VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg

De Kamer is een reservaat voor hoogopgeleiden en dat moet anders, vindt dit Kamerlid

null Beeld

De roep om nieuwe bestuurscultuur klinkt overal. Zo maakte ik vorige week kennis met Derk Boswijk, nieuw Kamerlid van het CDA. Man met een interessante portefeuille, hij combineert Defensie en Landbouw. Het is voor het eerst sinds lang dat een niet-landbouwer die voor het CDA cruciale sector krijgt toebedeeld. Boswijk wil zijn kennis vergroten door elke vrijdagochtend een boer te helpen. Komende vrijdag staat hij om zes uur in de stal bij Nico de Dood, melkveehouder in Waverveen. ‘Zo leer ik in een paar uur meer dan van stapels rapporten.’ Het levert bovendien leuke filmpjes op voor YouTube.

Derk Boswijk: Kamer moet diverser. Beeld
Derk Boswijk: Kamer moet diverser.

Boswijk (32) is een stapelaar en wil dat graag weten. Hij deed mbo, vmbo, hbo, begon een ingenieursbureau, werd projectontwikkelaar en schreef en passant drie boeken. Het laatste ging over Theodore Roosevelt, die hij een progressieve populist noemt.

Zijn punt: praktisch geschoolde mensen zoals hijzelf, die vind je amper nog in de Tweede Kamer. Met als gevolg dat burgers zich niet herkennen in wat er in het parlement gebeurt. ‘We zijn een volksvertegenwoordiging. Mensen moeten denken: die lijkt op mij, die komt op voor mijn belangen.’ Bovendien: diversiteit zorgt altijd voor beter beleid. Dus moet je zorgen dat de Kamer niet alleen genoeg vrouwen, minderheden, ouderen en niet-Randstedelingen telt, maar ook praktisch geschoolde mensen. Boswijk: ‘Scoutingcommissies, kijk niet alleen naar mensen die precies zijn zoals jij.’

Die praktische types vind je volgens Boswijk door beter te scouten op lokaal en provinciaal niveau, en door de vergoedingen voor staten- en gemeenteraadsleden te verhogen, zodat ook mensen die minder goed verdienen de politiek in kunnen. Op een kast in zijn werkkamer ligt een militaire baret, Boswijk is reserve-officier. ‘Ik heb een can-do mentaliteit. De Haagse politiek is eerder reactief dan proactief. Dat moet anders.’

Het probleem dat Boswijk signaleert is niet nieuw. Bij de SP vind je geen worstenmakers (Jan Marijnissen), matrozen (Remi Poppe) of fabrieksarbeiders (Ali Lazrak) meer; machinebankwerker Frans Moor, die in 1991 de Kamer verliet, was de laatste arbeider van de PvdA-fractie. We leven in een diplomacratie, met de Kamer als reservaat voor hoogopgeleiden. Kamerleden hebben doorgaans een universitaire opleiding, minstens hbo. Bij Forum voor Democratie bijvoorbeeld is iedereen universitair geschoold, de SP doet er amper voor onder. Kamerleden met een praktische opleiding vind je nog bij de PVV en opmerkelijk genoeg bij D66, dat een aantal stapelaars in de fractie heeft.

Een paar dagen na onze kennismaking stuurt Boswijk een filmpje van NPO Start. Het is een interview met Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde, die wandelend over het Binnenhof precies beschrijft wat Boswijk benoemde. Hij schildert het loopbaanpad dat loopt van campagnevrijwilliger en fractiemedewerker via lobbyist of consultant naar het Kamerlidmaatschap. ‘Die hebben alleen Haagse ervaringen’, constateert Bovens. Ze zijn hoogopgeleid, dus leven langer, zijn gezonder, verdienen meer en hebben betere huizen. Die hoogopgeleiden, volgens Bovens 90 procent van de Kamerleden, spiegelen zich aan het gymnasium en het hockeyveld. Zijn conclusie: ‘Daardoor zul je zien dat hoogopgeleide kiezers vaker hun zin krijgen.’ Hun belangen bepalen in sterke mate de politieke agenda.

Een feest der herkenning, noemt Boswijk de uitzending. Volgens hem was de toeslagenaffaire niet zo ontspoord als Kamerleden hun voelsprieten verder in de samenleving zouden hebben. ‘Beleid mag niet zo ingewikkeld worden dat niemand de uitvoering nog begrijpt.’

De gedachtengang van Boswijk is verder aan te scherpen. Heel veel Kamerleden zijn afkomstig uit wat Bovens de kring van parapolitici noemt, ‘politieke ondersteuners die op of om het Binnenhof hun brood verdienen’. Denk aan fractiemedewerkers, woordvoerders, partijbonzen, beleidsambtenaren, lobbyisten of consultants. Volgens een onderzoek dat op website Stukroodvlees is gepubliceerd, zouden van de in maart aangetreden Kamerleden er 64 een betaalde parapolitieke functie hebben gehad. Meer dan de helft van de top-20 van de VVD-fractie heeft zo’n achtergrond. Die weten hoe ze in Den Haag in het gareel moeten lopen, maar hebben geen ander referentiekader dan het Binnenhof. Geen wonder dat zaterdag op het VVD-congres een motie wordt ingediend die oproept Kamerleden te selecteren op ‘kritisch vermogen en niet op Haagse achtergrond’.

Ook dat hoort bij die nieuwe bestuurscultuur voor het Binnenhof.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden