Column Koen Haegens

De grote vraag is wat onze politieke partijen vinden en doen zodra de eurozone in een nieuwe noodsituatie belandt

Er is iets mis met deze Europese verkiezingen. ­Vrijwilligers voor de treinstations delen ijverig hun folders met standpunten uit, van immigratie tot het aanpakken van belastingontwijking. We hebben lang gepraat over een SP-campagnefilmpje en de finesses van Michel Houellebecq. Afgesloten met een debat tussen twee politici die samen amper een op de drie kiezers vertegenwoordigen, en bovendien niet verkiesbaar zijn donderdag. Tot zover alles normaal. 

De olifant in de kamer is de volgende eurocrisis. Niet dat de partijen de eenheidsmunt compleet negeren. D66-lijsttrekker Sophie in ’t Veld durfde zaterdag in de Volkskrant hardop te bevestigen dat Europa niet ontkomt aan een transferunie, waarbij geld vloeit van rijke naar armere gebieden. Haar tegenstrever Derk Jan ­Eppink van Forum voor Democratie zette daar een ­Nederlands vertrek uit de muntunie tegenover.

Wat mist is de urgentie; het idee dat we hier en nu knopen moeten doorhakken. Dat komt doordat de euro zich voor het eerst in een decennium in rustiger vaarwater bevindt. In Italië kan de regering van rechts- en links­populisten elk moment weer in conflict komen met Brussel over het begrotingstekort, in Griekenland ­bedraagt de werkloosheid nog altijd 18,5 procent, maar vanuit Noord-Europa bezien lijkt het wel vrede. Dat drukt zijn stempel op de verkiezingscampagne.

De grote vraag is wat diezelfde politieke partijen vinden en doen zodra de eurozone in een noodsituatie belandt. ‘Soeverein is diegene die over de uitzonderingstoestand beslist’, schreef de Duitse rechtsgeleerde Carl Schmitt (1888-1985) begin jaren twintig. Schmitt was een felle antisemiet die met Hitler heulde. Maar dit inzicht is belangrijk. In de politiek draait het niet om de periodes dat alles kalmpjes aan gaat. Het is in tijden van oproer dat er in sneltreinvaart fundamentele besluiten doorheen worden gejaagd. Dan wordt ook duidelijk hoe de werkelijke machtsverhoudingen liggen.

In een gezonde democratie is die uitzonderingstoestand zeldzamer dan een witte neushoorn. Maar niet met de euro. Met name Angelsaksische economen hebben er op gewezen dat een monetaire unie zonder politieke eenheid – de eurozone dus – nooit stabiel kan zijn.

Achteraf blijken zij de politieke wil in Europa om de boel bij elkaar te houden te hebben onderschat. Dat doet helaas niks af aan het broze karakter van de euro. Zit het economisch tegen, dan kan een lidstaat niet ­zoals vroeger de eigen munt devalueren om weer ­concurrerend te worden. Dan moet er op grond van het stabiliteits- en groeipact keihard bezuinigd worden.

Als die analyse klopt, is de kans reëel dat de eurozone de komende vier jaar minstens één nieuwe crisis beleeft. En dan? Tijdens de vorige eurocrisis grepen de nationale leiders via de Europese Raad het initiatief. Daar mogen we niet op stemmen. Het enige wat de kritische kiezer kan doen is de partijstandpunten er nog eens op naslaan, met het gevaar van die monetaire uitzonderingstoestand in het achterhoofd. Eerlijk is eerlijk: de keuze wordt er vandaag niet makkelijker op.

Meer weten over de Europese verkiezingen en de euro?

Red Europa, doe wat aan die euro, bepleit de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz in dit interview.

Wat moet ik stemmen? Vul de stemchecker in en ontdek wat partijen daadwerkelijk doen in het Europees Parlement (en níet wat ze beloven in campagnes).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden