Als klachten aanhouden, moeten we in sommige gevallen toch met twee geslachten werken’, zegt de adjunct. Die flexibiliteit lijkt mij een gezond uitgangspunt. Een krant wil informeren. Wanneer lezers door een sekseneutrale aanduiding informatie wordt onthouden die relevant is, moeten al te rigide regels maar wijken. Anders staat de krant in haar hemd. 

Post van een lezer
Waarom niet alle volleybalvrouwen?

Nadat de Nederlandse volleybalvrouwen al weken succesvol waren, werden ze eindelijk in het zonnetje gezet. Mooie beschrijvingen van deze topsporters. Maar... ik tel er 7. Volleybal is een teamsport waarin strategie, mentale kracht en techniek de hoofdingrediënten zijn. Een onmisbare bank met eveneens topvrouwen (een team bestaat normaal uit 22 spelers) is van levensbelang in een wedstrijd. Waarom worden die niet in het zonnetje gezet?
Gert Peters

Het idee van de sportredactie was het basisteam van de volleyballers voor te stellen aan de lezer. De beste spelers die de meeste minuten maken, zegt de chef Sport. In het volleybal staan zes spelers in het veld, de basis bestaat uit zeven. Die heeft de krant beschreven. Ook uit praktische overwegingen: 22 profieltjes vergden te veel ruimte en tijd, volgens de chef. Hoe wenselijk soms ook: de krant kan geen encyclopedie zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.