ColumnIbtihal Jadib

‘De kleuter is geen leerling!’, zei de school, of we alsjeblieft met ze wilden gaan spelen

Beeld Aisha Zeijpveld

Mijn zoontje zit nu een jaar op school en dat verloopt vooralsnog prima. Hoewel het een schuchter jochie is dat onder de indruk kan zijn van andere kinderen, heeft hij het erg naar z’n zin in de klas. Een opluchting, want van tevoren had ik zitten tobben over de vraag of mijn zachtaardige hummel zich staande zou kunnen houden. Toen dat het geval bleek, had ik het onderwerp ‘school’ tevreden afgevinkt.

Dat blijkt, met de kennis van corona, veel te nonchalant te zijn geweest. Een beetje fanatieke ouder leert zijn kind lezen ruim vóór groep 3, je gaat immers naar school om uit te blinken. Dankzij de groepsapp van de ouders van alle kleuters in de klas van mijn zoontje weet ik dat nu. De scholen waren namelijk nog geen drie tellen gesloten of het barstte los op de groepsapp: waar bleven de werkbladen en schoolopdrachten voor de thuiszittende kleuters? Sommigen waren zo voortvarend om zelf vast oefeningen van internet te plukken en rond te sturen; er was geen tijd te verliezen. De hysterie duurde zo een aantal dagen voort, tot de school een e-mail uitstuurde met de tekst: ‘De kleuter is geen leerling!’ Of we alsjeblieft gewoon met onze kinderen wilden gaan spelen. Kort daarna kwam het volgende appje binnen: een vader had een oefening bedacht om het ruimtelijk inzicht te trainen.

Ik ben achteraf erg blij met de desinteresse van mijn eigen ouders destijds. Die waren te druk bezig met hun eigen sores om zich af te vragen hoe het stond met mijn ruimtelijk inzicht. Toen ik naar de kleuterschool ging, sprak ik überhaupt geen Nederlands en tegen de tijd dat ik naar de middelbare school zou gaan, vroeg mijn moeder een gesprek aan met de leraar om mij alsjeblieft naar de mavo/havo te laten gaan, in plaats van naar het vwo. Voor dat laatste moest ik namelijk 5 kilometer fietsen naar de school in het naastgelegen dorp, en ze vond me al zo mager. De leraar keek volstrekt beduusd. Daarna begon hij te lachen, misschien dacht hij dat mijn moeder een grap maakte. Snel begon ik het gesprek af te ronden en mijn moeder met omtrekkende bewegingen de klas uit te duwen, onderwijl knikkend naar die leraar: ‘Goed, we doen het dus zoals we bespraken, die 5 kilometer op de fiets overleef ik wel. Nou daag!’ De eerstvolgende keer dat ik mijn moeder zou meenemen naar school, was voor mijn diplomauitreiking zes jaar later.

Overigens veranderde de houding van mijn moeder toen ze doorkreeg hoe het Nederlandse schoolsysteem in elkaar zat. Voldaan had ze daarbij vastgesteld dat mijn oudere zus en ik ‘het hoogste niveau’ hadden gedaan. Toen ik zoveel jaren later weer met haar bij een groep-8-leerkracht zat, ditmaal voor het schooladvies van een jonger zusje, kreeg ze een zenuwinzinking bij het woord ‘mavo’. ‘Hoezo mavo?! Al mijn kinderen gaan naar de universiteit!’, tierde ze tegen de juf, terwijl ik haar weer met omtrekkende bewegingen de klas uit probeerde te krijgen.

Het is ook niet niks, je kinderen door hun schooljaren heen proberen te loodsen. Voor je er erg in hebt, ben je vooral bezig met je eigen wereldbeeld. Dat altijd beperkt is. Of je nou een Marokkaanse schoonmaakster bent die in het nieuwe land haar weg probeert te vinden, of een succesvolle Nederlander uit een deftige wijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden