column Stephan Sanders

De Duivelsverzen dertig jaar later: onverschilligheid gevraagd

Stephan Sanders

Ik wist dat ayatollah Khomeini op 14 februari 1989 zijn fatwa uitsprak tegen Salman Rushdie. Ik leefde toen ook al en was oud genoeg om me er mateloos over op te winden. Een bezielde woede nam bezit van mij, zeker toen ik zag hoe de ‘blasfemische Duivelsverzen’ in Bradford (Yorkshire) werden verbrand. Moslimmannen van wie ik meende te weten dat ze zich nooit aan een boek hadden vergrepen, behalve dan misschien aan dat Ene.

Maar wat ik me niet realiseerde, en in 1989 ook volmaakt betekenisloos had gevonden, was dat 14 februari geldt als Valentijnsdag, de dag van de geliefden. Patrick van IJzendoorn memoreerde het in deze krant, toen hij met de Britse filmmaker Mobeen Azhar sprak, van wie woensdagavond op BBC2 een documentaire werd uitgezonden: The Satanic Verses: 30 Years On.

Ik kon het resultaat niet zien voordat ik dit stukje schreef, dat komt nog wel, maar aardig te vermelden is dat in Nederland in 1989 Valentijnsdag nauwelijks iets was om bij stil te staan. Dat deden Amerikanen. Jaren en jaren zonder Valentijn gingen voorbij, en dat Khomeini juist de dag van de liefde aangreep om zijn moordoproep te doen, is mij volledig ontgaan. Ik heb me er even in verdiept: pas vanaf midden jaren negentig werd Valentijnsdag in Nederland groots en commercieel onthaald.

Maar waarschijnlijk wist Khomeini heel goed wat hij deed, toen hij die datum uitkoos.

Azhars documentaire over de Rushdie-affaire, nu dertig jaar geleden, laat zien dat het vooral Britse moslims zijn geweest die er bij de Iraanse leiders op aandrongen de schrijver van De duivelsverzen ‘zo hard mogelijk aan te pakken’. Met name ene Kalim Siddiqui, een Brits-Pakistaanse activist en oprichter van The Muslim Parliament, heeft hier zegenrijk werk verricht, door het oor te lenen van een hoge Iraanse minister.

Het zou me niet verbazen als ook het idee voor Valentijnsdag als moment van de fatwa zo tot stand is gekomen. In Iran is het vieren van Valentijn strikt verboden, want het gaat hier om een zekere, christelijke martelaar, die een ‘heidense man’ met een christenvrouw wilde laten trouwen, en daarom in de 3de eeuw na Christus de martelaarsdood stierf.

Het moet Khomeini bekend zijn geweest dat hij die christelijke dag van de liefde veranderde in die van de Iraans-islamitische haat: een interreligieuze fittie, zogezegd.

De documentairemaker Mobeen Azhar was zelf 8 jaar oud toen de fatwa bekend werd. ‘Op de basisschool werd Rushdie gezien als die gemene pestkop.’

Wel een forse straf, om 3 miljoen op het hoofd te zetten van een ‘pestkop’, want dat was het Iraanse prijzengeld voor iedere rechtgeaarde moslim die hem doodde.

Maar Azhar was 8, hij leefde te midden van een Brits-Pakistaans moslimmilieu, waar de vernederingen en frustraties zich opstapelden als pallets op een Schevenings vreugdevuur. Die vernedering moet vooral bestaan hebben uit de onverschilligheid van niet-moslims jegens hun geloof, dat in het land van herkomst een vanzelfsprekendheid was, en hier leidde tot een minderheidservaring. Krenking. Ik herinner me uit de jaren tachtig nauwelijks of geen specifieke gedachten over de islam, anders dan wat schouderophalen. Dat is na de Rushdie-affaire definitief veranderd. Ik weet niet of dat gunstig is.

Mobeen Azhar zocht de boekverbranders in Bradford weer op, na dertig jaar. Azhar: ‘Het waren mannen die voor het eerst in hun leven de straat opgingen.’

De ironie wil dat Rushdie, als progressieve Brit-Pakistaan, zich druk maakte om de sociaal-economische positie en de achterstelling van deze migranten. Maar de rol van religie zag hij over het hoofd.

Sindsdien, constateert Azhar, is een goed deel van de Britse moslimgemeenschap ‘naar binnen gekeerd’.

‘Bij een bepaalde stam horen is nu belangrijk. Ik merk het zelf bijvoorbeeld binnen de homogemeenschap, waar homo zijn steeds meer een soort statement is.’

In 1989 kende ik niet zoveel moslimhomo’s, dus er is iets veranderd, maar Azhar heeft gelijk: marketing heeft het inmiddels gewonnen van het product zelf. Wie zwart is, wie wit, wie gelovig is en wie niet, zal zich ‘duidelijk in de markt zetten’. Innerlijk werd uiterlijk, het gaat nu om de rivaliteit van de stamtekens.

Alleen een redelijke portie onverschilligheid kan ons redden uit deze merkenstrijd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden