De geest van André Hazes? Sylvia Witteman tuurt en tuurt, maar ziet 'm niet

Dré Hazes zag wél de geest van zijn vader opduiken op een foto

‘Dré Hazes ziet geest van vader opduiken op foto zoontje’, las ik. De foto stond erbij: het interieur van een auto, met een baby achter het stuur, kennelijk het zoontje van Dré Hazes (het verwekken van nageslacht heeft blijkbaar ten langen leste van Dreetje een Dré gemaakt).

Ik ben dol op verschijningen van gene zijde, of het nu de maagd Maria is op een geroosterde boterham, Jezus Christus op vochtig behang, of Elvis in een pannetje aangebrande havermout; gretig bekeek ik dus de foto van de kleine André Hazes III. Ik tuurde en tuurde, maar het onnozel-tragische vleeshoofd van de oude André wilde maar niet opdoemen. Met veel goede wil zag ik in de vlekken op de achterbank iets dat vagelijk op een konijn leek. Er zijn wel dieren die op André Hazes lijken, maar een konijn? Nee.

Een heleboel andere lezers zagen de maestro wél en vonden de verschijning zelfs helemaal niet raar, want ‘er is nu eenmaal méér tussen hemel en aarde’. Dat zijn dezelfde mensen die het nét over hun overgrootmoeder hadden toen haar ingelijste portret van de schoorsteenmantel lazerde ‘en de poes was niet eens in de buurt’. Ook las ik gisteren iets over een dode vader die elke nacht de babyfoon van zijn kind een stukje verplaatst.

Ik denk dan altijd: het kán natuurlijk zijn dat zo’n overgrootmoeder/ dode vader/ André Hazes ons postuum iets wil mededelen. Stel dat die doden inderdaad de magische kracht hebben een portret om te gooien/ babyfoon te verplaatsen/ te verschijnen op een foto. Dat zou ongelooflijk zijn, niet te bevatten. Vooral omdat een dode die over dergelijke toverkracht beschikt, dan toch ook gewoon een appje of mailtje naar zijn dierbaren kan sturen, bijvoorbeeld met de tekst ‘Heee, ik ben er nog hoor! En trouwens, dat scheikundeproefwerk dat je morgen hebt: het antwoord op vraag 3 is ‘zwaveldioxide en methaan’. Geen dank, liefs, André/ oma/ je vader.’ Dat lijkt me heel wat minder vermoeiend dan iets optillen of omgooien, als je geen lichaam meer hebt.

Terwijl ik dit alles overdacht viel er een grote, ingelijste tekening van de muur boven mijn bureau. Mijn zoontje heeft hem gemaakt toen hij een jaar of 4 was. Indertijd dacht ik dat hij talent had. Zulke dingen denken ouders. Het bleek niet waar, want hij is nu bijna 17 en tekent nauwelijks beter dan toen hij 4 was. Wat leerde ik van deze bovennatuurlijke ervaring? Precies: dat men geen kindertekeningen aan de muur moet hangen, en zéker niet ingelijst. Ik zette de prent op zolder.

Even later kwam mijn zoon thuis uit school met een 4 voor scheikunde. Dát dan weer wel.

s.witteman@volkskrant.nl