Column Hayat

De gedachte om zelf een boek te schrijven stierf onmiddellijk af, getraind als ik was in klein blijven

Door een boek te schrijven, maakt Hayat eindelijk de droom waar van een stoer meisje, dat korter werd gehouden dan goed voor haar was.

Foto Eva Roefs

Mijn fantasie wordt ruim overtroffen door een absurde werkelijkheid: ik sta in een boekwinkel naar mijn eigen boek te staren. Waarom ligt er zo’n met woorden gevuld ding voor het grijpen, zomaar voor iedereen die zin heeft om mijn persoonlijke mijmeringen in zijn tas te stoppen en ermee naar buiten te lopen? Het slaat nergens op om verrast te zijn. Ik heb dat ding nota bene zelf geschreven en de publicatiedatum had ik in mijn agenda voorzien van een meisjesachtig ‘aaaaaaahhh!!’ Dus. Tijd om volwassen te worden.

Vorige week heb ik met mijn man aan het stuur en de kindjes slapend op de achterbank een ritje gemaakt door het dorp waar ik ben geboren. Ik liet hem mijn basisschool zien, de route die ik van daaruit liep naar huis en de kinderboerderij waar ik onderweg langskwam en altijd even een snuit aaide of wat grassprieten door het gaas duwde. Ons oude huis bleek er niet meer te staan: iemand had zomaar, zonder dat vooraf met mij te overleggen, het hele blok gesloopt! Gelukkig leken de nieuwe huisjes op de vorige en stond het huis van de boze oude man op de hoek er nog wel. Ik durfde nog steeds niet bij hem aan te bellen. We reden door langs de supermarkt waar ik als kassameisje had gewerkt, de sloot waarin ik tot twee keer toe een nat pak had gehaald voordat mijn moeder me eindelijk op zwemles deed en langs het huis waar we later hadden gewoond toen ik inmiddels studeerde. ‘Wat een verschil’, zei mijn man toen hij het huisje zag, ‘op die leeftijd woonde ik al lang op mezelf, studeerde ik in Italië en ging ik uit met vrienden’.

Daar raakte hij een gevoelige snaar. Als ik terugkijk op mijn jeugd zie ik een bijdehand grietje dat vrolijk de wereld in keek, veel te druk kwebbelde in de klas (dat commentaar stond elk jaar op mijn rapport) en innig knuffelde met haar hartsvriendinnen. Maar ik zie ook een meisje dat vanaf de pubertijd steeds korter werd gehouden en noodgedwongen klein moest blijven. Ik kan nog steeds verdrietig worden als ik terugdenk aan die tijd en me afvragen hoe ik het leven had kunnen beleven als mijn stoutmoedigheid intact was gelaten. Als niet alles had gedraaid om het gevaar mij als meisje te schande te maken en daarmee eeuwige hel en verdoemenis over mezelf en mijn ouders af te roepen. Ik besprak het gister met mijn vriendin en vroeg haar of wij ook van plan waren onze dochters op te voeden als een maagdenvlies waar toevallig nog een mens omheen hangt. We konden het ons niet voorstellen.

Spijt hebben bij het achterom kijken heeft weinig zin. Verwijten maken aan hardwerkende ouders die het goed bedoelden en zelf ook klem zaten in een systeem, is niet terecht. Vooruitkijken en zelf een nieuw systeem ontwerpen vind ik een beter plan. Ik ben blij dat er tegenwoordig een man als Sahil Amar Aissa is opgestaan, die het opneemt voor de Marokkaanse vrouw en haar autonomie bepleit. Ik ben trots op mijn ouders dat ze hun angsten overwinnen en hun jongste dochter wél in het buitenland laten studeren. En ik was ontroerd toen ik gister een Marokkaanse vader sprak die zijn dochter nog steeds liefdevol koestert, hoewel zij het voor hem ondenkbare heeft gedaan. Zo’n man is gevormd met de gedachte dat een meisje, eenmaal seksueel actief, niks meer waard is en verstoten moet worden. Maar de liefde voor zijn dochter bleek bij deze Marokkaanse vader wél onvoorwaardelijk.

Hoe sterk het verleden ook is, als mens hebben we de kracht om achterom te kijken en te besluiten dat het allemaal precies goed is geweest. Hoe verdrietig sommige dingen ook waren, het moest kennelijk allemaal een plek hebben in dit leven. En daar waar dingen, ongevraagd en ongewild, ruimte opeisen gebeurt er iets wonderlijks: we verleggen onze blik, herschikken onze kaarten en schuiven een stukje op. Als jong meisje vond ik mijn vrijheid in de bibliotheek waar ik het ene boek na het andere verslond. Mijn wereld in dat kleine rijtjeshuis was onmetelijk groot dankzij de verhalen van schrijvers die mijn geest voedden en vormden. Op een dag kwam er een gedachte bij me op: ‘Wat zou het bijzonder zijn om zelf een boek te schrijven.’ Die gedachte stierf onmiddellijk af, getraind als ik was in klein blijven. Ik herinnerde me die gedachte al lang niet meer, zelfs niet toen de uitgever mij benaderde. Maar nu ik in de winkel sta, met mijn eigen boek in handen, weet ik plotseling weer hoe ik als meisje droomde van mezelf als schrijver. Hoe heb ik dat kunnen vergeten? De tranen springen in mijn ogen. En dan denk ik aan mijn man. Die arme schat gaat het zwaar krijgen want in elke discussie zal hij voortaan te horen krijgen: ‘Pardon, je hebt het hier wel tegen een auteur hè? Ik ben nu heel, heel belangrijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.