ColumnKoen Haegens

De echte strijd om de kiezer heeft jaren terug al plaatsgevonden

null Beeld

Eigenlijk zijn er twee verkiezingscampagnes gaande. De ene zal de komende weken tot een climax komen. Met politici die het volk voor hun ideeën proberen te winnen in debatten, via advertenties op sociale media, met vrolijke ballonnen en de eeuwige verkiezingsborden.

De andere verkiezingsstrijd voltrekt zich achter de schermen, nagenoeg onzichtbaar voor het publiek. Voor dit gevecht wordt niet gerekend in weken, maar in jaren. Hier gaat het er niet om kiezers eenmalig over te halen. Het doel is kiezers te máken. Zodat jouw partij (zeg: de VVD) vele kabinetten lang een stempel kan drukken op het land. Dat klinkt als een absurd complot. Maar het is iets wat elke partij, bewust of onbewust, doet wanneer zij haar idealen probeert te verwezenlijken.

Neem de woningmarkt. Uit onderzoek blijkt dat huiseigenaren in doorsnee andere politieke voorkeuren hebben dan huurders. Ze gaan vaker naar de stembus. Daar aangekomen vinken ze eerder het vakje van rechtse partijen aan. En wat hebben opeenvolgende, overwegend rechtse regeringen (met af en toe de PvdA erbij) de afgelopen decennia gedaan? Ze stimuleerden het eigen woningbezit, rekten de leennormen op, stelden paal en perk aan de sociale verhuur. Omdat het de zelfredzaamheid zou bevorderen. Utopisch denken op polderniveau: we scheppen een nieuwe mens met behulp van de hypotheekrenteaftrek.

Voordat de boze mails binnenstromen van lezers die erop wijzen dat ze, ondanks dat fijne koophuis, al tientallen jaren SP stemmen: nee, hoe mensen wonen is niet allesbepalend voor je politieke kleur. Net zo min als grote gezinnen automatisch christelijk stemmen, alle beleggers VVD’ers zijn of ambtenaren centrum-links. Mensen hebben tal van verschillende identiteiten op basis waarvan ze een wereldbeeld vormen, en dan nog zijn er idealen die zich nergens wat van aantrekken. Maar het gaat om gemiddelden.

Daarbij treedt een zelfversterkend effect op. De nieuw gecreëerde woningbezitters hechten aan de hypotheekrenteaftrek. Ze maken de partijen groot die dit het felst verdedigen, waardoor er nog meer huiseigenaren bij komen. Meester op dit vlak was Margaret Thatcher. Haar streven naar een land van huizenbezitters, kleine aandeelhouders en ondernemers, in plaats van huurders en fabrieksarbeiders, heeft de Britse politiek definitief veranderd.

De hoofdprijs is de arbeidsmarkt. In Nederland behoort inmiddels een op de drie werkenden tot de flexibele schil. Dat is goedkoop en makkelijk voor werkgevers. Maar voor sommige politici speelde er ook een groter ideaal. Een mensbeeld, door de Franse filosoof Michel Foucault al in 1979 omschreven als ‘de ondernemer van zichzelf, die zelf zijn eigen kapitaal is, zijn eigen producent, zijn eigen bron van inkomsten’.

Deze electorale bevolkingspolitiek stuit nu op haar grenzen. Te veel zzp’ers voelen zich helemaal geen vrije ondernemers. Te veel woningbezitters merkten tijdens de kredietcrisis dat ze gewoon huren – maar dan van de bank. Een nieuw kabinet zal de problemen op de werkvloer en de woonsector moeten aanpakken. Het maakt meteen ook duidelijk waarom dat zo ontzettend moeizaam verloopt: welke politicus gaat nou zijn eigen achterban inkrimpen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden