Column Aleid Truijens

De enige manier om uitgenodigd te worden voor een sollicitatie is liegen dat je Emma Pietersen heet

Hoe moet het zijn, om elke keer die rotsmoes in de mail te lezen? ‘Het spijt ons, maar er waren kandidaten met meer ervaring/passender vooropleiding/specifieke competenties.’ Telkens die natte dweil in je gezicht, na elke sollicitatiebrief. Ze moeten je niet. Wat doet dat met het zelfbeeld van een jongere die staat te popelen om aan het werk te gaan?

Stel het eens voor. Daar zit je dan, met je diploma van het mbo, het hbo of de universiteit. Na een omweg ben je er gekomen, ondanks het lage advies in groep 8, na het stapelen van diploma’s. Je hebt tóch een leuke stageplek gevonden. Je hebt vrijwilligerswerk gedaan. Je bent geen slachtoffer of klager. Je ouders zijn trots op je. En nu je alles in huis hebt voor een echte baan, mag je niet eens op gesprek komen. De enige manier om uitgenodigd te worden is liegen dat je Emma Pietersen heet. Moet je tijdens het gesprek wel een blonde pruik opzetten.

De economie draait als een dolle, er zijn banen genoeg, maar voor jongeren met een niet-westerse achtergrond is het nog steeds moeilijker om een baan te krijgen dan voor andere Nederlanders. Dat is de treurigstemmende uitkomst van een eergisteren verschenen grootschalig onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht dat discriminatie op de arbeidsmarkt onweerlegbaar blootlegt.

De onderzoekers reageerden in vierduizend sollicitatiebrieven en cv’s, van fictieve jonge mensen uit verschillende bevolkingsgroepen, op echte vacatures. Dezelfde brieven en cv’s, hetzelfde opleidingsniveau, dezelfde werkervaring. Alleen de namen van de sollicitanten verschilden. Briefschrijvers met een Turks of Arabisch klinkende achternaam bleken 40 procent minder kans op een uitnodiging te hebben dan een autochtoon. Niks kwaliteiten, enthousiasme, capaciteiten of ervaring; alleen de afkomst was voor veel werkgevers reden de brief terzijde te leggen.

Eén ding is zeker: Ruttes blijmoedige aanbeveling, drie jaar geleden, dat ‘nieuwkomers’ die zich gediscrimineerd voelden zich maar moeten ‘invechten’ op de arbeidsmarkt, is volkomen loos. Die uitspraak was kwetsend. De ‘premier van alle Nederlanders’ noemde jongeren die hier zijn geboren achteloos ‘nieuwkomers’. Hij schudde luchtig de verantwoordelijkheid voor de handhaving van artikel 1 van de Grondwet van zich af; hij maakte burgers die gediscrimineerd worden zelf verantwoordelijk voor wangedrag van anderen.

Rutte veranderde niet van gedachten. Eind 2018 zei hij, op bezoek in de Haagse Schilderswijk, over discriminatie: ‘Zet door als het je overkomt. Uiteindelijk kun je alles worden in dit land.’

Dat is dus niet waar. Een tandje bijzetten, je cv oppimpen, geinig filmpje, het maakt allemaal niet uit als je naam niet meewerkt. Sollicitanten, concluderen de onderzoekers somber, kunnen zelf weinig doen om hun kansen te vergroten. En de overheid? Die kan wellicht werkgevers dwingen om hun procedures en selectiecriteria te openbaren. Bij de (semi)-overheid kan anoniem solliciteren worden ingevoerd, waardoor sollicitatiecommissies inzicht krijgen in hun vooroordelen. Misschien werkt het om discriminerende werkgevers aan de digitale schandpaal te nagelen.

De psychische schade van miskenning en onderschatting is groot, maar die werkt ook door in de economie: er wordt talent verspild, mensen komen onder hun niveau terecht, of in een uitkering. Dat wil niemand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden