De eerste keer immunotherapie en een hele dag in het ziekenhuis

Mijn laatste tijd

In een nieuwe column schrijft Chris Oostdam (62), rechter in Assen, wekelijks op woensdag, over haar leven sinds ze terminaal longkankerpatiënt is. Aflevering 5: De eerste kuur.

Chris Oostdam, illustratie Nouchka Huijg Beeld Nouchka Huijg

Na mijn intakegesprek kreeg ik al snel een oproep voor de PET-scan. Met een PET-scan worden de kankercellen in je lichaam door middel van radioactiviteit zichtbaar gemaakt. Ik zie ertegenop, omdat ik licht claustrofobisch ben. Een MRI vind ik een verschrikking. De vriendelijke broeder die bij mij het radioactieve goedje inspuit, stelt me gerust: de buis van de PET-scan is korter en breder, en het maakt niet zo veel lawaai. Hij heeft gelijk: het is goed te doen.

Kort erna krijgen we de uitslag. De PET-scan laat behoorlijke uitzaaiingen zien in heel mijn bovenlijf. In elk geval genoeg om ergens volgende week een biopt te nemen uit een van mijn lymfeklieren om het dna van de kankercellen nader te kunnen bepalen, met het oog op wat ik dan maar even de gerichte therapie zal noemen.

Zelf vond ik vooral het beeld van mijn hart redelijk schokkend: om heel mijn hart zit een dun, lichtgevend laagje, tussen het hart zelf en het hartzakje. Er zit als het ware een jasje van kankercellen om mijn hart. Dat illustreert wel heel duidelijk dat het hart zelf zodanig is aangetast dat je er niet veel mee kunt. Je kunt het kwalijk weghalen, tenslotte.

En, wat ik inmiddels al was gaan vermoeden, mijn gekke hoge stem is niet zozeer het gevolg van het hoesten, maar het resultaat van een van de aangetaste klieren, die een van mijn stembanden dwarszit.

Ik wil natuurlijk weten hoe erg dit beeld nu is. Ik heb immers geen vergelijkingsmateriaal. ‘Op een schaal van 1 tot 10’, zegt de arts, ‘zou ik zeggen: een 5, of een klein 6je.’ Hm, denk ik, middenmoot, dat kan nog alle kanten op.

Op de dag van de uitslag heb ik ook meteen mijn eerste kuur immunotherapie. Ik was de dag ervoor opgebeld: of ik er bezwaar tegen had meteen te beginnen. Natuurlijk niet! De arts wilde niet langer wachten; ik kan het daar alleen maar mee eens zijn. Waarom dan wel eerst wachten op de scan, is mij niet helemaal duidelijk, maar toe maar. Het betekent dat ik zo’n anderhalf uur voor de afspraak bij de arts bloed moet laten prikken, zodat de uitslag daarvan bij haar bekend is voor ons gesprek. Als die uitslag geen bijzonderheden laat zien, geeft de arts groen licht voor het aanmaken van het medicijn. Dat duurt ook weer een tot anderhalf uur. 

Het lijkt wat omslachtig, maar dat is om te voorkomen dat dure medicijnen moeten worden weggegooid omdat het bloedonderzoek een net even andere uitslag laat zien. Vervolgens ga je naar het dagcentrum en daar krijg je het medicijn via een infuus toegediend. Dat duurt ergens tussen een half uur en een uur. Al met al ben je er dus wel bijna een hele dag zoet mee.

We verlaten het ziekenhuis en belanden in de dagelijkse file bij het Julianaplein.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.