De Kwestie Peter de Waard

De inkomensongelijkheid neemt al jaren niet meer toe, maar zo voelt het niet

De inkomensongelijkheid in Nederland neemt sinds 2011 niet meer toe. Als iemand al boven modaal uitkomt, zijn de Rutte-kabinetten er als de kippen bij om dat weg te belasten. En de vermogensongelijkheid neemt sinds 2014 zelfs af, zo concludeerde deze week het CBS.

Alleen voelt het helemaal niet zo. De haves, neem prins Bernard junior met zijn driehonderd pandjes in Amsterdam, worden door de explosieve stijging van de vastgoedprijs rijker dan rijk. En de have-nots –studenten en starters met flexibele banen die noodgedwongen een van de Oranje-pandjes moeten huren – stapelen de ene schuld op de andere. De rijken hebben aandelen (die doen het goed), terwijl de rest een spaarrekening heeft die bij deze rente een schip van bijleg is geworden. Gisteren luidde Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds nog de noodklok over toenemende armoede bij 400 duizend kinderen.

Begin deze eeuw haalde het woord gevoelsinflatie de Van Dale. Na de invoering van de euro voelden Nederlanders dat het leven veel duurder werd, hoewel het uit de statistieken niet bleek. Zoiets lijkt nu ook het geval te zijn met de ongelijkheid. Mensen voelen meer ongelijkheid, mogelijk omdat televisie en sociale media meer aandacht hebben voor de succesrijken uit de Quote 500 dan de mislukten uit de achterstandswijken. Ook zou het kunnen dat mensen meer met hun rijkdom te koop lopen dan vroeger, doordat ze hun Ford Mondeo hebben ingeruild voor een pick-up.

Het is niet zo dat de statistieken van het CBS fout zijn. Het CBS baseert zich op de zogenoemde gini-coëfficient – een kerngetal waarbij 0 zegt dat iedereen precies evenveel heeft en 1 dat één iemand, bijvoorbeeld prins Bernhard junior, alles heeft. In Nederland is de gini voor inkomensongelijkheid al sinds 2011 0,29. Bij vermogensongelijkheid is die veel groter (veel ongelijker) met 0,79 procent. Maar het is wel 0,02 procentpunt lager dan in 2014.

Die daling is veroorzaakt door de stijging van de huizenprijzen. Jan modaal – die heeft al zijn vermogen in het huis zitten – ziet daardoor zijn vermogen sneller toenemen dan de gemiddelde multimiljonair voor wie het huis slechts een klein deel van een bezit is.

Alleen is de gini maar één manier om ongelijkheid te meten. Nederland is na de VS het meest ongelijke land van de 36 Oeso-landen. Volgens de CBS-cijfers heeft 10 procent van de huishoudens in Nederland 64 procent van het vermogen van 1260 miljard euro (exclusief pensioenen) en 90 procent slechts 34 procent.

Heel anders zou de statistiek zijn als de rijkste 10 procent wordt vergeleken met de armste 10 procent. Dat gat is alleen maar groter geworden. En als de rijkste 1 procent wordt vergeleken met de armste 1 procent is dat gat nog veel groter.

Nederland is een erg ongelijk land geworden sinds de jaren van het kabinet Den Uyl. Alleen is dat in de drie kabinetten van Rutte ongeveer gestabiliseerd. Als de gini-coëfficent de enige leidraad daarvoor is.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden