ColumnSylvia Witteman

De kinderen zongen Schnappi das kleine Krokodil en aten met hun handen Nutella uit een pot

Ik bevond me in Bad Gastein, een eeuwenoud Oostenrijks kuuroord waar Wes Anderson nog een puntje aan zou kunnen zuigen (tip: verschaf u op oneigenlijke wijze toegang tot de spookachtige kelder van het verlaten Grand Hotel de l’Europe en ga op zoek naar de resten van honderd jaar geleden onder verdachte omstandigheden gestorven piccolo’s, het uniformjasje met goudgalon nog om het rammelende geraamte, het vrolijke rode petje nog op de hologige schedel), maar na een weekje wilde ik ook wel weer weg.

De trein naar Salzburg moest ik hebben. Omdat ik een oud wijf ben dat zo min mogelijk aan het toeval wil overlaten, boekte ik een kaartje met zitplaats. Wagon 14, plaats 46 bij het raam.

Vervuld van zelfgenoegzaamheid passeerde ik een propvolle coupé waarin hardop werd ruziegemaakt en een coupé waarin twee jonge, radeloze ouders drie kleuters in toom probeerden te houden, die elkaar gillend bananen in het gezicht aan het smeren waren. Ik belandde in de geheel lege coupé 14. Ik ging zitten op stoel 46 , de trein vertrok, buiten scheen de zon op de besneeuwde bergen en op mijn tafeltje begon ik van alles uit te stallen dat mijn reis nóg aangenamer moest maken: laptop, boek, koffie...

Toen kwam er een oude dame binnen, in mijn voorheen zo heerlijk lege coupé. Ze wenste mij een Guten Morgen, maar ze keek moeilijk. En ze zei: ‘Het doet mij leed, maar u zit op mijn plaats.’ Ik schonk haar een minzame glimlach. ‘Nee, het doet míj leed, dit is míjn plaats. Maar ik wil best een stukje opschuiven als het u plezier doet.’

Nou, dat viel niet goed. ‘Als het wirklich uw plaats was, zou ik u nooit vragen op te staan’, zei de vrouw zuur. ‘Maar ik ben er ganz sicher van dat het de mijne is.’ Nou ja, zeg... Ze liep met een ijzig gezicht de coupé uit en kwam even later terug met een conducteur die zichtbaar vaker met dit bijltje had gehakt.

‘Deze dame heeft stoel 46’, zei hij tegen me. ‘Ik heb óók stoel 46!’, riep ik schril en toonde mijn kaartje. Hij wierp er een blik op en sprak droog: ‘Ja, in coupé 14. Dit is coupé 13.’

Het duurde nog vrij lang voor ik was afgedropen, met al mijn spullen. De oude wenste mij vals ‘Trotzdem ’ne gute Reise’. Maar dat hielp niet, want in coupe 14 zaten die drie kleuters. Ze hadden inmiddels, hoog en schel, het lied Schnappi das kleine Krokodil aangeheven en aten met hun handen Nutella uit een pot.

De vlekken zitten nog op mijn jas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden