Verslaggeverscolumnin Tubbergen

De kraampjesmarkt werd een stil slagveld

Voor Maria Jonkman (91) is het een zegen dat Ruben Janssen (31) nog op de kleinste markt van Nederland staat. Ruben Janssen Mode met zijn tricot in bloemmotieven tot maat 54, iedere dinsdag van half negen tot één uur.

Het marktje klampt zich vast aan de voet van de Sint-Pancratiusbasiliek in Tubbergen: 21 duizend inwoners in Twente. Tegenover Ruben Janssen mode staat Reinerink’s Vis (‘Dan weet je wat het is!’) en dat is hier dus de enige andere overgebleven kraam.

Mark Reinerink van Reinerink’s Vis (‘Dan weet je wat het is’).

Wekelijks parkeert Maria haar rollator met een zwaai naast Rubens breigoed, gaat ze naast het straalkacheltje achterin recht voor hem staan en dan vertelt ze, met de honger van mensen die hun eigen stem niet vaak genoeg meer horen. Dat ze kruipend terug zou willen naar Raalte, waar ze vandaan komt.

Toen Maria te oud werd voor haar vorige huis was er alleen een geschikte flat in Tubbergen, drie kwartier rijden verderop, ‘ik ken hier niemand’. Ze vereenzaamt. En ze kampt met het voortwoekerend wantrouwen dat zich in oude mensen kan nestelen. Maar niet bij Ruben, die kent Maria nog van de markt in Raalte. Zijn familie staat al veertig jaar op markten met Janssen Mode. Ook de familie van Mark Reinerink (33) staat er al veertig jaar met Reinerink’s Vis.

De markt in Tubbergen: twee kramen, mode en vis.

Als 12-jarige begon Ruben mee te helpen. Toen hij de zaak vier jaar geleden van zijn ouders overnam en dat nog gepaard ging met een feestelijk portretje in vakblad De Koopman, stonden er op de markt van Tubbergen nog acht kramen. Het brood, de wenskaarten, de sokken, het ondergoed, de kaasboer en de groentekraam zijn daarna verdwenen.

De Nederlandse kraampjesmarkt was de afgelopen tien jaar een stil slagveld: het aantal geregistreerde marktkooplui daalde van 25 duizend tot tienduizend. Henk Achterhuis, al twintig jaar voorzitter van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel, zegt als ik hem later die middag bij hem thuis in Enschede opzoek dat er over vijf jaar waarschijnlijk nog maar zo’n achtduizend marktkooplui over zijn.

Vooral veel ouderen verloren zo mensen door wie ze nog worden gekend, de marktkooplui met wie je nog mocht praten, terwijl de supermarkten zelfscankassa’s invoeren of hier en daar een ‘kletskassa’ om het onpersoonlijke weer wat te compenseren. Maar niets spontaans.

De kramen met witte sportsokken sneuvelden het eerst. Daarna de fournituren en de kramen met spullen die je nu ook al voor bijna niets kunt kopen in de ‘lawaaiwinkels’, zoals Henk Achterhuis de Action noemt. Zijn leden wachten nu bezorgd af of Amazon en Alibaba.com ‘helemaal losgaan’ in Nederland ‘met alles wat niks kost’.

Henk stond zelf dertig jaar met vis op de markt maar praat tegenwoordig als een bestuurder. ‘We moeten ons eigen profiel krijgen zonder onze geschiedenis te vergeten’, zegt hij. En ‘wij zijn laagdrempelig met oog voor het sociaalmaatschappelijke’.

Maar hoe zoiets vol te houden? Henk probeert zijn leden over te halen om later op de markt te staan, hij pleit voor meer middag- en avondmarkten. Lastig voor marktlui de gewend zijn om vijf uur ’s ochtends te beginnen, maar ochtendmarkten, daar trek je geen tweeverdieners meer mee. Daarom verdwenen in Tubbergen zelfs de kaasboer, bakker en groenteboer, terwijl die het op veel middagmarkten nog goed doen.

Ruben Janssen en Maria Jonkman.

Toen Henk voorzitter werd waren er ongeveer duizend visboeren, duizend groenteboeren en zeshonderd kaasboeren, ‘en die zijn er praktisch allemaal nog’. De omzet van alle markten van Nederland samen is twee miljard per jaar en 80 procent daarvan wordt verdiend met voedsel.

Ruben zegt in zijn marktkraam dat veel kinderen van marktkooplui sowieso niet willen opvolgen, ‘die zitten liever aan een bureau’. En dat veel gemeenten hun markten ‘brancheren’, wat betekent ze vergunningen geven aan een gelimiteerd aantal kaasboeren, groentekramen, mode, enzovoort. Je kunt dus niet zomaar even van de ene ochtend- naar de andere middagmarkt verkassen.

Ruben trekt met zijn tricot, breigoed en zijn verkoophulp Sonja Niks nu langs drie markten per week in Raalte, Tubbergen en Vaassen. De andere dagen toert hij tegenwoordig slim langs verzorgingstehuizen, tot in Schalkhaar en Genemuiden. Ruben rijdt alles aan hangers de hal in ‘en dan kunnen de bewoners gezellig shoppen en rustig op hun kamers passen’. Een groot succes.

Op de markt komen zijn klanten intussen wel vier weken achter elkaar terug, ze willen opvallend vaak iets ‘ruilen’.

‘Geen enkel probleem mevrouw’, zegt Ruben dan. ‘En hoe gaat het nu met ú?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden