OpinieElite

De elite zou meer moeten doen dan louter praten over vrijheid

Verdediging van onze vrijheid gaat gepaard met een eerlijke welvaartsdeling. 

Masters of LXRY 2018 in de Rai. Beeld Marcel van den Bergh

Imannuel Kant beschreef vrijheid ooit als de weg naar het goede ­leven. Vanuit dat perspectief van de verlichte filosoof was vrijheid voor mij gisteren de zon op mijn gezicht. Vrijheid was de mogelijkheid om ’s ochtends een uurtje te sporten, daarna de hogesnelheidstrein naar Amsterdam te nemen, ’s middags aan de grachten bij een espresso de kranten door te nemen, dit kritische stukje neer te pennen en ’s avonds wat langer door te werken. Vrijheid gisteren was inderdaad het vermogen te kiezen voor wat het leven vervolmaakt, voor wat het leven betekenisvol en boeiend maakt.

Maar dat is de vrijheid zoals zij wordt geproefd door een klein deel van de bevolking, door een toplaag die de meeste voordelen van de vrijheid consumeert. Het wordt tijd dat die toplaag ook zijn verantwoordelijkheid neemt om de vrijheid te verdedigen.

Een groot deel van de bevolking in West-Europa is politiek vrij, maar economisch geknecht. Ook in rijke landen zie je miljoenen mensen met handen en voeten gebonden aan kredieten, hoge huislasten en forse verzekeringen. Ze klokken werkdagen van tien uur en kunnen dan nog amper sparen. Probeer je dan als burger nog eens kritisch te informeren, als je ’s avonds uitgeblust thuiskomt, over de bonussen van de bankiers, de verlaging van de winstbelasting, de pensioenen die ­onder druk staan, terwijl de overheid een recordoverschot boekt en de economie boomt. Dan kom je niet aanzetten met een lofzang op vrijhandel, open grenzen of flexibiliteit. Je zou om minder kwaad worden.

Vooruitgang

Het volstaat niet om de visie van de elite te projecteren op de samenleving; de samenleving moet vooral een stukje van de levensstijl van de elite kunnen delen, opnieuw het gevoel hebben dat vrijheid leidt tot vooruitgang. Dat vereist dat we ervoor zorgen dat onze economie het goed blijft doen, maar minstens even belangrijk blijft de verdeling van de welvaart.

Nederland gaat in dat opzicht niet vrijuit. De inkomensongelijkheid mag hier dan wel meevallen, maar volgens de Oeso is de vermogensongelijkheid en de schuldgraad van de gezinnen in Nederland bij de hoogste van ter wereld. De koopkracht van de laagste inkomensgroepen is de voorbije tien jaar amper gestegen, terwijl de Tesla-burgerij floreert en er op los consumeert.

Vrijheid en openheid zullen immer vooral de sterksten begunstigen. Dat observeerde de Griekse wijsgeer Aristoteles reeds. Maar als de kloof te groot wordt, als de vrijheid leidt tot onzekerheid en vooral als de middenklasse zich vragen begint te stellen, dan krijg je onvermijdelijk een protectionistische reflex. Het wordt tijd dat de elite ervoor zorgt dat de hele samenleving meeprofiteert van de economische groei. En als die elite dan echt zo hoog opgeeft van de vrije markt, dan moet die elite eindelijk eens wat doen aan al die autoritaire landen die onze welvaart beschadigen door de spelregels van de vrije markt met voeten te treden. Welk signaal geef je immers als je van mensen vraagt de broekriem aan te halen, maar concurrentievervalsers als de Chinezen met de rode loper binnenhaalt? Dan spring je niet op de bres voor de vrijheid, maar onderwerp je je bevolking indirect aan de ambities van een dictatuur.

Onderwijs

De elite moet eens wat minder over vrijheid praten en wat meer doen. Dat geldt niet alleen voor de economie. Een ander belangrijk strijdperk betreft het onderwijs. De Italiaanse liberale patriot Giuseppe Mazzini schreef dat democratie je de vrijheid geeft om te kiezen, maar dat het onderwijs burgers moet leren die keuzes op een ethische wijze te maken. Hoe kun je jongeren vandaag wijzen op het belang van vrijheid als zij nog amper beseffen welke historische offers eraan ten grondslag liggen, of wat het betekent te leven in een dictatuur? In plaats van steevast te eisen dat er op school nog meer wiskunde of informatica wordt gedoceerd, zouden de voorvechters van de vrije wereld een krachtig pleidooi moeten houden voor meer burgerschap, en op school meer geschiedenis, filosofie en de rust om na te denken.

De verdediging van de vrijheid vereist een elite. Niet zozeer een die zich verheven voelt boven de massa, monkelt over de domme meute die bij de vorige verkiezingen weer op de verkeerde nationalistische partij stemde, maar een elite die zich verantwoordelijk voelt: uit eigenbelang, maar vooral uit fierheid en liefde voor wat onze samenleving uniek maakt en vanuit een ambitie om die nog beter te maken.

Dit is een samenvatting van de openingsrede die Holslag dinsdagavond uitsprak in TivoliVredenburg vanwege de Vrijheidscolleges die tot 5 mei op 45 locaties worden georganiseerd.

Jonathan Holslag doceert internationale politiek aan de Vrije Universiteit van Brussel. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden