Column Rob van Essen

De eerste regel van de boekhandel is dat je niet praat over de boekhandel

Vanwege een juryuitspraak die gunstig voor me uitviel, mocht ik de afgelopen maanden veel lezingen in boekhandels geven. Als ik iets aan deze lezingen heb over­gehouden is het wel een grote bewondering voor de mensen die al die boekhandels draaiende weten te houden. Als je de hoeveelheid boeken ziet die in zo’n winkel ligt – aan wie slijten ze die allemaal, hoe raken ze die kwijt, wie léést dat allemaal?

Het antwoord op die laatste vraag is: niemand. Al die klanten, al die bezoekers van lezingen – allemaal schijn, het zijn steeds dezelfde figuranten die kriskras door het land worden gereden. Omdat ik in die boekhandels ook in kantoortjes en opslagruimten kwam (‘Hangt u hier uw jas maar even op’) werd me al snel duidelijk dat het in deze branche al lang niet meer om boeken draait.

Ik mag er verder niet te veel over zeggen, ­omdat ik meteen bij mijn eerste boekhandel­bezoek iets moest ondertekenen (‘De eerste regel van de boekhandel is dat je niet praat over de boekhandel’), maar achter de schermen lag heel andere koopwaar. Flessen gevuld met vloeistoffen in vreemde kleuren, pakketten die coffee­shopgeuren verspreidden, mitrailleurs, handgranaten, pistolen in alle soorten en ­maten.

‘Ja, wat wil je dan dat we doen?!’, schreeuw­de een boekhandelaar die het niet was ontgaan dat ik een verbaasde blik wierp op de twee schappelijk geprijsde luchtdoelraketten op zijn binnenplaats, ‘de laatste lezer is al in 2009 overleden!’ (Die laatste lezer bleek een weduwe uit Veenendaal te zijn, ik heb haar foto in diverse boekhandels zien hangen, ze keek gelaten in de lens.)

­Ergens in de provincie deed een boekhandelaar nog gauw een luik dicht, maar ik had al ­gezien wat zich eronder bevond: een grote ruimte waarin kinderen die al lang geen daglicht meer hadden gezien achter grote, ingewikkelde machines zaten waarvan het doel me niet meteen duidelijk was, maar die een oorverdovend geraas produceerden.

Soms moest ik meerdere boekhandels per dag bezoeken, en dan werd ik van de ene naar de ­andere locatie vervoerd via een ondergronds gangenstelsel dat alle Nederlandse boekhandels met elkaar bleek te verbinden. (Ook dat was nieuw voor me.) Het transport werd verzorgd door golfkarretjes die een verbazingwekkende snelheid wisten te bereiken. Gedurende grote delen van die tochten was ik geblinddoekt maar hier en daar slaagde ik er toch in een glimp op te vangen van helverlichte laboratoria waarin mensen in witte overalls en gasmaskers metertjes aflazen en opslagtanks volgoten, en ook kwam ik langs uitgestrekte plantages waarin hoog oprijzende planten door middel van fel brandende lampen tot groeien werden aangezet. Ik kon niet zo snel zien wat voor planten het waren, maar het leken me geen zonnebloemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden