De dood verschuilt zich in het peloton

Column van Peter Winnen: 'Niet Sagan, maar Hij won Parijs-Roubaix'

De Dood rijdt altijd mee. Je ziet hem niet, hij verschuilt zich in het peloton. Hij is een linkmiegel, een smeerlap. En dan ineens bedient hij zich van een rugnummer, een naam, een leeftijd. Niet Sagan maar Hij won Parijs-Roubaix.

Beeld Studio V

De jongen was pas 23. Het parket van het Franse Cambrai heeft bekendgemaakt dat een van de komende dagen autopsie zal worden gepleegd op het lichaam van Michael Goolaerts. 'Volgens de eerste elementen lijkt het om hartfalen te gaan, waarna hij is gevallen, en was het niet de val die tot zijn toestand heeft geleid', aldus het parket.

Hartfalen? Het zal de Dood een worst wezen wat de autopsie oplevert. Hij is ongenaakbaar en viert de overwinning in stilte.

Michael Goolaerts van Veranda's Willems - Crelan beklimt de Muur van Geraardsbergen in de Ronde van Vlaanderen, vorige week. Zondag overleed de renner aan de gevolgen van een hartaanval tijdens Parijs-Roubaix. Beeld AFP

Als er een Arbo Wetgeving voor wielrenners bestond zou het hen verboden worden te gaan wielrennen. Voetballen zou ook niet meer lukken, net als turnen en, ik noem waar wat, shorttrack op de schaats waarbij tijdens valpartijen scalpelscherpe ijzers door de lucht zwiepen. Wielrenners springen bepaald niet zachtzinnig met hun hartspier om.

Ik vernam van het overlijden van Michael Goolaerts op maandagochtend en pakte meteen daarop een dichtbundel uit de boekenkast: 'Requiem voor een Wielrenner' van Albert Megens. De bundel die inclusief zeer krachtige lino’s van Ivo van Leeuwen in 2011 door een ambachtelijke Tilburgse uitgeverij werd gepubliceerd, is opgedragen aan jonge hartdoden in het wielrennen. Het waren er veel. Eerlijk gezegd, ik schrok er (opnieuw) van. Een enkeling stierf in het harnas, de meesten in bed wanneer de Dood dekking had van de duisternis. De dichter bezocht kerkhoven en sprak uitgebreid met nabestaanden.

Ondergetekende verzorgde het voorwoord. Ik lees het terug. Het begint met Franco Bitossi. Als tienjarige zag ik een foto van de Italiaan in een speciale wielerbijlage van een toen nog groot Nederlands weekblad. Bitossi, bijgenaamd il cuore mato, het dwaze hart, hangt op zijn fiets tegen een rotswand. Zijn hart is het spoor bijster. Hij moet even pauzeren voordat hij weer tot de orde van de dag kan overgaan: naar de finish fietsen. Bitossi had vaker last dit ongerief.

Verbijstering en bekoring tegelijkertijd in het hoofd van een tienjarig burgerjochie. Welke idioot fietst zich in godsnaam zo goed als dood? Maar ook het verlangen zelf tegen een rotswand te hangen als bewijs van bovenmenselijke moed. Alsof ik toen al in de gaten had dat werkelijk leven elders gezocht moest worden. In het wielrennen bijvoorbeeld.    

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.