Column Max Pam

De kans is groot dat de spijt van jihadbruiden vooral zelfbeklag is

. Beeld .

The Devil Next Door, de zojuist uitgebrachte serie van Netflix, geeft een indrukwekkend beeld van de inspanningen die justitie zich moet getroosten om een oorlogsmisdadiger veroordeeld te krijgen. In vijf delen geven de makers een overzicht van de bijna 25 jaar die nodig zijn geweest om Iwan Demjanjuk, bewaker in het vernietigingskamp Sobibor, schuldig te verklaren. En zelfs die 25 jaar waren niet genoeg. Demjanjuk stierf op 91-jarige leeftijd, terwijl zijn laatste beroep in München nog niet was afgehandeld. Volgens het Duitse recht kan een overledene niet meer worden veroordeeld, zodat je mag volhouden dat over Demjanjuk nooit een laatste oordeel is uitgesproken.

De geschiedenis herhaalt zich zelden helemaal, maar het blijft nuttig om te zoeken naar parallellen en analogieën. Als het al zo veel moeite heeft gekost om Demjanjuk voor zijn misdaden achter tralies te krijgen, wat staat ons dan nog te wachten bij eventuele processen tegen IS-strijders?

Bij de opsporing van nazi’s had men een paar voordelen. Er is aan het eind van de oorlog bewijsmateriaal vernietigd, maar er bleef ook ontzettend veel over omdat Duitse overheidsinstanties nu eenmaal geneigd zijn alles zo nauwkeurig mogelijk vast te leggen. Ook was er nauwelijks een taalprobleem. Nazi-jagers, historici en andere onderzoekers kenden Duits of leerden het snel. Misschien waren zij ooit wel eens in Duitsland geweest. De geallieerden en de Sovjets maakten aantekeningen en rapporten. Processen werden gedocumenteerd en in archieven bewaard.

Daar zal in Irak en Syrië nauwelijks sprake van zijn. Verder zal de taal voor veel aanklagers vreemd zijn. Nederland en andere westerse landen beschikken over een functionerend rechtssysteem, maar dat moet aldaar nog allemaal worden opgetuigd. Ik kan mij daarom nauwelijks voorstellen dat er ook maar iets terecht komt van de processen tegen jihadisten noch in Irak, noch in Nederland. Het gaat sowieso jaren duren en de getuigen zullen steeds emotioneler en steeds onbetrouwbaarder worden. Wat wij gerechtigheid noemen, zal ver weg blijken.

Nederlandse jihadisten die naar Syrië zijn vertrokken om mee te helpen bij het stichten van het Kalifaat moet je niet vergelijken met NSB’ers, maar met SS’ers die naar het Oostfront gingen. Zij traden in vreemde krijgsdienst, verloren hun Nederlanderschap en doken later zoveel mogelijk onder om uit handen van hun aanklagers te blijven. De Sovjets hadden doorgaans minder consideratie en dat krijgsgevangenen na jaren toch nog die Heimat wisten te bereiken, kwam alleen maar omdat zij onderweg niet waren doodgevroren. Achteraf bezien is dat misschien nog de beste oplossing geweest, want in de Duitse naoorlogse rechtsstaat is slechts een fractie van de oorlogsmisdadigers voor het gerecht gebracht en veroordeeld.

En dan de vrouwen. Over vrouwen aan het Oostfront is door de Amerikaanse historicus Wendy Lower een indringend boek geschreven: Hitlers Furiën. Het zijn er tienduizenden geweest en daar zaten heel fanatieke bij, die in hun misdadigheid de mannen nog probeerden te overtreffen. Het is een mythe dat vrouwen aan het Oostfront slechts apolitieke deelnemers waren. In Polen en in Oekraïne deden vrouwen mee aan de jachtpartijen op Joden, vaak een gezellig uitje, waarbij Joodse gevangenen als fazanten werden losgelaten om op te schieten. Verpleegsters, secretaresses, onderwijzeressen of gewoon echtgenotes wisten hoe je een dodelijk spuitje moest geven, als het zo even uitkwam. Dat werd zelfs als een plicht beschouwd en zij verbaasden zich er niet over wanneer na terugkomst van verlof ineens alle Joden uit stad of dorp waren verdwenen.

‘Die mensen begrijpen hun eigen vernedering niet.’

Volgens Lower zijn op de 40 miljoen inwoners van het Derde Rijk zo’n 13 miljoen vrouwen op de een of andere manier betrokken geweest bij de Holocaust of de andere nazistische misdaden. Na de oorlog zijn die vrouwen veel meer met rust gelaten dan de mannen, vooral dankzij de maskerade om zelf het slachtoffer te spelen. Wendy Lower is daar heel duidelijk over en zij meent zelfs dat het buiten schot blijven van vrouwen de grootste teleurstelling is van de naoorlogse rechtsgang.

Wij hoeven ons geen enkele illusie te maken over de houding van de jihadbruiden tegenover het zegenend werk van de islamitische staat. Hun boerka’s zijn niet alleen een uiting van religieus vertoon, zij symboliseren ook de inktzwarte schaamte van mensen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan genocide en andere oorlogsmisdaden. Het duistere binnenste van hun boerka’s kan het daglicht niet verdragen.

Er zullen vast vrouwen zijn die oprecht spijt hebben. Zelfs in het goede is niets menselijks ons vreemd. Maar de kans is groot dat hun spijt vooral zelfbeklag inhoudt en is bedoeld om aan het onaangename leven van het kamp te ontsnappen. Eén ding lijkt me zeker: die vrouwen zijn volkomen ongeschikt om kinderen op te voeden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden