Hoe moeilijik kan het zijn wensdenken

De empathie van architecten voor gebruikers is soms ver te zoeken

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door innovatie-expert (en cabaretier) Jasper van Kuijk. Deze week: nieuwe architectuur.

Oude- en nieuwe architectuur bekeken door Jasper van Kuijk. Beeld de Volkskrant infographics

Ik word altijd nogal zenuwachtig als architecten gaan vertellen hoe onze toekomst eruit gaat zien. Dat deden ze namelijk in het verleden met nogal wisselend succes. Van het Rietveld Schröderhuis tot de Bijlmer en van Goed Wonen tot vinexwijken. Dappere pogingen met ernstige tekortkomingen.

In NRC stond afgelopen weekend een stuk over hoe we over twintig jaar zullen wonen. Vanwege de toenemende verstedelijking spraken diverse architecten zich uit voor gebouwen met gemeenschappelijke voorzieningen en ruimtes. Er stonden veelbelovende ideeën in, maar ook nogal wat ‘wensdenken’. Zoals appartementengebouwen met een gedeelde bioscoop waar de bewoners samen film zouden kunnen kijken of met een corridor die ingericht kan worden als galerie. Iedereen die in een studentenhuis heeft gewoond, weet dat gemeenschappelijk ruimtes om veel meer gaan dan om de ruimte zelf. Het gaat om afspraken, routines en verantwoordelijkheden. Als je die ruimtes goed wilt ontwerpen, moet je dus een scherpe blik hebben voor menselijk gedrag. En laat dat nou net geen kernkwaliteit zijn van architecten. Die zijn er doorgaans beter in om middels hun gebouw voor te schrijven hoe mensen zich volgens hen zouden moeten gedragen.

Ik was ooit bij een paneldiscussie waar werd gesuggereerd dat de architectuur gebruiksgerichter kan om zo waardevollere gebouwen te creëren. De verontwaardiging was bijna tastbaar. ‘Welnee’, reageerden de aanwezige architecten, ‘wij zíjn al gebruiksgericht. We dénken heel vaak aan de gebruiker.’

Anders dan gedacht

En dus was het nieuws toen architect Marlies Rohmer voor haar geweldige boek What happened to my buildings terugging om eens te kijken hoe de door haar ontworpen gebouwen in de praktijk functioneerden. Want dat gebeurt eigenlijk nooit. En dat is raar. Want Rohmer kwam erachter dat haar bedoelingen vaak totaal anders uitpakten dan voorzien, of zelfs ongewenst waren. Zo bleken bijna alle bewoners van de door haar ontworpen ‘serrewoningen’ in Lelystad de glazen gevels te hebben dichtgezet wegens ruimte- en privacygebrek.

Architecten hebben weinig empathie voor gebruikers, want zo worden ze niet opgeleid. Ze worden opgeleid om te experimenteren en statements te maken. Niet als dienende ontwerpers, maar als geruchtmakende auteurs. Studenten die een gebruiksgerichte inslag hebben, raken al snel gedemotiveerd, wat nog eens wordt versterkt als ze zien welke gebouwen architectuurprijzen krijgen. Station Breda werd uitgeroepen tot Gebouw van het Jaar 2017, maar was ondertussen voor leden van reizigersvereniging Rover het minst gewaardeerde station. Een onoverzichtelijk, donker betonnen doolhof. Of wat te denken van het ministeriegebouw Rijnstraat 8, dat zijn bewoners tot razernij drijft om vervolgens de prestigieuze ARC-prijs te winnen.

Dit moet veranderen. Andere opleidingen, andere prijzen, andere architecten. Als architecten willen meepraten over het wonen van de toekomst, is het eerst de beurt aan Nederlanders om mee te praten over de architecten van de toekomst.

Twitter: @jaspervankuijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden