Verslaggeverscolumn Ariejan Korteweg

De griffier van de Eerste Kamer vertelt, voor één keer

Geert Jan Hamilton, dat is de man die op Prinsjesdag in de Ridderzaal links naast Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol zat. Hij stamt af van Schotse asielzoekers. Zijn voorouders kwamen in de zeventiende eeuw mee met de zoon van de hertog van Hamilton, wiens vader in Schotland was onthoofd. ‘Ik stam niet van de hertog af, die bleef kinderloos’, weet Hamilton. ‘Vermoedelijk is het hele gezelschap Schotten dat met hem meekwam zich Hamilton gaan noemen.’

Hij behoort tot een slag mensen dat je eigenlijk alleen in Den Haag kunt ontmoeten. Onberispelijke heren en een enkele dame van zekere leeftijd, gehuld in een aura van bekwaamheid en discretie. Topambtenaren, bescheiden in de stille wetenschap dat ministers en voorzitters komen en gaan, maar dat zonder hén het land stilletjes zou vergaan.

Zo iemand is Hamilton, griffier van de Eerste Kamer. In de twaalf jaar dat hij in functie was, sprak hij zelden of nooit met de pers. Dat verdraagt zich niet met zijn positie. Nu hij met pensioen gaat, kan het. Voor één keer.

Hamilton: neutraal, integer, dienstbaar.

De griffier is de secretaris-generaal van het parlement. Hij geeft leiding aan de staf van vijftig ambtenaren, zorgt voor een goed verloop van de vergaderingen, beheert het gebouw en heeft een representatieve taak. De  inhuldiging van koning Willem-Alexander in Amsterdam was zijn grote organisatorische klus. Hij doet ook Prinsjesdag. ‘Bloemen, muziek, corps diplomatique, mooi weer – het format blijft hetzelfde.’

Als hij eigenschappen moet noemen die bij zijn functie passen, zegt hij: neutraal, integer, dienstbaar. ‘Je moet weten dat jij niet degene bent die het spel op de bühne speelt. De ambtelijke hand is onzichtbaar aanwezig.’

Geen functieprofiel waar loslippigheid bij past. Een gesprek met Hamilton kan zodoende naar abstractie neigen. Dat hij kan genieten van senaatsdebatten, dat hij het met elke partij weleens hartgrondig eens is, dat hij net terug is van een indrukwekkend bezoek aan de Russische senaat, maar daar inhoudelijk helaas niets over kan zeggen.

Oldtimer met gereviseerde motor.

Diep onder die schil van neutrale wellevendheid schuilen zijn opvattingen, die wel degelijk uitgesproken zijn, zeker als het over het functioneren van de Eerste Kamer gaat. Zoals wanneer D66’er Hans Engels ter sprake komt, die onlangs het inruilen van de senaat voor een constitutioneel hof bepleitte. ‘Als je vindt dat de Kamer tekortschiet in het toetsen van wetsvoorstellen aan de Grondwet, kom dan met concrete voorbeelden. In de commissie over de werkwijze is het niet als probleem naar boven gekomen. Waarom een juridisch circuit optuigen, terwijl er een democratisch gelegitimeerde instelling is die deze taak serieus vervult?’

Of zoals wanneer het over Broekers-Knol gaat, de senaatsvoorzitter die nog twee jaar wil aanblijven om de nieuwe griffier in te werken, maar van haar partij, de VVD, weg moet. ‘De nieuwe griffier zal na de verkiezingen ondersteuning moeten verlenen aan welke voorzitter er ook gekozen wordt’, zegt Hamilton nuchter. ‘Mijn vertrek per 1 oktober heb ik lang tevoren aangekondigd. De nieuwe griffier kan in elk geval nog een heel parlementair jaar samenwerken met een buitengewoon ervaren voorzitter en veel ervaring opdoen.’

Voor het laatst in de vergaderzaal.

In zijn griffierskamer met houten lambrisering en uitzicht op de Hofvijver lijkt de tijd stil te staan. Dat is schijn: de senaat is een oldtimer met gereviseerde motor. Hamilton zal herinnerd worden als de man die van de Eerste Kamer een digitaliseringspionier maakte. In 2010 omarmde hij een noviteit: de iPad. Een jaar later was de senaat een papierarm parlement. Geen koeriers meer die elke vrijdag met pakken papier het land in gingen; met één druk op de knop konden voortaan de vergaderstukken worden gelezen. Hamilton beleefde wat later zijn finest hour bleek: een toespraak in het Europees parlement om uit te leggen hoe een statig instituut in de digitale voorhoede kan belanden.

We hebben allebei Musch gelezen, de historische roman van Jean-Marc van Tol over een roemruchte zeventiende-eeuwse voorganger van Hamilton. Met welk personage hij de meeste affiniteit heeft? ‘Niemand. Zelfs Johan de Witt was naar de huidige maatstaven geen democraat maar een regent. Voor zijn vader, een sympathiek figuur, geldt hetzelfde. En Musch zelf was even bedreven als corrupt. Mijn beeld van de zeventiende eeuw is wat verder weggegleden van het ideaal.’

Lezen en schrijven, dat is wat hij gaat doen. ‘Ik heb geen dagboek bijgehouden, dat is misschien jammer’, zegt hij bedachtzaam. Maar ach, dat zou hij toch niet kunnen openbaren. ‘Ook als oud-ambtenaar bewaar je de discretie.’ Al verheugt hij zich erop na 1 oktober vrijer aan het maatschappelijk debat te kunnen deelnemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.