De Franse hoofdrol in de EU verwart Duitsland niet. Diepe meningsverschillen zijn er wel

De Franse hoofdrol in de EU verwart Duitsland niet. Diepe meningsverschillen tussen de twee zijn er wel, betoogt Ton Nijhuis.

Bondskanselier Angela Merkel Beeld epa

Een mooi toeval dat op de dag dat de advertentie verschijnt van het overlijden van professor Maarten Brands, een van de scherpste buitenlands-politieke specialisten in Nederland, de Volkskrant opent met een stuk over de Frans-Duitse samenwerking. Het was een thema dat hem gedurende zijn hele carrière heeft beziggehouden.

Wel jammer dat de auteur, Sterre Lindhout, in haar 'Franse voortrekkersrol in EU verwart Duitsers' de plank misslaat. Het Franse initiatief verwart Duitsland niet en krantenkoppen zoals 'Duitsland blokkeert' zijn niet paniekerig. Integendeel. Ze zijn een oproep aan de Duitse regering om het initiatief van Macron te omarmen en vaart te maken.

Maar met het begrip vaart maken begint het probleem. Over Europa wordt in termen gesproken van 'meer of minder' en 'snel of langzaam'. Lindhout gebruikt de metafoor van auto's en wegen. De gammele Franse auto versus de Duitse limousine en de snelweg versus een hobbelig landweggetje. De idee is dat Berlijn altijd tempo wilde maken en Frankrijk slechts pruttelend vooruitkwam en dat nu de rollen lijken te zijn omgekeerd. Dat geeft de verhouding tussen de beide landen niet goed weer.

Ton Nijhuis is directeur van het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Beeld Rebke Klokke

Over het belangrijkste aspect wordt namelijk niet gesproken: de richting - waarheen? Daar zijn Parijs en Berlijn het eigenlijk niet over eens. Tot nog toe zijn er twee strategieën gevolgd om de principiële vraag naar de finalité te omzeilen. De eerste is, om Lindhouts metafoor verder te vervolgen: wanneer de een vanuit Amsterdam naar Rome wil en de ander naar Madrid, kun je een heel stuk samen oprijden, maar op een gegeven moment moet er een keuze worden gemaakt of scheiden zich de wegen. Na de invoering van de euro en de eurocrisis zijn we in Zuid-Frankrijk beland en in Nice moet je rechts of links afslaan. Met de invoering van de euro houdt de vrijblijvende aardigheid van de integratie op.

De tweede strategie is die van het vage taalgebruik. Dit maakte lange tijd overeenstemming mogelijk waar onenigheid heerste. Een Europees compromis is vaak wat anders dan wat er normaal onder wordt verstaan. In Europa is een compromis vaak dat we verschillende belangen hebben en dan zulke formuleringen produceren dat alle partijen daarin hun eigen standpunt kunnen lezen en dat dus thuis ook zo communiceren.

Dit is ook tussen Duitsland en Frankrijk altijd het geval geweest. De Duitse conceptie van een Europese centrale bank was die van een soort Europese Bundesbank, die van Frankrijk altijd een Franse centrale bank die ook tot taak heeft de regering te ondersteunen in haar financieel en economisch beleid.

In de Franse plannen voor een Europese minister van Financiën en Economie staat Parijs vooral iemand voor ogen die een budget heeft om de economie te kunnen stimuleren. Wanneer de Duitsers zeggen in principe wel te voelen voor zo'n minister, denken ze aan iemand die er vooral op moet toezien dat nationale overheden zich financieel prudent gedragen. Over de term kan men het dus eens worden, over de inhoud niet.

Het gevolg zal zijn dat de Duitse wens wel op papier maar niet in de praktijk beleden zal worden, zoals bij de Maastricht-criteria. Het potje waarnaar Parijs verlangt komt er, maar zal bescheiden zijn.

Er staan twee modellen tegenover elkaar. Of je vergemeenschappelijkt de risico's, maar dan moet Brussel ook effectieve controle hebben op het budgettaire beleid van de nationale staten; of zij blijven op dit punt soeverein, maar dan moeten ze ook zelf de risico's dragen. De Franse politiek wil van beide walletjes eten. Wel volledig soeverein, maar tegelijkertijd de risico's over Europa spreiden.

In Berlijn wordt men van dit idee zenuwachtig. Het leidt tot een overdrachtsunie waarin Duitsland flink zal moeten dokken. Hoewel de Duitse publieke opinie positief staat tegenover verdere Europese integratie, beseffen politici, zeker van de CDU/CSU, dat de idee dat Duitsland nog meer moet betalen weinig enthousiasme teweegbrengt onder burgers.

Dit brengt Berlijn in een lastig dilemma. Men wil Macrons Europese plannen omarmen, ook omdat het cruciaal is dat hij succesvol is. Maar het idee van een overdrachtsunie is weinig aanlokkelijk. En zoals altijd zal de Frans-Duitse dialoog niet tot een helder compromis leiden waarin duidelijk keuzes worden gemaakt, maar tot een laveren waarin men tracht kool en geit te sparen.

Den Haag moet goed monitoren hoe de fronten in Duitsland zich inzake dit dilemma ontwikkelen en pogen de krachten die pleiten voor financiële prudentie te versterken. Integratie is goed, maar solidariteit is niet vrijblijvend. Het veronderstelt soliditeit.

Ton Nijhuis is directeur van het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.