Opinie Zwarte Piet-discussie

De hang naar Zwarte Piet en andere oude symbolen vraagt om meer dialoog

Een grote groep landgenoten voelt zich onzeker, miskend en machteloos. Het wegvallen van Zwarte Piet is het zoveelste verlies. Als de bovenlaag voor deze gevoelens geen oog heeft, dreigen gevaarlijke conflicten.

Ongeregeldheden bij de intocht van Sinterklaas in Eindhoven Beeld ANP

‘Zij is een stinkhoer! Hoer van de zwarten!’, riep PSV-supporter Jan vorig weekend naar een anti-Zwarte Piet-activist. Hij heeft er helemaal geen spijt van, zei hij tegen Omroep Brabant. Hij zou het zo weer doen. Alles voor de kinderen.

Menige tv-kijker zag het verbijsterd aan. Hoe kon de bescheiden figuur van Zwarte Piet zoveel agressie losmaken, zoveel lust tot geweld en onbeschaamd racisme?

Het heeft iets surrealistisch, deze verbeten strijd om een fictieve figuur. Toch hoeft hij niet te verbazen. De cultuurstrijd die de westerse wereld in zijn ban heeft, draait behalve om de werkelijkheid minstens zo sterk om symbolen, verhalen en gevoelens. De ban op moslimreizigers van de Amerikaanse president Trump, de antisemitische campagne tegen de Hongaars-Amerikaanse miljardair Soros, de weigering van rechtse Franse burgemeesters om moslimleerlingen in de schoolkantine een vervanger voor varkensvlees te serveren – het zijn symbolische maatregelen om te laten zien wie de baas in ‘eigen’ land is. Zelfs de Brexit was geen doortimmerd plan, maar een symbolisch verhaal om het land weer van ‘ons’ te maken.

In al hun absurditeit lieten de Zwarte Piet-rellen een verscheurd land zien. Het conflict verloopt inmiddels langs vertrouwde lijnen. Volgens een peiling van Kantar had in 2017 ruim eenderde van de hogeropgeleiden begrip voor de mensen die Zwarte Piet discriminerend vinden, tegenover 18 procent in 2014. Onder lageropgeleiden had in 2017 slechts 8 procent begrip, evenveel als in 2014. Een soortgelijke tegenstelling werd gevonden tussen de steden en de periferie.

Terecht wordt de pro-Zwarte Pieten verweten dat zij zich niet kunnen inleven in de gevoelens van zwarte Nederlanders die zich gekwetst voelen door de knecht van Sinterklaas. Maar het omgekeerde is ook het geval. Na de rellen leek op Twitter onder anti-Zwarte Pieten een heimelijk opgetogen stemming te ontstaan: eindelijk hadden de pro-Zwarte Pieten zichzelf ontmaskerd als onvervalste racisten! De relschoppers in Eindhoven en andere plaatsen verdienen geen enkele sympathie, ze zijn de ware deplorables, om met Hillary Clinton te spreken. Deze sensatiebeluste hooligans zijn ook niet representatief voor een meerderheid van de bevolking die Zwarte Piet wil handhaven.

Toch maakte het onwaardige schouwspel op verontrustende wijze duidelijk hoezeer een politieke en maatschappelijke bovenlaag het contact met de onderkant van de samenleving is kwijtgeraakt. Pro-Zwarte Pieten zouden zich ook moeten afvragen waarom er zo veel bitterheid kan ontstaan over iemand die niet bestaat.

De Zwarte Pietenstrijd verloopt volgens een klassiek patroon. Een zelfbewuste minderheid eist haar plaats in de samenleving op. Vervolgens voelt de meerderheid zich bedreigd. ‘Hoeveel dieper moeten wij als Nederlanders nog buigen?’, vroeg de Den Helderse pro-Zwarte Piet-activist Michel Ekkebus in de Volkskrant. Het verhaal wordt vaker verteld: we zijn geen baas meer in eigen land. Maar wie is dan wel de baas? Worden we geregeerd door een coalitie van moslims en Surinamers? Het probleem is juist dat mensen met een migratieachtergrond vaak een zwakke sociale positie hebben. Ze ‘voeren de verkeerde lijstjes aan’, zeggen politici. Hoe kunnen ze dan de baas zijn? Aan migranten worden juist steeds strengere eisen gesteld, schreef de socioloog Jan Willem Duyvendak in de Volkskrant. Oud-minister ­Asscher wilde ze destijds zelfs een contract laten ondertekenen waarin ze de ‘Nederlandse kernwaarden’ onderschreven.

Op één punt hebben Nederlanders, en andere westerlingen, inderdaad gebogen, op tragische wijze. Sinds de aanslag op Charlie Hebdo durft niemand meer de profeet Mohammed te beledigen of te bespotten. Daar staat tegenover dat het gemakkelijker dan ooit is om de islam te bekritiseren en systematisch stemming te maken tegen migranten. Zowel de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst als de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid constateerde een sterke toename van het aantal racistische en xenofobe boodschappen op internet en sociale media.

Immigratie leidt onvermijdelijk tot conflicten en meningsverschillen, waarbij vroeg of laat de vraag rijst wie ‘de baas’ is. Wie moet zich aan wie aanpassen? In de hoogtijdagen van het multiculturalisme wilde nog weleens iemand zeggen dat alle culturen gelijkwaardig waren. In De wereldburger bestaat citeert historicus en Volkskrant-columnist René Cuperus de voormalige PvdA-burgemeester van Groningen, Jacques Wallage. Wie zijn wij, blanke Nederlanders, ‘om het eerste geboorterecht over het land uit te oefenen? Hoezo is Nederland van zijn inwoners? Waarom zouden zijn toevallige inwoners daar enig bijzonder recht op kunnen gelden?’

Een onhoudbare opvatting, zegt Cuperus. Pas Wallages stelling eens toe op het kolonialisme. Zeggen we ook dat Afrikanen als ‘toevallige inwoners’ geen bijzonder recht op hun land hebben, en dat een blanke kolonist in Senegal of Zuid-Afrika evenveel recht van spreken heeft als een zwarte Afrikaan? Geschiedenis doet ertoe, aldus Cuperus. Van generatie op generatie wordt iets als een nationale identiteit opgebouwd, een glibberig en veranderlijk begrip, dat niettemin door burgers als een realiteit wordt ervaren.

Veel hogeropgeleide stedelingen beschouwen het vasthouden aan Zwarte Piet als een nogal bekrompen vorm van identiteitszucht. Maar elke Nederlander heeft een punt waarop hij zegt: dit is ons land en hier doen we het zo. Stel je, als gedachtenexperiment, eens voor dat moslims ons zouden verzoeken om tijdens de ramadan niet op straat te eten of te drinken. Zouden hippe Amsterdammers dan zeggen: logisch, we moeten rekening houden met jullie gevoeligheden en we ontruimen onze terrassen?

Natuurlijk is er een groot verschil tussen religieuze dwingelandij en de nogal onschuldige aanpassing van Zwarte Piet. Over sommige dingen, zoals vrouwen- of homorechten, kun je niet onderhandelen. Maar waarom zou de knecht van Sinterklaas geen ander kleurtje mogen krijgen, als sommige mensen zich daardoor gekwetst voelen? Juist vanwege de futiliteit van deze kwestie rijst de vraag waarom de pro-Zwarte Pieten zo heftig reageren, alsof er iets wezenlijks van ze wordt afgepakt.

Vaak wordt gezegd dat het nieuwe nationalisme vooral leeft bij lageropgeleiden, de ‘verliezers’ van de globalisering. Dat is een nogal grof beeld. Een bouwvakker heeft waarschijnlijk betere vooruitzichten dan menige hoogopgeleide hippe freelance ‘creatieveling’ in Amsterdam. Anderzijds zijn er hogeropgeleiden en mensen met een hoog inkomen die zich ook zorgen maken over de teloorgang van de nationale identiteit.

Toch geeft de huidige samenleving de onderkant heel weinig perspectief, schrijft de vorig jaar overleden Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman in zijn laatste boek, Retrotopia. Sinds de jaren tachtig maakte de sociaal-democratische droom van collectieve lotsverbetering plaats voor een liberale droom van individuele zelfontplooiing. ‘Het doel was niet meer een betere samenleving, maar het verbeteren van je eigen positie binnen een niet te verbeteren ­samenleving. In plaats van de gedeelde beloning voor de collectieve pogingen tot sociale hervormingen, was er de individueel toegeëigende buit van de concurrentiestrijd’, stelt Bauman.

Het is een samenleving die een onbarmhartige boodschap afgeeft aan iedereen die minder dan gemiddeld presteert. De onderkant ploetert steeds vaker in flexbaantjes, terwijl een kleine bovenlaag zich schaamteloos verrijkt. Maar ja, succes is een keuze. Ook de toekomst lijkt niet veel goeds te brengen. De robots staan al klaar om, in eerste instantie, eenvoudig werk over te nemen.

Van de D66-kiezers vindt slechts 3 procent dat Nederland ‘duidelijk de verkeerde kant op gaat’; van de PVV-kiezers 50 procent. Een grote groep – vooral – lageropgeleiden voelt zich onzeker, miskend en machteloos. Het verlies van Zwarte Piet is een zoveelste verlies, opgelegd door een elite die zijn oren laat hangen naar een in hun ogen klein groepje activisten.

Wie niet meer in de toekomst gelooft, gaat over het verleden dromen, zegt Zygmunt Bauman. Zo ontstaat de ‘retrotopie’, het verlangen naar de terugkeer naar een geïdealiseerd verleden, toen er nog geborgenheid en solidariteit bestond, toen ‘we’ nog onder elkaar waren en onbekommerd Zwarte Piet konden spelen, zonder dat iemand erover zeurde.

Er waart een golf van nostalgie door de westerse wereld. Make America Great Again, zegt Donald Trump. In Frankrijk wordt vrijwel dagelijks gerefereerd aan generaal De Gaulle en de naoorlogse periode van de trente glorieuses. Er zit vaak iets mystieks aan deze nostalgie. Het valt moeilijk in te zien hoe Groot-Brittannië beter kan worden van de Brexit en de meeste kiezers begrepen dat ook. Toch koos een meerderheid voor identiteit, alsof het land toch sterker zou worden als het zijn zaken weer in eigen hand zou nemen, als de Britten weer ‘onder elkaar’ zouden zijn. Stonden ze er in 1940 ook niet alleen voor?

De retrotopie is een gevaarlijke droom. Ze kan alleen worden gerealiseerd door mensen met een migratieachtergrond te deporteren of ze zo te onderdrukken dat ze hun eigen identiteit opgeven. Daarom laten de rellen van afgelopen weekend nog eens zien hoe urgent het is de kloof met de onderkant van de samenleving te dichten.

Immigratie zal altijd tot conflicten leiden. Onderscheid maken tussen ‘wij’ en ‘zij’ is een onuitroeibaar menselijk trekje. Maar het conflict zal minder scherp zijn, en de bereidheid om compromissen te sluiten groter, als burgers de toekomst met vertrouwen tegemoetzien.

Vooral in de Angelsaksische media, ooit de pleitbezorgers van het neoliberalisme, wordt veel over deze opgave geschreven: regulering van migratie, beschermen van lageropgeleiden tegen de grillen van de markt en bovenal het vertellen van een nieuw politiek verhaal, waarin onderlinge concurrentie plaatsmaakt voor verbinding en gemeenschapszin.

Op zoek naar nieuwe symbolen van broederschap, als tegenwicht voor de symbolen van de retrotopie. Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan: in de praktijk is er nog weinig te merken van een herleving van het politieke midden dat hoog en laag verbindt.

Zygmunt Bauman besluit zijn boek met een oproep tot dialoog. In Zaanstad werd onlangs zo’n dialoog gehouden, over Sinterklaas en Zwarte Piet. De partijen kwamen niet echt nader tot elkaar, maar wisten in elk geval hun pijn voelbaar te maken.

‘Begrijpt u dat u mij kwetst, als u Zwarte Piet racistisch noemt?’, vroeg pro-Zwarte Piet Kevin aan anti-Zwarte Piet Jessica Effah. ‘Ja, daarom probeer ik ook altijd uit te leggen waaróm ik Zwarte Piet racistisch vind’, antwoordde Effah. ‘Maar als jij me schopt, en ik zeg au, dan houd je toch op?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.