Column Peter Buwalda

De Jean-Paul Sartre van de NS ­Publieksprijs uithangen, waarom niet

Iedereen die gaat slapen wordt graag weer wakker, ’s ochtends. Maar ’s nachts juist niet.

Enfin, vannacht werd ik dus wakker, het was 3 uur zoveel. Naast me lag Jet, diep in slaap. Ik pakte haar hand vast. En wat deed die hand? Die schudde de mijne.

‘Aangenaam’, mompelde ik verrast, maar Jet sliep gewoon door.

Ja, nu was ik helemaal wakker. Ik lag te lachen, snapt u. Dat had ik weer, normale mensen liggen wakker van de kopzorgen. Ze proberen aan iets leuks te denken, daarom besloot ik aan iets naars te denken.

De holocaust? Te groot. Ad van Liempt? Te klein.

Ik koos voor de NS Publieksprijs. Hoewel ik genomineerd ben, wat een schrijver vrolijk zou moeten stemmen, vind ik het een naar prijsje. Het begint al met de nominaties, te weten de zes bestverkochte boeken van het jaar. Dus niet de zes beste boeken, maar de zes commercieel succesvolste. Dat is een lullige actie, iemand die al succes heeft nog meer succes bezorgen (plus geld en gratis reizen) omdát hij succes heeft.

De volgende weeffout: het publiek mag stemmen. In theorie is daar weinig mis mee, maar alleen in theorie. Als het goed is luidt die theorie dat het ­publiek in 27 dagen snel even de complete shortlist leest, de zes boeken zorgvuldig tegen elkaar afweegt en op grond daarvan een favoriet aanwijst.

Gebeurt niet. Mensen stemmen op René van der Gijp. En als René van der Gijp niet meedoet, stemmen ze op het boek dat ze toevallig al kennen. Daarom wint meestal de grootste bestseller. (Ik checkte het op Wikipedia en het leek te kloppen.) Met als enige gevolg dat die bestseller nog iets ­groter wordt.

Het begon te werken – ik lachte al minder hard. En ik was nog niet eens bij de derde weeffout: de prijs stimuleert ­gênant gedrag. Het feit dat de meeste stemmen ­gelden, maakt bij bepaalde schrijvers – ik zal geen ­namen noemen – iets onappetijtelijks los. De lui op wie ik doel willen zo graag winnen dat ze campagne gaan voeren. De schrijver die stemmen ronselt. Niet onder mensen die hij kent, zoals familie of vrienden, wat nog te verdragen valt, maar lukraak, overal – alsof hij Mark Rutte is. Dat laatste is een onartistieke misvatting.

Dat komt ook door de prijs, vind ik. Volwassen mensen die een boek hebben geschreven blootstellen aan verkiezingen, is niet goed. Het hoort niet bij literatuur. Het hoort zelfs niet bij sport. Stel je toch Johan Cruijff voor die op Facebook loopt te leuren – laat staan Willem Frederik Hermans.

Lag ik toch weer te lachen, zeg. Hermans met die kaak als een scheermes die om stemmen bedelt. ­Ondenkbaar. Een afknapper bovendien.

Anderzijds was er nog geen Facebook in de tijd van deze heren. En ook geen NS Publieksprijs. Het is ook de techniek die latente sneuheid uitlokt. De ­sociale media zijn een soort Tweede Wereldoorlogje, waar de sneuheid van de schrijver beproefd wordt. En als je het zo bekijkt, ben ik zelf een beetje een ­meeloper. Ik laat me wel die shortlist aanleunen, ­namelijk. Ik had moeten weigeren!

Nou ja, kan nog. Stem maar niet op mij, zou ik zeggen. En als ik dat ding onverhoopt win, zal ik hem weigeren, oké? (De Jean-Paul Sartre van de NS ­Publieksprijs uithangen, waarom niet.) 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden