OpinieGeschiedenis

De discussie over Piet Hein gaat voorbij aan de doorlopende patronen van koloniaal geweld

De symbooldiscussie over Piet Hein gaat voorbij aan de doorlopende patronen van koloniaal geweld in de Nederlandse geschiedenis, betoogt historicus Matthias van Rossum.

VOC-vesting 'Fort Belgica' op het Indonesische eiland Banda Neira.Beeld Getty

Het is opvallend hoe weinig we leren van de nationale discussies over standbeelden en ‘helden’. Nederlandse debatten verworden tot symbooldiscussie tussen voor- en tegenstanders. Zo is Piet Hein verketterd om zijn veroveringen (‘hij was fout!’) of geprezen voor medelijden met indiaanse tot slaaf gemaakten in Mexicaanse mijnen (zie je wel, hij was goed!). De middenweg wordt daarmee dat historische figuren een beetje goed waren, en een beetje fout. En zo maakt premier Mark Rutte van Jan Pieterszoon Coen plots een ‘visionair bestuurder’, die echter ook ‘strafexpedities’ had uitgevoerd met ‘duizenden doden’ tot gevolg.

Deze omgang met het verleden is problematisch. Het leidt tot een oppervlakkig denken over het verleden waarin alleen nog oog is voor ‘positieve’ en ‘negatieve’ elementen. Die worden vervolgens naast of tegenover elkaar geplaatst, maar niet met elkaar in verband gebracht. Daardoor leren we geschiedenis niet beter te begrijpen. Want in het licht van nieuwe inzichten of kritiek wordt het beeld van het verleden niet bijgesteld, maar ontstaat een dynamiek waarin deze inzichten en kritiekpunten direct betwist worden, of hooguit toegevoegd aan het bestaande beeld. Oudere clichés blijven in stand, en worden niet opnieuw doordacht of onderzocht.

En zo is het mogelijk dat sommige historici kritische bevragingen van het koloniale verleden via standbeelden afdoen door te stellen dat ‘die beelden’ van Hein en Coen meer zeggen ‘over ons calimerocomplex van de 19de eeuw dan de vermeende misdaden van de 17de’. Maar is dat wel zo? En wat kunnen we via deze vroegere nationale iconen eigenlijk leren over dit Nederlandse verleden?

Genocide

Alleen door dit verleden te bevragen en te analyseren komen we voorbij een benadering waarin geschiedenis slechts een normatieve afweging is van plussen en minnen. En dat is hard nodig. Zo zien we bijvoorbeeld dat de genocide op de Banda-eilanden in 1621 juist voortkwam uit de visie van Jan Pieterszoon Coen en hardliners uit de regentenstand dat de VOC haar macht moest vestigen met agressieve veroveringen, kolonisatie en slavernij. Het geweld op Banda en vroege verkenningen van de slavenhandelsmogelijkheden in Madagascar, India en Bali hoorden daar bij.

Stellen we zulke vragen niet, dan blijft de discussie oppervlakkig. Zo past Piet Hein beter in het tijdsbeeld van Coen dan je zou denken. Hij werkte bijvoorbeeld al tussen 1607 en 1612 als bootsman en schipper voor de VOC. De veroveringsvloot van Pieter Willemszoon Verhoeff waarmee Hein vertrok, moest de Portugese vestigingen in Goa en Mozambique aanvallen. Mozambique was niet toevallig ook van belang voor de Aziatische slavenhandel, zoals de Nederlanders al wisten sinds de publicatie van Itinerario (1596) van Jan Huygen van Linschoten.

Kort daarna was Piet Hein betrokken bij de gewelddadige verovering van het specerijeneiland Banda Neira (1609). In de Banda-archipel voerde hij daarna meerdere militaire expedities uit, die door collega-historici eufemistisch ‘landingsdivisies’ zijn genoemd. We zien in zijn VOC-diensttijd zo een voorgeschiedenis van de Nederlandse betrokkenheid bij het Aziatische slavernijverleden.

Suikerindustrie

Net als veel andere VOC-dienaren ging Piet Hein later in dienst van de WIC. In 1624 leidde hij de verovering van Salvador de Bahia in Brazilië en de aanval op Luanda in West-Afrika. Ook hier was de keuze niet toevallig: Bahia was het centrum van de koloniale en op slavenarbeid berustende suikerindustrie, terwijl Luanda een van de grootste slavenhandelsplaatsen was. Jaarlijks werden daar ruim vijfduizend tot slaaf gemaakten weggevoerd.

De WIC wilde dit Atlantische slavernijsysteem van de Portugezen niet alleen ontregelen, maar het liefst overnemen. En dat gebeurde. Met de Zilvervloot van Piet Hein werd meteen een grote invasiemacht gefinancierd die het fundament legde voor een langdurige bezetting van Braziliaanse suikerkoloniën.

De verovering van de Zilvervloot kan dus niet losgezien worden van de agressieve en op slavernij gerichte koloniseringspolitiek die door de VOC en WIC in de vroege 17de eeuw werd uitgedragen. En het was de grootse en politiek gemotiveerde verering die Piet Hein direct al ten deel viel waardoor hij zijn plaats kreeg als ‘zeeheld’. Dat we hem ons herinneren heeft dus alles te maken met de vroege Nederlandse koloniale geweldspolitiek. Discussies over standbeelden lossen dat niet op, maar wijzen wel op het belang om de fundamentele en doorlopende patronen van koloniaal geweld en verovering in de Nederlandse geschiedenis beter te begrijpen.

Matthias van Rossum is senior onderzoeker bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden