Column Sylvia Witteman

De friet kleurde sprookjesachtig oranje, de gloed verwarmde mijn hart

Het internet bestaat 50 jaar. Dat wil zeggen, de eerste 25 jaar stond het alleen ter beschikking aan bleke jongens met vet haar en zonder vriendin, die onderling nulletjes en eentjes uitwisselden. Niks aan. Nee, dan was een fax veel leuker. Ik woonde begin jaren ’90 in Moskou. Naar Nederland bellen kostte 6 gulden per minuut, en de post deed er zowat een maand over, maar met die fax kon ik à la minute brieven naar mijn vrienden in Amsterdam sturen, desgewenst voorzien van vieze , flauwe tekeningetjes. Ik waande me op het hoogtepunt van de vooruitgang, maar ja, dat dachten ze indertijd van de stoommachine ook.

Toen ik terugkwam naar Nederland had één van mijn vrienden, een bleke jongen met vet haar en zonder vriendin, opeens internet. Hij liet me zien hoe hij op zijn computer schaak speelde met iemand in New York. Verrukt liet ik in mijn eigen huis ook zo’n kastje installeren, al vroeg huisgenoot P zich geërgerd af ‘wat we dáár nou mee moesten’.

Ik was zwanger van mijn eerste kind, en van het lezen over hydrofiele luiers,  navelstompjes en kraamverband was de lol gauw af. Op dat gloednieuwe internet vond ik een forum waarop ik met andere vrouwen kon leuteren over de intiemere aspecten van het aanstaand moederschap. Al gauw deed ik niets anders meer, wat tot ruzies leidde met huisgenoot P; zolang ik online was kon hij de telefoon niet gebruiken, en een mobieltje was toen nog iets voor drukdrukdrukke makelaars met lollige sokken.

The rest is history. Wij hebben nu zelfs een auto met internet. Naast het stuur zit geen dashboard, maar een gigantische iPad. Vooral mijn kinderen rijden er graag in rond. Op het scherm van mijn telefoon kan ik thuis precies zien wat ze uitspoken; hoe hard ze rijden bijvoorbeeld, (te hard), en waar ze zijn (bij een McDonald’s aan een snelweg). Het zou leuk zijn als ik op afstand hun snelheid kon beperken, en hun route ombuigen naar een bibliotheek/sportveld/museum/fris herfstbos, maar dat ligt ongetwijfeld in de nabije toekomst.

Soms, als ik het lief vraag, mag ik mee. Zo kom ik nog eens ergens. Laatst zat ik bijvoorbeeld met mijn zoon in die auto op de parkeerplaats van een snackbar in een buitenwijk friet te eten. We hadden uitzicht op een groepje reigers die venijnig vochten om kippenbotten bij een vuilnisbak.

‘Ik maak het wat gezelliger’, zei mijn zoon. En daar verscheen op die iPad een levensgroot, knetterend haardvuur. De friet kleurde sprookjesachtig oranje, en de gloed verwarmde mijn hart.

Nee, dat internet gaat nog eens héél groot worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden