Column

De donorwet werd gevierd als overwinning, maar op wat precies?

Column Jonathan van het Reve

Een reddingsvlot. Het eten is op en er is geen land in zicht, dus op deze manier zal iedereen aan boord verhongeren. Dan sterft Dikke Eugène. Hij is, helaas, al lang zo dik niet meer als vroeger, maar het is toch beter dan niks. Je pakt een mes en kruipt naar hem toe, gulzig kokhalzend. Eerst maar een stukje kuit? Plots voel je een slap handje op je schouder. Het is Estelle. Ze kijkt je strak aan, en met haar laatste krachten hijgt ze streng: 'Eugène staat niet geregistreerd als donor.'

D66 kamerlid Pia Dijkstra en fractievoorzitter Alexander Pechtold na aanname van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie in de Tweede Kamer Foto anp

Toen D66 deze week zijn donorwet door de Kamer had geperst, vielen de fractieleden elkaar in de armen. Ze huilden tranen van geluk, het was een heroïsche overwinning - maar een overwinning waaróp dan precies? Op de lakse meute die eigenlijk best donor had willen zijn maar zich nooit registreerde? Op de principiële tegenstanders van deze wet, die vinden dat de overheid niet automatisch over onze warme lijken mag beschikken? Op de dood zelf?

Het is angstaanjagend en principieel verkeerd om iedereen zomaar orgaandonor te maken. Dat de overheid in bepaalde gevallen je geld of je auto mag afpakken is tot daaraan toe, maar je lijf is echt alleen van jou - dat moet zo blijven. Aan de andere kant: je bent dan dus dood. Waarom moeten doden rechten hebben? Het zou absurd zijn om Dikke Eugène heel principieel in zee te smijten met de karbonaadjes er nog aan. Dood is dood, en als je andere levens kunt redden, moet soms juist een principe overboord.

De heiligheid van doden is fascinerend. Beelden van Amerikaanse mariniers die over doodgeschoten tegenstanders heen stonden te plassen, leidden een paar jaar geleden bijvoorbeeld tot veel verontwaardiging. Op zichzelf logisch, het is een walgelijk beeld en streng verboden volgens het krijgsrecht. En toch had het iets geks: vriend noch vijand wond zich op over het feit dat deze mensen überhaupt waren vermoord. Doodschieten prima, dat hadden ze vast verdiend - maar hun lijken vernederen? Dat kan écht niet.

De situatie op het reddingsvlot met Eugène is anders dan op een intensive care. Ten eerste heeft Eugène geen nabestaanden in de buurt, alleen wat lotgenoten. Ten tweede is Eugène echt helemaal dood, terwijl een bruikbare donor nog een tijdje 'levend' wordt gehouden. Dat maakt het heel ellendig. Maar het belangrijkste ethische verschil, denk ik, is de nabijheid van de hulpbehoevenden. Als het kind dat zonder donorhart sterft op dezelfde kamer lag als het hersendode verkeersslachtoffer, zouden arts en nabestaanden ongetwijfeld eerder tot transplantatie beslissen - ook bij twijfel over de wensen van de overledene. Zou dat verkeerd zijn?

Veel mensen zijn principieel tegen deze wet. Prima. Ik ook, aanvankelijk. Maar je kunt toch moeilijk ontkennen dat het een lastige keuze is. Wat je ook besluit, het leidt tot ellende. De emotionele verontwaardiging van sommige tegenstanders - zo erg zelfs dat men zich massaal afmeldt als donor - is net zo misplaatst als de vreugdetranen van D66.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.