Column peter buwalda

De dominee, de loodgieter, er is zelfs een Friese roodbont die voorbij de kont Buwalda blijkt te heten

Kijk, als je een zeldzame achternaam hebt, zoals Jet hier, die Steinz heet, dan komen er eigenlijk nooit mensen naar je toe om, ik verzin maar even wat, te vertellen dat ze een betreurde oom hadden die gebukt ging onder apneu en voor wie ze aan de buitenkant van zijn slaapkamer een kolossaal, op benzine draaiend beademingsapparaat hadden laten installeren door een kerel die ook Steinz heette, en of deze charlatan (de oom werd na een nacht aan diens slang morsdood wakker, geen bezoek, geen bloemen) misschien familie is van jou – eenvoudig omdat er nauwelijks andere Steinzen rondlopen.

Omgekeerd, als je Jansen of De Vries heet, kent iedereen wel iemand die onder jouw naam handelt in giftige beademingsapparatuur, maar ze denken nooit dat je familie bent van een moordenaar.

Buwalda is een ander chapiter. Klinkt uniek en als een bronzen klok met een hoog kopergehalte, eens, dank u – maar ondertussen barst het in de nok van Friesland, waar mijn vader vandaan komt, van de Buwalda’s: de dominee, de loodgieter, er is zelfs Friese roodbont die voorbij de kont Buwalda blijkt te heten. Deze Buwalda’s, mens en dier, zijn inmiddels trekschuitsgewijs of anderszins over de wereld uitgezwermd.

Deze fatale combinatie maakt dat zich dagelijks lui melden met Buwalda’s die mogelijk familie van mij zijn.

‘Sorry’, luidt mijn vaste antwoord, ‘ik ben van de dooie tak.’

Dit keer was het Jets oma, die ons overigens met doodsverachting door de Amsterdamse binnenstad chauffeerde, plankgas de A10 op, naar het Amsterdamse-Bostheater, waar we naar De drie musketiers gingen kijken. Op de hoedenplank van haar bolide lag een boek over het bombardement op Rotterdam, waarover haar vader een forse bibliotheek aanlegde. Bij toeval was ze op een sergeant-majoor J. J. Buwalda gestuit, een gevechtsvlieger over wie een compleet hoofdstuk ging, en nu was haar vraag of ik toevallig…

‘Dooie tak.’

Ooo, nee, stop, ongelukje, probeerde ik uit te leggen, ik bedoelde allerminst mijn schoonoma, dat zou wat worden, zeg, haha, ik kende geen vitalere dame dan zij, en zeker, ik wilde het boek graag lenen, héél graag zelfs, hoe kon ik het goed maken?

Zo dus: mijn strandboek heet Als de dag van gisteren… De Duitse overrompeling en vernietiging van Nederlands eerste havenstad.

Gelukkig is het een pageturner. De schrijver, K. Mallan, die een imposante hoeveelheid informatie en foto’s verzamelde, hanteert de stijl van het jongensboek. Zo blijkt sergeant-majoor Buwalda een held die de vermetele mof de rekening presenteert voor menige bom.

Toch familie, wellicht.

Om het bescheiden te houden bericht ik over Buwalda’s collega J. van der Jagt, die een oenig luchtgevecht uitvocht, als ik mag. Eigenlijk niet, hè. ‘Gedurfd, maar fataal!’ Aldus Mallan, wat al beter klinkt.

Toch, wat ik lees is dat Van der Jagt achter een squadron bommenwerpers aanvloog, geschrokken zijn mitrailleur leegschoot – te vroeg, waarna de moffen zich in alle windrichtingen wegscheerden.

Dan maar één tegen één! Van der Jagt ging vlak boven de vijand hangen, om hem langzaam de Nieuwe Waterweg in te drukken. Helaas zag Van der Jagt ‘totaal over het hoofd’ dat de moffenkist een boordkanon op z’n rug had!

 ‘En deze laatste nu werd de onversaagbare Nederlander noodlottig. De Duitse schutter had aan de pal boven hem vliegende Van der Jagt wel een erg makkelijk doelwit…’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden