De Eindstrijd is begonnen

De samenstellers van het boek De islam, kritische essays over een politieke religie Sam en Wim van Rooy, laten er in hun inleidende woorden geen twijfel over bestaan dat zij in het debat over de islam een - we mogen wel zeggen ferm - standpunt hebben ingenomen.

Is de islam in essentie gevaarlijker dan andere godsdiensten? Jazeker - stéllen de auteurs van een bundel kritische essays van bijna 800 pagina’s.

De samenstellers van het boek De islam, kritische essays over een politieke religie Sam en Wim van Rooy, laten er in hun inleidende woorden geen twijfel over bestaan dat zij in het debat over de islam een - we mogen wel zeggen ferm - standpunt hebben ingenomen. Zo hadden zij het lijvige werk liever een andere titel meegegeven: Zwartboek islam. Maar daar wilde de uitgever niet aan. Hetgeen nog eens bewijst wat de beide redacteuren reeds vermoedden: de ‘sluipende islamisering’ is in volle gang.

Wat de islam is en wat zij wil, voor de samenstellers bestaat hierover geen onzekerheid: het geloof van de moslims vormt één coherent geheel waarvan de essentie is: ‘de islam deugt niet’. Sam van Rooy: ‘De islamappeasers in het Westen (…) beweren tegelijkertijd dat ‘dé islam’ niet bestaat (en hét Westen en hét christendom wel)’. Hier nu is sprake van een misverstand. Ongetwijfeld hoor ik in de ogen van de Van Rooy’s tot de categorie van islamappeasers, maar ik geloof helemaal niet dat hét christendom of hét jodendom een hermetisch geheel vormen met een essentie die al dan niet ‘deugt’.

Laat ik een simpel persoonlijk voorbeeld geven. Zolang mijn ouders leefden, vierde ik elk jaar bij hen thuis het joodse Paasfeest, Pesach. De viering gaat in de vorm van een met gebeden en gezangen omzoomde rijkelijke maaltijd waarbij de uittocht van de joden uit Egypte ten tijde van Mozes centraal staat. Voor mijn ouders was het helder wat we vierden: de vrijheid, bevrijding uit de slavernij. Al het andere was bijzaak. De Joden hadden ruim 3000 jaar geleden voor het eerst gevochten voor het recht geen slaaf te zijn, maar vrije mensen. Later heb ik ook elders wel eens Pesach meegevierd. Dezelfde gebeden en liederen, hetzelfde type eten. Tot m’n verbazing werden de accenten vaak echter heel anders gelegd. Het ging dan over uitverkorenheid, over de almacht van het opperwezen, soms was er zelfs sprake van enig leedvermaak over de plagen waarmee God de Egyptenaren had gestraft. Niet mijn jodendom. Maar wat is het echte?

Eenzelfde pluriformiteit bestaat in het christendom. Weinigen zullen staande willen houden dat het katholicisme van monseigneur Gijssen hetzelfde is als dat van Huub Oosterhuis of dat het geloof van Kees van der Staay niet verschilt van dat van Bas de Gaay Fortman. En dat zou bij de islam volkomen anders zijn? Terwijl juist de Koran bekendstaat als een vat vol tegenstrijdigheden. ‘Er bestaat geen dwang in het geloof’, luidt een veel aangehaalde Koranuitspraak. Maar dit heilige boek bevat inderdaad ook akelig oorlogszuchtige verzen, zoals soera 47: ‘En wanneer jullie de ongelovigen ontmoeten, sla hun koppen af totdat jullie een slachting onder hen hebben aangericht.’

De islam heeft dubieuze kanten die in drie van de meer dan dertig essays in deze bundel verdienstelijk worden toegelicht. Zo valt niet aan de conclusie te ontkomen dat zowel de Koran als de dominante interpretaties van het moslimgeloof behoorlijk vrouwonvriendelijk zijn. Nahed Selim behandelt die patriarchale aspecten systematisch en je wordt daar niet vrolijk van. Een vrouw moet volgens de Koran haar man gehoorzamen en ter wille zijn en als ze halsstarrig blijft, mag hij haar slaan. Vrouwen worden achtergesteld in het islamitisch huwelijksrecht en het erfrecht. Als getuige zijn ze minder waard dan mannen. Zeker, ook het katholicisme heeft op het terrein van de seksegelijkheid nog een hele weg te gaan, maar de islam is in dit opzicht echt erger.

Kritiek is op z’n plaats en hervorming is, zoals ook Hafid Bouazza betoogt in zijn fraaie schets over literatuur in de negende eeuw, brood- of druifnodig (dat laatste met een knipoog naar het islamitische alcoholverbod).

Interessant is ten slotte de bijdrage van Afshin Ellian, die tracht aan te tonen dat de islamitische republiek die ayatolla Khomeini voor ogen stond, is geïnspireerd door de profeet Mohammed. Die was immers niet alleen de stichter van een godsdienst, maar ook politiek en militair leider. Geestelijke en wereldlijke macht kwamen zo samen in één hand, de kiem van een totalitair concept dat zowel Khomeini als Al Qaida en de Taliban zich eigen hebben gemaakt.

Terecht maakt Ellian een duidelijk verschil tussen deze fundamentalistische politieke islam en de religie als zodanig. ‘Natuurlijk heeft de islam zich ook kunnen ontwikkelen als een mondiale religie (zonder het adjectief politieke) waarin meer dan een miljard mensen geloven’, schrijft hij. ‘Deze mensen streven niet naar een totalitaire staat.’ Moslims hebben ‘gedurende honderden jaren in hun dagelijks leven de islam aangepast aan de werkelijkheid. Daarom bestaat naast de politieke islam nog de islam als religie van individuen.’

De kwaliteit van de overige ‘kritische essays’ is om te huilen. De Apocalyps is niet ver meer, zoveel moet duidelijk worden. Historica Amanda Kluveld schetst een aardedonker perspectief in maar liefst twee essays. Instemmend citeert ze de Amerikaanse islambasher Pipes die nog een sprankje hoop ziet in het aan de macht komen in Europa van nationalistische partijen die het multiculturalisme zullen afwijzen, ‘immigratie drastisch beperken, remigratie bevorderen, christelijke normen en waarden stimuleren (en) pogen het geboortecijfer te verbeteren’. Maar: ‘Daarop zullen moslims reageren.’ Met ‘hoogstwaarschijnlijk een langdurige burgeroorlog’ als gevolg.

Journalist Jos de Man formuleert het bondig: ‘De fanatici zwepen de massa’s op, de ‘hervormers’ verzwakken de tegenstand.’ En Kluveld weer: ‘Culturele jihadisten verenigen zich in burgerrechtengroepen, zamelen geld in en spannen rechtszaken aan tegen critici van de islam. Zij beroepen zich daarbij op de vrijheden, grondrechten en wetten van het land waarbinnen zij opereren.’

Maar als het ze nu echt om die vrijheden en grondrechten gaat? Geen nood: taqia, mevrouwtje, misleiding, het mag van de Koran, al schijnen de meeste moslims dat niet te weten. Die vrijheden en grondrechten zitten Kluveld niet lekker. ‘Niet alles is gelijk, niet alles is hetzelfde, niet alles is evenveel waard. Veel Europeanen weten dat. En als ze het niet weten, dan voelen ze het wel.’ Ha! Het gezonde volksgevoel zal ‘ons’ te hulp te komen in de strijd tegen de naar wereldheerschappij strevende islam.

Dat gezonde gevoel, Kluveld schrijft het letterlijk, is sterker dan ‘verdragen en gerechtelijke uitspraken’. Even later klaagt ze: ‘Het lukt ons niet het eens te worden over wat de essentie van onze cultuur is, over wat wij voor geen enkele prijs willen opgeven.’ Nee, vind je het gek, als je eerst ‘om weer de meester in ons eigen huis te kunnen worden’ grondrechten, wetten en verdragen bij het oud vuil gezet hebt.

De redeneertrant van Kluveld is helaas de regel in De islam. En volgens arabist Hans Jansen is de Eindstrijd al begonnen: ‘Er zit weinig anders op dan toe te geven dat sinds 9/11 de islam en het Westen met elkaar in oorlog zijn.’ Dit heeft bitter weinig te maken met kritiek op aspecten van een religieuze tekst of praktijk. Het is demonisering pur sang.

Sam van Rooy en Wim van Rooy (red.): De islam - kritische essays over een politieke religie.

ASP nv; 784 pagina’s; € 29,95.

ISBN 978 90 5487 783 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden