Opinie

De ijzeren wilskracht van David Bowie

Teruglezen - David Bowie 69 jaar

Vanaf 1971 nam David Bowie zijn creatief talent met indrukwekkende discipline in eigen hand. Afgelopen zaterdag publiceerde de Volkskrant onderstaand verhaal ter gelegenheid van Bowies 69'ste verjaardag.

Foto Getty Images

Toen in mei 2013 een Canadese astronaut vanuit de ruimte een David Bowie-nummer vertolkte, beleefde de wereld een bijzonder moment van herkenning. Space Oddity uit 1969, het fameuze verhaal van Major Tom, is een iconische, klassieke popsong die ook nu nog niets van zijn kracht heeft verloren.

Ruim vier decennia is een lange tijd. En het beeld dat veel mensen nu van dit nummer hebben, zal niet op alle punten stroken met de werkelijkheid van toen. Want een megahit was Space Oddity niet. Na een trage aanloop werd uiteindelijk de 5de plaats bereikt in de Britse hitlijst. Op zichzelf niet slecht, maar in Amerika deed de single helemaal niks en een 'doorbraakhit' op Bowies eigen thuismarkt bleek het evenmin.

Het zou nog drie jaar duren, tot zomer 1972, voordat David Bowie in eigen land een serieuze rockster werd, met zijn album The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars. Drie moeizame jaren van achter elkaar floppende follow-upsingles, en meteen weer een gecrasht album. Na Ziggy Stardust zou vergelijkbaar succes in Amerika nog opnieuw drie jaar op zich laten wachten: tot 1975, het jaar van het album Young Americans. Ook in 1975 had David Bowie dan eindelijk in eigen land zijn eerste nummer 1-hit, met een heruitgebracht Space Oddity. In de Britse markt voor singles was dit zijn zevenentwintigste poging.

Al vanaf 1962 zette David Bowie, pas 15 jaar oud en toen nog gewoon David Robert Jones, zijn eerste professionele stappen in de muziek. De ene band na de andere verslijtend, met intussen vergeten namen als The Kon-Rads, The King Bees, The Lower Third, The Manish Boys, deed hij steeds weer opnieuw een gooi naar succes dat consequent uitbleef.

Dat hij toch als beroepsmuzikant het hoofd boven water kon houden, kwam doordat in het Engeland van na 1963, het jaar van de doorbraak van The Beatles, een bijna onbeperkte vraag was naar livebands, in alle soorten, maten en kwaliteiten. Ook de platenindustrie werkte toen op een nieuwe, laagdrempelige manier, waarbij tweede, derde of zelfs vierde kansen graag werden gegeven. Je wist immers maar nooit of die volgende single of dat volgende album wél zou aanslaan.

Foto anp

Zelf liedjes schrijven

De sleutelfactor was de belofte van nieuw, zelfgeschreven songmateriaal. Voorbij was de tijd waarin popsterren niet meer waren dan vooruitgeschoven en inwisselbare marionetten van een anonieme songwritersindustrie. Wie nu wilde scoren, opnieuw in navolging van The Beatles, schreef zelf zijn eigen muziek.

Ook David Bowie wist dat dit zo werkte, maar liep steeds tegen één probleem aan: zelf schrijven lukte hem niet. Tenminste niet op een manier die uitstak boven de grauwe middelmaat. Hoeveel radicale stijlvernieuwingen hij ook uitprobeerde, van pop naar cabaret, naar vaudeville, naar (zelfs een tijdlang) mime, naar akoestische folk - het leverde weinig op.

Ook toen al werd hij vooral geleid door artistieke ambities buiten de mainstreampaden van de popmuziek. Maar ook zijn pogingen om, in zijn eigen woorden, af en toe 'top ten rubbish' te schrijven, liepen op niks uit.

De singles die van hem op de markt kwamen, al vanaf 1964, waren soms best aardig, net als zijn debuutalbum David Bowie in 1967. Met beslist iets eigens, zeg rapportcijfer 6,5. Maar net meer dan 'voldoende', was in die maalstroom van muzikale creativiteit in het Engeland van de jaren zestig niet genoeg om zelfs maar de lagere regionen van de hitlijsten binnen te dringen.

Zelf heeft David Bowie hier later over gezegd: 'I didn't know how to write a song - I wasn't particularly good at it. I had no natural talents whatsoever.' Maar wat Bowie aan aangeboren schrijftalent miste, bleef hij proberen te compenseren door na elke nieuwe teleurstelling gewoon stug door te gaan. Natuurlijk waren er momenten dat zelfs hij er niet meer in geloofde. Zoals in 1967, na het floppen van zijn eerste album, toen hij zich 'I'm thinking of chucking it in' liet ontvallen en erover dacht om maar boeddhistische monnik te worden. In plaats hiervan nam hij baantjes aan als schoonmaker en hulpje in een fotokopieershop.

Discipline en volharding

In 1971, toen het succes van Space Oddity alweer was vervaagd, wist Bowie dat het nu of nooit was. En nam hij zijn creatief talent in eigen hand, in een ultieme poging die vóór alles een explosie van ijzeren wilskracht was. 'I forced myself to become a good songwriter. And I became a good songwriter. I made a job of work at getting good.'

Met steun van een nieuw instrument, de piano in plaats van een gitaar, sloot hij zich af in sessies van eindeloze duur, met een discipline en volharding die op de mensen om hem heen grote indruk achterliet. ('This was the most hard-working guy... Talk about diligent, he redefined the word.') En overwon hij, met eerst het album Hunky Dory, met schitterende songs als Changes, Oh! You Pretty Things en Life on Mars; en bijna meteen daarop met Ziggy Stardust.

Tekst gaat verder onder het filmpje.

Flip Vuijsje is zelfstandig redacteur en publicist. Foto .

Talent dwing je af, is hier de les. Ook een talent als dat van David Bowie, dat in het decennium dat volgde de wereld keer op keer versteld zou doen staan. Zeven jaren van volharden tot aan het eerste bescheiden hitsucces. Tien jaren tot aan de eerste albumdoorbraak in eigen land. Dertien jaren totdat ook Amerika aan zijn voeten lag.

David Bowie was hierin niet uniek. Ook andere grote namen uit de klassieke pop- en rockmuziek moesten eerst jarenlang dóórzetten, tegenslag na tegenslag overwinnen, en onvoorstelbaar hard werken in het fysiek slopende livecircuit van toen, allemaal zonder enige zekerheid van succes.

De twee meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden zijn (alweer) The Beatles en Elton John. Maar ook zij voor wie een doorbraak wat sneller kwam, zoals The Rolling Stones, toonden in hun begintijd een prestatie- en arbeidsmoraal, en een gedrevenheid en doorzettingsvermogen, van de allerhoogste orde.

Dit is een kant van de geschiedenis van de rock- en popmuziek die steevast onderbelicht blijft. 'Babyboomers', zo wil veel beeldvorming van nu, waren verwende, luie, gemakzuchtige hedonisten, die alles vanzelf in de schoot is komen vallen. Los van de vraag of dit wel klopt: voor die pioniers van de pop- en rockmuziek gold in extreme mate het omgekeerde. Met als meest bijzondere voorbeeld de man die vandaag 69 jaar geleden, op 8 januari 1947, in Brixton in Zuid-Londen werd geboren.

Flip Vuijsje is de auteur van Mickonomics: De zakelijke kracht van de grootste rockband ooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.