Opinie Geerten Boogaard

‘De Eerste Kamer is helemaal niet overbodig, maar een zegen voor de democratie’

Volgens hoogleraar staatsrecht Wim Voermans is de Eerste Kamer nergens voor nodig en zelfs een ondermijning van de democratie. Dat schreef hij in de krant van vrijdag met het oog op de komende verkiezingen voor de Provinciale Staten, waaruit de senaat wordt samengesteld. Zijn artikel roept reacties op van liefhebbers van het tweekamerstelsel, zoals Jesse Opdam in de Brief van de dag van dinsdag. Hieronder de reactie van Geerten Boogaard, docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden.

Leden van de Eerste Kamer stemmen over de verandering van de Wet op de kansspelen. Beeld ANP/Robin van Lonkhuijsen

Met een fijne neus voor regenteske redeneringen ontmantelde Wim Voermans in de krant van vrijdag het bestaansrecht van de Eerste Kamer. Het eerbiedwaardige instituut buitelde in zijn barokke alinea’s van een ‘bedrijfsongeval uit 1815’, via de ‘voorpost van de grote lobbykoepels’, ‘Oxbridge aan het Binnenhof’ en ‘amateur-parlement’ naar het ergste verwijt: ‘een ondemocratische terugfluitkamer’. Bovendien: de grote Thorbecke vond de Eerste Kamer ook al een slecht idee.

Voermans heeft letterlijk geen goed woord over voor de senaat. Maar door alle negatieve kwalificaties wordt ook duidelijk hoe zijn ideale parlement eruit ziet: een verzameling carrièrepolitici zonder opleiding, zonder binding met maatschappelijke organisaties en zonder inbedding in een politieke partij. Met één taak: nooit iets terugfluiten. Een goed geïsoleerde Haagse vierkante kilometer dus, met 150 beëdigde opiniepeilers. Dat is echter een enge opvatting van democratie, een onjuiste interpretatie van artikel 50 van de Grondwet en zeker niet het ideale parlement van Thorbecke.

Stofzuigerverkopers

Vanouds kent het staatsrecht drie soorten volksvertegenwoordiging. De eerste manier is onafhankelijk handelen in het belang van anderen, zoals een ouder zijn kleine kind vertegenwoordigt. De tweede manier is optreden namens en in overleg met een achterban, zoals een advocaat zijn cliënt vertegenwoordigt. De derde manier is handelen namens een opdrachtgever, zoals een stofzuigerverkoper zijn werkgever vertegenwoordigt. Thorbecke bepleitte de eerste vorm van vertegenwoordigen en zag geen reden om dat door twee kamers te laten doen. Er is immers maar één algemeen belang. Voermans bekijkt alles door de bril van de derde vorm van vertegenwoordigen en ziet ook geen bestaansrecht voor de Eerste Kamer. Waarom twee stofzuigerverkopers inhuren als ééntje volstaat? Maar het bestaansrecht van de Eerste Kamer zit vooral in het midden, in de tweede vorm van vertegenwoordigen. In een afvaardiging van mensen zonder veel politieke ambitie en met een carrière buiten Den Haag. Die vanuit hun deskundigheid meekijken met de kwaliteit en de rechtmatigheid van wetgeving.

Natuurlijk doet de Eerste Kamer aan politiek. Voermans suggereert dat hij de senatoren daarop betrapt, maar dat valt reuze mee. De recente Commissie werkwijze van de Eerste Kamer zelf concludeerde al dat hun werk, ondanks de focus op kwaliteit, uiteindelijk politiek van aard is. En dat constateert ook Staatscommissie Remkes. Daar is dus weinig nieuws meer aan. 

Interessanter is het verschil tussen de soorten politiek in de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. Want dat is er wel. In de Tweede Kamer begint het met ideologie en eindigt het met techniek. In de Eerste Kamer gaat dat precies andersom. En daar zit dan ook de toegevoegde waarde van de senaat voor de kwaliteit van wetten. Voermans schrijft dat hij weinig bewijs kon vinden dat de Tweede Kamer steken laat vallen. Maar ook hier is de Staatscommissie Remkes helder: de Tweede Kamer besteedt te weinig aandacht aan de kwaliteit en de uitvoerbaarheid van een wet. Daarvoor verwijst de Staatscommissie naar de Parlementaire Zelfreflectie van nota bene de Tweede Kamer zelf.

Kwaliteit

Bovendien is de Eerste Kamer niet alleen goed voor de kwaliteit van wetgeving. Als plek waar gewone burgers in deeltijd politiek bedrijven, is de senaat ook een zegen voor de democratie. Senatoren zijn namelijk politici die op dinsdag besluiten nemen waarvoor ze op woensdag bij het koffieapparaat meteen ter verantwoording worden geroepen door hun collega’s. Dat is democratie. Voermans diskwalificeert deeltijdpolitiek als een amateurparlement, maar politiek uitbesteden aan professionals is een vorm van bureaucratie.

Uiteraard gaan er ook dingen mis. Vooral de trend om van de verkiezingen voor Provinciale Staten een soort nationale midterm elections te maken, vormt een bedreiging voor de senaat. Maar dit halverwege de periode afblokken van het kabinet is geen ‘grote broek’ die de Eerste Kamer als instituut aantrekt, zoals Voermans schrijft. Het is telkens de keuze van individuele partijen om te gaan oppositievoeren via de senaat door geharde partijsoldaten naar voren te schuiven en de provinciale kiezer steeds rechtstreekser te beloven de boel in Den Haag te gaan opblazen. Bijna alle partijen hebben zich daaraan de afgelopen tien jaar wel eens schuldig gemaakt, maar het is een kortetermijnstrategie. Zeker van partijen die op regeringsverantwoordelijkheid hopen, mag je verwachten dat ze inmiddels beseffen dat de Eerste Kamer niet te veel moet politiseren. Straks valt Klaver in de kuil die hij nu graaft voor Rutte.

Hoe dan ook, misbruik van de verkiezingen is geen reden om het instituut Eerste Kamer af te schaffen. Zeker niet als dat instituut zorgt voor betere wetgeving en meer democratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden