De kast van mijn kinderen ziet er genderneutraaltechnisch best goed uit

.

Een deprimerend tekstje, als ik het louter en alleen op mijn eigen leven betrek, las ik eergisteren in deze krant: 'Wanneer beginnen meisjes het vertrouwen in hun intellectuele capaciteiten te verliezen? Op hun 6de, tegelijk met het wisselen van hun melktanden.'

Nou. Fijn. Want wie heeft er een dochter? Ik. Is zij 6 jaar? Ja. Wisselt ze haar melktanden? Ze verliest ze wekelijks. Tegelijkertijd met, veronderstelde ik nu, een deel van haar vertrouwen in haar intellectuele capaciteiten. Misschien moest ik het niet letterlijk per tand omrekenen, dat wist ik niet, want ik heb zelf allang mijn melktanden gewisseld dus ik ben het vertrouwen in mijn eigen intellectuele capaciteiten al jaren kwijt.

Deze twee zinnetjes stonden als een ietwat wonderlijk terzijde naast een artikel over de teksten op kindershirts. Kort gezegd was het probleem dat teksten op meisjesshirts vaak beperkt bleven tot 'Yay' of 'I am a butterfly' terwijl er op jongensshirts een heleboel feitelijke informatie over de planeet Mars stond. Meisjes worden door hun T-shirts dus behandeld als iemand die 'Yay' zegt, terwijl jongens als mogelijke toekomstige astrofysici worden gezien.

Ik nam de kledingkast van mijn zoon en dochter door. Ondanks mijn aversie tegen shirts met teksten hadden ze toch de nodige woorden op hun shirts staan. Mijn dochter had: 'Mama Sé', 'Atomic Love Explorer' en 'Ajax'. Mijn zoon had: 'Kaboom', 'Luna Four' 'Cross Desert Challenge 1987', 'Tender', ook 'Ajax' en verder alle namen van alle voetbalclubs die er ooit bestaan hebben.

Genderneutraaltechnisch vond ik dat ik best goed zat. Mijn dochter had dus Ajax en iets met het woord atoom, en mijn zoon had Tender, al was dat niet goed leesbaar want dat shirt was al heel vaak in de was geweest.

Ik legde de shirts terug en vroeg me af of je jezelf dommer zou vinden als je moeder je een shirt liet dragen met een tekst van K3. Want dat is Mama Sé.

En ik dacht terug aan mezelf toen ik 6 was. Ik woonde in Amerika, was in de ban van de boekenserie Little House on the Prairie en wilde alleen nog, net zoals de eind 19de-eeuwse Amerikaanse prairiebewoners, jurken met hoge kragen dragen. En een bonnet, zo'n stoffen hoed met een luifel en een lint. En die droeg ik ook. Verder zat ik in het hoogste leesgroepje van mijn Amerikaanse klas en werd daarover door mijn vader aanhoudend geloofd en geprezen. Mijn waarschijnlijk net iets te grote zelfvertrouwen over mijn eigen intellect begon rond die leeftijd wortel te schieten. En dat ondanks het feit dat mijn melktanden eruitvielen en ik in een amishjurk rondliep.

Dus het kan goedkomen, wat voor kleding je dochter ook draagt. Als je tenminste vindt dat het goedgekomen is als je kind zichzelf bijna altijd de slimste vindt en een pioniershoed op heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden