Column Frank Kalshoven

De huidige tussenweg waarvoor gekozen wordt, breekt het onderwijs op

Gelukkig heeft de Onderwijsraad, tegen de heersende mode in, de politiek deze week geadviseerd scholen te blijven betalen met een door besturen vrij aan te wenden budget, de zogeheten ‘lumpsum’. Menigeen is hier juist verontwaardigd over en zou graag zien dat de politiek scholen opdraagt x procent van het budget aan y te besteden.

Het debat over de bekostiging van onderwijs zou liefst breder gevoerd worden, een breedte die de Onderwijsraad in zijn advies niet opzoekt. Het punt hierbij is: we kunnen kiezen tussen verschillende systemen en voor de twee hoofdvarianten is veel te zeggen. Maar Nederland kent een middenweg en die veroorzaakt problemen. Laten we het daarom hebben over onderwijssystemen, dan komen we vanzelf tegen hoe je een en ander bekostigt en wie wat waarover te zeggen heeft.

Systeem 1: de overheid organiseert het onderwijs. Er zijn landen waarin de overheid het (funderend) onderwijs niet alleen betaalt, maar ook organiseert. Onderwijsmensen zijn ambtenaren, de docenten evengoed als de schoolbazen. De overheid betaalt het onderwijs. Inhoudelijker: de overheid stelt het curriculum vast (wat de kinderen moeten leren), stelt normen op over kwaliteit, en legt vast hoe geëxamineerd wordt.

Het schoolsysteem als overheidsbureaucratie heeft voordelen. Democratisch gekozen vertegenwoordigers nemen de besluiten over het onderwijs voor alle kinderen in het land. Ook over het wat en het hoe en hoeveel dat kosten mag. De politiek kan dan ook met recht zeggen: ik wil dat x procent van het budget aan y wordt besteed. Omdat de schoolorganisatie (regionale) schaal heeft, kunnen docenten makkelijk van school wisselen. Scholen die slecht presteren, krijgen op hun kop van de regionale schoolbaas. Toezicht is georganiseerd als (aparte) ambtelijke dienst.

Voor nationalisatie van het onderwijs, kortom, is echt wat te zeggen. De overheid stuurt en bepaalt. Uiteraard kent zo’n inrichting ook nadelen, samen te vatten als: een overheidsdienst is bureaucratisch en inefficiënt, niet per se klantvriendelijk, kan zich maar moeilijk aanpassen aan (lokale of nieuwe) omstandigheden, en is vatbaar voor politieke stemmingswisselingen.

Systeem 2: concurrerende scholen. In dit systeem treedt de overheid óók krachtig op, maar in plaats van zelf de onderwijsproductie ter hand te nemen, schept zij (alleen) de randvoorwaarden waaronder anderen dat doen. Op te beginnen geeft de overheid vouchers aan ouders waarmee ze bij scholen onderwijs kunnen kopen voor hun kinderen. Vervolgens definieert de overheid het curriculum en uniforme examens. Tenslotte garandeert de overheid vrije mededinging.

Ultieme lumpsum

Onderwijsaanbieders zijn volkomen vrij in de besteding van het geld dat ze binnen krijgen via de vouchers van ouders – de ultieme lumpsum. Ze kunnen naast onderwijs aanvullende diensten aanbieden, zoals kinderopvang. Waar in het eerste model de overheid stuurt, stuurt in dit model ‘de markt’. Scholen die slecht presteren, moeten snel hun leven beteren en gaan anders failliet. De uniforme, landelijke examens maken leerlingenscores goed vergelijkbaar. Docenten zijn werknemers van onderwijsaanbieders en die concurreren om de beste docenten binnen te halen. Een onafhankelijk onderwijsinspectie ziet toe op de minimumkwaliteit.

Een onderwijsmarkt heeft ook nadelen. Als maatschappij willen we dat scholen concurreren op toegevoegde waarde voor leerlingen, maar ouders kunnen vatbaar blijken voor frivolere verkoopargumenten. Aanbieders op een vrije schoolmarkt zouden ‘moeilijke kinderen’ kunnen mijden en zich toeleggen op ‘kersen plukken’ (‘cherry picking’). Net als in het staatsmodel zul je manieren moeten verzinnen om de inherente nadelen van het systeem te dempen.

Twee duidelijke modellen dus. Nederland kiest een tussenweg, en dat breekt ons op. Volgende week zien we hoe.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.