De EU snakt naar standbeelden

Europese burgers hebben meer belangstelling voor de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten dan voor de verkiezing voor het Europarlement. Een Europese canon zou de kloof kunnen dichten, al is het geen gemakkelijke opgave die te maken. ‘Om te beginnen: waar beginnen we?’

De historische en culturele canon van Nederland, opgesteld door de commissie-Van Oostrom, leidt nog steeds tot verhitte debatten en heeft de belangstelling voor onze vaderlandse geschiedenis sterk vergroot. Nog steeds is er bijvoorbeeld ruzie over de vraag of deze canon ten grondslag zou moeten liggen aan het op te richten Nationaal Historisch Museum.

EU

Zo’n ‘canon’ zou wellicht ook iets zijn voor de Europese Unie, die weinig opwinding pleegt te genereren. Europese burgers hebben merkwaardigerwijs meer belangstelling voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, dan voor de verkiezing van hun eigen volksvertegenwoordigers. Aan de kennis van Europese zaken schort veel, zelfs onder de hoogopgeleiden en politiek-geïnteresseerden. Met een canon van de Europese Unie en de daaraan inherente discussies kun je dat wellicht bijstellen.

Een canon vormt een geschikt oriëntatiemiddel voor de ingewikkelde naoorlogse Europese geschiedenis, ze schept eenheid in de kennis en beleving daarvan, en scheidt historische feiten van de propaganda en retoriek waarmee de Europese eenwording vaak wordt overgoten. Net zoals de canon van Nederland zou die van de EU verplichte kost kunnen worden in het onderwijs.

In beginsel kan dezelfde aanpak worden gevolgd als voor de Nederlandse canon, compleet met de zogeheten ‘vensters’. We zijn dan op zoek naar ‘het geheel van belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen en processen die samen laten zien hoe Europa zich na 1945 heeft ontwikkeld tot de EU waarin we nu leven’. Het opstellen van een EU-canon is om allerlei redenen echter lastiger dan de nationale exercitie.

Van Oostrom
Om te beginnen: waar beginnen we? De commissie-Van Oostrom begint bij de hunebedden, maar dat is voor de EU te veel van het goede. We moeten een onderscheid maken tussen de stormachtige geschiedenis van Europa en de eigenlijke geschiedenis van de EU. Anders wordt de EU gereduceerd tot een zuchtje wind, en verdwijnt het didactisch potentieel. Vandaar dat het jaar 1945 een logisch en pragmatisch begin lijkt.

Verder is de geschiedenis van de naoorlogse Europese integratie niet hetzelfde is als een geschiedenis van het naoorlogse Europa, zoals Tony Judt die bijvoorbeeld geschreven heeft, en ten dele ook Geert Mak in zijn Mesdagachtige panorama van het 20ste-eeuwse Europa. Scheidslijnen zijn echter niet makkelijk te trekken. De canondiscussie zal tevens moeten gaan over de vraag in welke mate de Europese Unie haar stempel heeft weten te zetten op de ordening van het Europese continent, te midden van andere internationale organisaties en de heerschappij van de nationale staten.

Turkije
Het eigentijds karakter van de EU maakt canonisering er niet eenvoudiger op. Allerlei kwesties, zoals de verwerping van de Europese grondwet of onze relatie met Turkije, zijn nog volop in bespreking. De meningen over de Brusselse zegeningen lopen nogal uiteen. Voor de federalisten is de Europese integratie een vooruitgangsproject dat langzaam maar zeker zal uitmonden in een verenigd continent. Anderzijds zijn er sceptici die de werking van de EU voornamelijk willen beperken tot de economie, zonder echt politieke macht voor ‘Brussel’.

Zij zien nog steeds een essentiële rol weggelegd voor de lidstaten, en beschouwen een mislukt Europees project niet per se als een ramp. Daar heeft een Europese canoncommissie maar rekening mee te houden.

En wat is bijvoorbeeld de betekenis van de EU voor de vrede in Europa? Een populair fabeltje wil dat de EU en zijn voorgangers, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en de Europese Economische Gemeenschap (EEG), vrede in Europa hebben gebracht. Dankzij de supranationale instellingen werd het Duitse oorlogspotentieel immers onder controle gebracht, en konden de grote rivalen, Frankrijk en Duitsland, eindelijk hun strijdbijl begraven, zo lezen we in de voorlichtingsboekjes.

Sovjet-Unie
Maar het einde van de oorlog was in eerste instantie de verdienste van de geallieerden, door in 1945 nazi-Duitsland vernietigend te verslaan. Vooral de Sovjet-Unie heeft daarin een enorm aandeel gehad. De vrede die zo ontstond, vormt de noodzakelijke voedingsbodem voor de naoorlogse integratie, en niet omgekeerd, zoals vaak wordt beweerd.

De EGKS was een instrument om de Duitse onderhorigheid uit het geallieerd kader te tillen, en onder Franse regie te brengen. Prachtige diplomatie, maar Duitsland had zich waarschijnlijk ook wel zonder de supranationale instellingen van EGKS en EEG in het Europese gareel gevoegd.

En voor een effectieve interne markt of Europese buitenlandse politiek heb je bepaalde Europese instellingen ook niet nodig, althans niet in de bestaande constellatie.
Ook over de bijdrage van Amerika en de NAVO aan de Europese integratie zal de canoncommissie zich nog het hoofd moeten breken, want daarover bestaat allerminst overeenstemming.

En dat geldt tevens voor de rol van bepaalde lidstaten en politici. Stel dat we als onderdeel van de canon de tien belangrijkste ‘bouwers van Europa’ zouden moeten kiezen, wie komen er dan op de lijst? Zitten daar dan ook Amerikanen en Russen bij? Jozef Stalin heeft meer gedaan voor de Europese vrede dan Robert Schuman, en George H.W. Bush meer voor de Duitse eenwording dan François Mitterrand.

En welke Nederlander haalt die lijst?

Venster
Elk venster in de canon van Nederland is voorzien van een mooi plaatje: hunebed, Beeldenstorm, VOC-schip, Statenbijbel, Aletta Jacobs. Maar ook de Nachtwacht, Christiaan Huygens, en De Stijl, want de canon van Nederland is tevens cultuurgeschiedenis.
Op dit punt heeft een EU-canon ongetwijfeld een handicap. ‘Brussel’ wordt namelijk niet geassocieerd met de in Europa overvloedig aanwezige schone kunsten, ook niet met de naoorlogse, eigentijdse uitingen daarvan.

Integendeel, de nationale canon bewijst dat kunst en cultuur in Europa primair als onderdelen van de nationale geschiedenis worden beschouwd. De schitterende kathedralen, kloosters, musea en schilderijenverzamelingen van het oude continent worden in de lidstaten nadrukkelijk gekoesterd als nationaal cultuurbezit.

EU-zaal
In de grote Europese musea doorloop je Vlaamse, Italiaanse, Duitse, Hollandse en Franse zalen, maar je komt nooit uit in een EU-zaal. Dus wat de Hollandse zeeschilders doen voor het beeld van Nederland, doen de Europese kunsten niet voor het beeld van de EU. Dat hangt natuurlijk mede samen met de jeugdige leeftijd van de Unie, maar je had toch mogen verwachten dat de Europese instellingen in zestig jaar tijd een paar markante gebouwen of beeldhouwwerken zouden hebben gecreëerd, met een primaire ‘EU-uitstraling’.

Zelfs de eurobankbiljetten, bij uitstek de dragers van een potentiële Europese identiteit, kennen geen specifiek aan de EU gekoppeld beeldmerk. De gebouwen die erop zijn afgebeeld zijn allemaal fictief.

Anders dan het bloedige vaderlandse of Europese verleden, biedt de geschiedenis van de Europese integratie weinig ‘voorwerpen’ of heftige gebeurtenissen, waarmee die geschiedenis aanschouwelijk kan worden gemaakt.
Dat is bijna per definitie het lot van een organisatie die veldslagen en concentratiekampen heeft ingeruild voor vergaderzalen. Dit maakt de vertelling van de EU lastiger.
Het wordt dus behelpen. Maar we kunnen beginnen met een keuze van de vensters. Waar vijftig vensters toereikend zijn voor drieduizend jaar Nederlandse geschiedenis, moet de EU er niet meer dan tien krijgen (zie onder).


De tien vensters van een historische EU-canon
1. Geallieerde overwinning
2. Marshallplan en NAVO
3. De Frans-Duitse verzoening
4. Het Verdrag van Rome
5. Het Europa der staten
6. Recessie en stagnatie
7. Naar één markt met één munt
8. Duitse eenwording en Maastricht
9. De vereniging van Oost- en West-Europa
10. Grondwettelijk echec

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden