Column Arthur van Amerongen

De geestdrift waarmee ik mijn tuin betrad, verdween snel want alle blaadjes bleken aangetast door druifluis

De geruchten over mijn dood zijn enorm overdreven. Nu moet ik beamen dat het cursiefje van vorige week niet het lichtvoetige gehalte had dat men van mij gewend is. 

Mijn acute doodswens - die de lezers de stuipen op het lijf joeg - werd gelukkig slechts veroorzaakt door het rotweer en de kater.  Ik ga dan ook nooit meer columns tikken in zo’n toestand. Gewoon een uurtje in zee zwemmen is veel heilzamer. Of er in lopen en niet meer terugkomen, zoals de oude Grieken dat deden. Inmiddels is het bijna 30 graden in de Algarve en ben ik weer helemaal mijn prachtige zelf. Onder de douche droeg ik alle versregels voor van Herman Gorters gedicht Mei

Daarna trok ik mijn gaarde in. In de blote bips want het was de Internationale Dag van het Naakt Tuinieren. Een beetje respectloos vond ik het wel want in Nederland werden de oorlogsslachtoffers herdacht. Ik was naakt op mijn roze Crocs na. Niet omdat die mij beeldig staan maar omdat er niets smeriger is dan blootsvoets door een verse hondendrol te glijden.

In een mum van tijd zat mijn adamskostuum onder de mieren, teken, platjes en insecten die ik niet ken. Snel schoot ik in een overall en laarzen. En ik zette een strohoed op want anders zou mijn kale kruin verschroeien. Nu zag ik er uit als Hendrik Jan de Tuinman, een mythisch personage dat werd vertolkt door de legendarische acteur Piet Hendriks. 

De geestdrift waarmee ik mijn tuin betrad, verdween snel want alle blaadjes van de wijnstokken bleken aangetast door druifluis. Gras en onkruid stonden een meter hoog en omdat ik geen maaier heb, probeerde ik het met de machete. Na vijf minuten gaf ik op. Ik was helemaal klaar met die Internationale Klotekutdag van het Naakt Tuinieren en begon weer naar de dood te verlangen. Daarom belde ik senhor João. Die heeft een beest van een grastrimmer en allerlei flesjes landbouwgif. Napalm tegen insecten noem ik het. Ik ben een boeddhist in het diepst van mijn gedachten maar niet in mijn tuin. 

Meneer João, geraakt door mijn wanhoop, kwam meteen. Ik trok mij terug in de studeerkamer want ik vind het nogal feodaal om hem tijdens zijn geploeter op de vingers te kijken en ik schaamde mij omdat ik wederom gefaald had als man. Daar zat ik dan in mijn gestreken overall gedichten van Fernando Pessoa te lezen. Ik ben een mietje: een boekenwurm met druifluis.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.