Column Nico Dijkshoorn

De glasblazer die veel liever buschauffeur had willen worden

Sinds eergisteren weet ik alles over glasblazen, maar dat wil ik dus helemaal niet. Een week geleden wist ik niets over glasblazen en dat beviel goed. Nu is dat anders. Ik zie een vaas en ik denk: mooi geblazen. ‘Hoe meer je weet, des te minder begrijp je’, zal Martin Bril ooit weleens een keer hebben gezegd.

Maar glasblazen dus. En je eigen bier brouwen. Weet ik ook alles van. Leer bewerken, ik ken de fijne kneepjes van het vak. Glas-in-lood: ik knutsel in een halve dag Maria en consorten om een kindje met een waterhoofd.

Ik moet nog uitzoeken wie er schuldig is, maar ik kwam twee dagen geleden op een ambachtsmarkt terecht. Eerst had ik dat niet in de gaten. Ik zocht naar de kraam met badstof sokken. Dat is een traditie. Als ik over een markt loop, dan koop ik vijf paar witte sokken voor 5 euro. Ik heb uitgerekend dat ik met de voorraad witte sokken die ik nu heb tot 2046 elke week een Duitse pornofilm kan draaien.

Opeens stond ik samen met een handvol andere mensen naar een glasblazer te kijken. Eerst snapte ik niet waar ik naar keek. Ik dacht dat de man een uitheems instrument ging bespelen. Hij blies op een dunne stalen pijp. Nu weet ik dat dit het zogenaamde voorblazen is.

Je maakt contact met de pijp. Die pijp maakt de vaas, niet je mond. De mond is slechts een werktuig. De magie zit in de pijp. Ik vertel u ook maar even ­gewoon wat die man allemaal zei. Hij opende een oven, die ik tot dat moment had begrepen als een kippengrill.

Daarna blies hij een vaasje. Verder niks bijzonders, maar aan zijn kop te zien was de blazer er zelf nogal trots op. Hij liet het ons zien. We applaudisseerden. Ik ook. Dan zit je meestal goed. Of er nog vragen waren. Ja die ­waren er. Iemand naast mij wilde weten of de glasblazer als jongen had gedroomd van dit beroep. Het antwoord kwam snel. Nee. Hij was veel liever buschauffeur geworden. Maar als het glas je riep, dan was er geen ontkomen aan. Volgende vraag.

Ik stond tussen een groep nieuwsgierige mensen. Alles wilden ze weten. Of je een bepaald soort schoenen aan moest tijdens het blazen (nee), of hij tijdens het blazen weleens aan andere dingen dacht (ja, ­altijd), wat hij het mooiste glas vond (boeit me geen fuck, glas is glas) en of hij thuis het werk achter zich kon laten (nee, ik sta zondagochtend in de keuken wijnglazen te blazen, nou goed, pipo, volgende vraag).

Alleen ik had nog geen vraag gesteld. Dat werd ongemakkelijk. Ik moest die man in godsnaam maar wat vragen, dan kon ik daarna naar huis. Ik stak mijn vinger op. Dat beviel hem slecht. ‘We zijn hier niet op school. Gewoon vragen. Zeg het maar.’ Nu stond er nog meer druk op. Ik kon nu niet met een heel lullige vraag komen. Als ik die man nu vroeg: ‘Hebt u ooit uw mond per ongeluk aan de verkeerde kant van de pijp gezet?’, dan ging het mis.

Hij keek me aan. Het werd doodstil. Ik hoorde geluid uit mijn mond komen. ‘Blazen, is dat eigenlijk niet ook een soort van zuigen?’ (Ja) .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden