ColumnErdal Balci

De echte slachtoffers zijn de mensen die werkelijk asiel nodig hebben

De jonge Turk, van wie ik de naam niet weet, gaat na iedere mislukte poging de grens met Griekenland over te steken, graag in op de vragen van de aanwezige journalisten. Naar zijn naam wordt niet gevraagd. Er is namelijk een gemeenschappelijke, stille afspraak over deze jongeman die met regelmaat richting Europa rent. Iedereen weet dat deze jongen uit de vredige Turkse provincie Konya op een dag erin zal slagen Europa te bereiken en dat diens naam daarom niet overal mag opduiken als de naam van de ‘nepvluchteling’.

De naamloze jongen heeft tegenwoordig een popsterrenstatus en zegt in alle microfoons dat hij na president Erdogans oproep aan alle vluchtelingen naar Europa te lopen, een busreis van een dag heeft gemaakt naar de grens met Griekenland. Daar is hij, samen met anderen, de rivier overgestoken om vervolgens door de Griekse politie opgepakt, geslagen en teruggestuurd te worden.

Weer terug op Turks grondgebied heeft hij de wond aan zijn hoofd snel laten behandelen om even later, met tien hechtingen en een ingezwachteld hoofd, weer naar Griekenland te rennen. Na een herhaald scenario in Griekenland beantwoordde de jongen met de onbekende naam weer de vragen van de Turkse pers: ‘Ik belde mijn moeder in Konya. Ze zei dat ik niet moest terugkomen en het nog een keer moest proberen. Ik wil naar Europa omdat mijn broer en ­vader daar ook wonen.’

Wat zijn de namen dan? Voordat ik daarover opheldering geef, nog iets over de provincie Konya waar deze volharder vandaan komt: Konya is van oudsher het broeinest van het islamistisch gedachtengoed. Zelfs toen in de vorige eeuw de politieke islam nog een te verwaarlozen ideologie leek in Turkije (en de voorgangers van Erdogan landelijk zo’n 5 procent van de stemmen haalden), werd in Konya iedere nieuwe islamistische partij de grootste. Derhalve: ik denk de politieke voorkeur van de naamloze vluchteling wel te weten.

Zoals ik ook weet, uitzonderingen daargelaten, dat alle in Nederland wonende mensen afkomstig uit ­Konya op Erdogan stemmen.

De meeste vluchtelingen die dezer dagen op grond van Erdogans oproep bij de grens met de Europese Unie bivakkeren, zijn Afghanen die al jaren in Turkije wonen. Volgens de Griekse overheid is van de overstekers slechts 4 procent Syrisch. Een van de mensen die zogenaamd op de vlucht is geslagen voor het leger van Assad is dus de mediagenieke jongen uit Konya.

Als u denkt dat het avontuur van de honderdduizenden gelukzoekers zoals de Konya-jongen vooral een negatief effect heeft op de Europese verzorgingsstaat en woningmarkt, dan heeft u het mis. De echte slachtoffers van dit fenomeen zijn de mensen die werkelijk asiel nodig hebben. De ongecontroleerde komst van honderdduizenden economische vluchtelingen heeft Europa doen verlammen. In een reflex niet overspoeld te worden door grote aantallen nieuwkomers, werden alle vluchtelingen op een hoop gegooid. De vroegere compassie en zorg voor degene die is gevlucht voor de verschrikkingen van tirannie, is er niet meer.

Ik constateer dit met pijn in het hart omdat ik als kind ben opgegroeid onder asielzoekers. Waar de Nederlandse overheid en ook onze ouders onverschillig waren, hebben Turkse asielzoekers die waren gemarteld in de donkere gevangenissen van de Turkse dictator Kenan Evren en hun heil in Nederland hadden gezocht, in het Utrecht van de jaren tachtig mij en andere nieuwsgierige migrantenkinderen de helpende, ­intellectuele hand geboden.

Nu zijn het dus andere tijden en riskeren velen hun leven voor een beter financieel perspectief in Europa. De praktijk bewijst dat als ze eenmaal hun doel hebben bereikt, hier in Europa de ideologie van mannen als Erdogan blijven aanhangen. Terwijl de politiek onderdrukten en de vrijdenkers in eigen land geen kant op kunnen en het Europese vangnet van ontferming en mededogen er niet meer is, stemmen de in Europa gearriveerde massa’s tijdens verkiezingen in hun landen van herkomst op de meest ondemocratische partijen.

En wat betreft de namen: de asielzoeker die in de jaren tachtig een boekwinkel op de Herenweg opende en mij en andere migrantenkinderen liet kennismaken met literatuur, heet Mustafa. De asielzoeker wiens verhaal afgelopen vrijdag in deze krant stond en die anno 2020 wegens verwaarlozing door de Nederlandse overheid uit wanhoop terugvloog naar het Syrië van Assad, heet Mazen.

Dat zijn de namen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden