verslaggeverscolumn Toine Heijmans

De garnalenvissers van Zoutkamp waarschuwen voor een volledig onderschatte milieuramp

Verwaaid ligt de garnalenvloot in de haven: een groep watervogels in beschutting. Het is rommelweer, noordwest zeven, de vraag is wat het los gaat woelen. Dirk en Robin komen eerst met koffie aan en dan met hun telefoons: foto’s van ragfijne stalen platen in de netten, van opgeviste kinderauto’s uitgestald aan dek, van zeesterren bedekt met plukjes plastic, filmpjes van oliepakken ‘s nachts in de gure regen bezig met het bergen van een vlijmscherp stuk metaal.

Dirk Sloot vist drieënveertig jaar om de noord, Robin Bouma twintig, maar ze kennen hun water niet terug. Het is een mijnenveld geworden. Vrijuit varen was er al niet meer bij, hun koers begrensd door industriële- en natuurbelangen, maar nu sturen de schippers elkaar appjes met de laatste coördinaten van acuut gevaar. Hun netten slaan vast in opengebarsten zeecontainers, ‘elke trek is Russische roulette’, zegt Dirk, ‘blijft het heel of niet?’ Robin: ‘Dit is de grootste milieuramp in dit gebied ooit, en hij wordt volledig onderschat.’

Visnet met messcherp stuk containerwand. Beeld Dirk Sloot

Ze komen van Zoutkamp, ze zijn de garnalenvissers waarvan iedereen dacht dat ze ten onder gingen in het groot-groter-grootst van de visserij. Ze bleven klein en rendabel en vissen duurzaam, dat heeft nu waarde. Dirks ZK17 is een ranke rondspantkotter uit 1958 met een heerlijke zeeg, Robins ZK47 is net iets groter en mooi rood. Alles in topconditie, nergens roest terwijl alles roest op zout.

Van vissers wordt gezegd dat ze onbesuisd de zee leegroven, maar dan moet je eens met ze praten in de kajuit, en de foto’s bekijken die Dirk al drieënveertig jaar maakt van de zee, van dat schommelende landschap met de onmogelijke kleuren, en vraag eens waar ze op vakantie gaan: ‘de kust van Denemarken’. Daar waar ze varen.

Het duurde vier uur voordat de bemanning van de MSC Zoe doorkreeg dat ze zeecontainers verloren, minstens 345 in de tweede nacht van januari, onderweg van Sines naar Bremerhaven. Het gebeurde in wat vissers de ‘botenlijn’ noemen: de snelweg voor grootverkeer boven langs de Waddeneilanden. ‘Die zit allang te dicht op de kust’, zegt Dirk, maar elke meter omvaren kost brandstof en tijd. Er stond 8 beaufort, dwarsscheeps, ‘die kapitein had daar nooit langs moeten gaan.’

In de botenlijn is het twintig meter diep, de Zoe steekt dertien meter, het is een van de grootste ter wereld. Met golven van zes meter, zegt Robin, ‘heeft dat schip gewoon gestuiterd.’ Achtduizend containers hoog opgetast en niemand had door dat ze aan bak- en stuurboord te water gingen.

Beeld Dirk Sloot

Dit is bekend dankzij de Leeuwarder Courant, die uitstekende reconstructies maakte over het gehannes met de containers en het opruimen ervan, knap want de rederij en de verantwoordelijke instanties geven spaarzaam informatie. Hoe het antwoordapparaat aanstond bij Rijkswaterstaat, omdat het vakantie was. Hoe de Veiligheidsregio de ramp eerst afschaalde, en daarna weer opschaalde, uit bureaucratische motieven. Opnieuw: ‘de grootste ramp in dit zwaar beschermde natuurgebied’.

We willen nu graag de posities van de containers weten, zegt Robin: een net is duur en gedwongen visverlet nog duurder. ‘Maar ze geven niets weg.’ Terwijl het de vissers waren die in de eerste dagen van de ramp te hulp schoten. Dirk: ‘We horen niks van de overheid, zo raar – er is geen contact me te krijgen.’ Robin: ‘we zijn bang dat het in de doofpot gaat. De belangen zijn groot.’

De containers liggen verspreid over een onmogelijk groot gebied. De troep graaft zich in het zand van de zeebodem, straks in het voorjaar, bij oostenwind, ‘gaat de grond weer open’, zegt Dirk, en zal het loskomen. ‘We zijn nog lang niet klaar, dit gaat járen duren.’ Robin: ‘Het spul verspreidt zich als een olievlek.’

Opgeviste kinderauto’s aan dek. Beeld Dirk Sloot

Wat gebeurt op zee is moeilijk zichtbaar, de zee is van iedereen en van niemand tegelijk, de bodem altijd in beweging – zelfs vissers, die zoeken naar de diepe geuten waar de garnaal zich in de winterdag verschanst, weten niet precies hoe het zand golft daar beneden. Wel zien ze de tankers en vrachtbakken kop aan kont varen door de botenlijn.

Containerschip Ever Given raakte zondag uit koers op de Elbe en kraakte een veerpont – een onbegrijpelijke manoeuvre. Daarna voer het door naar Rotterdam, 400 meter hoog opgetast staal, breed als een eiland, met waarschijnlijk een kapotte stuurinrichting veroorzaakt door een black-out van de motor. Het werd nauwelijks nieuws.

Had ook een olietanker kunnen overkomen boven Borkum: een aanvaring met een turbinepaal in het windpark, en bedenk dan eens wat er met de Waddenzee gebeurt als de olie met de vloed mee door het zeegat spoelt.

‘Ja’, zegt Dirk, ‘daar denk ik weleens aan’.

Maar de belangen zijn groot, dat weet hij ook wel, groter dan de zijne.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.