ColumnSander Schimmelpenninck

De EU moet Bosnië zo snel mogelijk perspectief geven en op termijn binnenlaten

null Beeld
Sander Schimmelpenninck

Ik herlees deze weken het fantastische boek Balkanschimmen van Robert Kaplan. In het boek reist de Amerikaanse journalist door de Balkan van het begin van de jaren negentig. Een grimmige tijd, waarin de oplopende spanning in het toenmalige Joegoslavië voelbaar is. Treffend omschrijft Kaplan het eeuwige probleem van de Balkan: ieder volk maakt aanspraak op het maximale gebied dat het ooit had. Alleen overlappen die historische grondgebieden nogal.

De oorlog in Bosnië, die zich in de jaren na Kaplan’s reis ontvouwde, kostte aan 250 duizend mensen het leven, een nog altijd ongekend aantal op een bevolking van vier miljoen mensen. In de massamoord van Srebrenica speelden hazerige Nederlanders een hoofdrol: ze lieten zich intimideren door de Bosnisch-Servische leider Mladic, en de wereld zag hoe Nederlandse soldaten bier stonden te drinken in Zagreb, terwijl de berichten over de eerste en enige Europese genocide na de holocaust binnenkwamen.

Een nationale schandvlek, maar het interesseert de gemiddelde Nederlander geen bal, voor zover iemand überhaupt op de kaart kan aanwijzen waar Bosnië ligt. Vergeten lijkt de erfenis van mensen als Paddy Ashdown, de Britse VN-gezant die enorm veel goeds in Bosnië heeft gedaan na de oorlog. Net als de meeste mensen die de regio bezoeken, kon hij niet anders dan verliefd worden op Bosnië, met uitzondering van zijn politici. ‘Mensen zijn altijd aardiger dan politici, maar hier kun je dat verschil honderdvoudig markeren.’

Het gevaar in Bosnië heet al een tijdje Milorad Dodik, een man die er exact zo uitziet als je van een Servische seperationist zou verwachten. In oktober presenteerde hij plannen voor eigen belastingheffing, een leger en een geheime dienst voor de Republika Sprska, de facto resulterend in een splitsing van het land. Hoewel Dodik al vijftien jaar dreigt met afscheiding en zijn dreigementen dus met een korrel zout genomen moeten worden, weet hij met zijn salamitactiek de instituties die Bosnië bijeen houden steeds verder uit te hollen.

De Amerikanen gaven in 2010 de regie in de regio over aan Europa, dat de landen in de EU zou integreren. De EU heeft Bosnië echter geen moment perspectief gegeven op het EU-lidmaatschap en negeert de regio als vanouds, druk als het is met financiële crises, populisme, Brexit, corona en andere navelstaarderij. Sindsdien verslechtert de democratische situatie in veel landen op de Westelijke Balkan die, nu de wortel voor hun neus is weggeslagen, zich uit geldnood overleveren aan China of Rusland.

De huidige problemen met Polen mogen geen reden zijn om nieuwe leden buiten de deur te houden. De EU moet Bosnië en de andere landen op de Westelijke Balkan zo snel mogelijk perspectief geven en op termijn binnenlaten. Niet alleen in het belang van de inwoners aan wie wij zoveel verschuldigd zijn, en die overigens al in groten getale zijn geëmigreerd naar de EU, maar ook in ons eigen belang. Wat is de EU immers waard, als zij niet eens baas in eigen huis is?

Amerika verruilde de maakbaarheidsgedachte voor realisme; de ervaringen in Irak en Afghanistan maakten duidelijk dat er geografische en culturele grenzen zijn aan goede bedoelingen. De EU hobbelt graag mee in die trend, dat past immers bij haar lethargische natuur. Maar de Balkan is Europa, even dichtbij als Spanje of Finland. Zoals eerder in de geschiedenis zit het Bosnië niet mee; de ellende van de jaren negentig was mede te wijten aan de als realisme verhulde desinteresse van het Westen. En nu het wéér spannend wordt op de Balkan, lijken we in precies diezelfde decadente gemoedstoestand verzeild.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden