ESSAYAutoritarisme

De democratische rechtsstaat is kwetsbaar, altijd en overal

Beeld Lisa Haney

Geen democratie is immuun voor ‘de autoritaire verleiding’, ziet Olaf Tempelman. Altijd zullen er als Trump zijn die de rechtsstaat naar hun hand proberen te zetten.

Donald J. Trump is tegenwoordig bekender als politicus dan als auteur, maar Trump-titels als The Art of the Deal en Surviving at the Top behoorden tot de eerste ‘kapitalistische’ boeken die na de val van het communisme in Oost-Europese boekenkiosken lagen. Dat was te danken aan de toenmalige Trump-echtgenote Ivana Zelnickova, die in het oude Tsjecho-Slowakije is geboren.

De föhnkoning stond doorgaans assertief en gesticulerend op zijn Tsjechische, Poolse en Roemeense boekcovers. Ik verlang nog wel eens terug naar de onbezorgdheid van mijn jonge zelf bij die aanblik: ‘Ach, zo’n rijke Amerikaanse proleet, gelukkig zijn de landen waar dat soort mensen zelfhulpboeken schrijven, hier in Oost-Europa schrijven ze wetten.’

In mijn wereldbeeld van toen had alles te maken met politieke systemen. In dat wereldbeeld nam de democratische rechtsstaat zijn inwoners tegen de Trumpachtigen van deze wereld in bescherming. In voormalig communistisch Europa was van zulke bescherming geen sprake: inwoners waren overgeleverd aan een categorie die ik in stukken aanduidde als ‘schurkenpolitici’ – het was in de landen waarover ik schreef soms lastig te zien waar de politiek ophield en de criminaliteit begon.

Gelukkig zijn de landen waar Trumpachtigen niet aan de knoppen zitten maar advies geven in boekvorm, wist ik. In 2008, het jaar dat ik terugkeerde naar Nederland, verscheen een zelfhulpboek van ‘succesdokter’ Trump in onze taal, Denk groot. Ik schreef in de Volkskrant een ironische recensie: ‘Spreekuur bij dokter Trump’. Als iemand met een glazen bol mij destijds had gezegd: ‘Binnenkort zal die succesdokter laten zien dat democratische instituten kwetsbaarder zijn dan jij denkt’, had ik gerepliceerd: ‘Ik heb vertrouwen in het politieke systeem van de Verenigde Staten.’

Ik had nooit gedacht dat Trump gekozen kon worden. Toen dat gebeurde, geloofde ik dat hij in laatste instantie weinig zou kunnen uitrichten, omdat hij ‘gevangen’ zou blijven zitten in een democratie. In 2016 schreef ik dat Trump de VS niet zo snel zou kunnen opschonen als zijn golfresorts.’ Acteur en cabaretier Erik van Muiswinkel reageerde met een tweet: ‘Ik las graag in deel 2 over de kracht van de [Amerikaanse] democratie: is die berekend op een écht incapabele megalomaan?’

Dat bleek een meer dan terechte vraag. In 2020 ben ik van het antwoord niet meer zo zeker. Het presidentschap van Trump is een vier jaar lange test geweest van de weerbaarheid van democratische instituten. Als je een optimistisch perspectief hanteert, kun je zeggen dat de uitkomst ongewis is. 

Trumps Justitieminister William Barr maakte het gelovigen in de degelijkheid van die instituten de laatste anderhalf jaar wel moeilijk. Ik stond versteld van de bereidheid van Barr voor zijn broodheer aan de poten van de rechtsstaat te zagen, middels het ontslaan van onwelgevallige aanklagers, het verlagen van de gevangenisstraf voor een reeds veroordeelde fixer van Trump, het dreigen met ‘juridische stappen’ tegen Democratische gouverneurs vanwege hun coronamaatregelen, het verdraaien van conclusies van het Mueller-rapport over Russische inmenging, en meer. Het tempo waarin het ministerie van Justitie een verlengstuk werd van de macht van de president was verbluffend. Het was alsof een hacker liet zien dat een systeem minder degelijk is dan de beheerders ervan dachten.

Aan het zelfcorrigerend vermogen van dit systeem – als politici abominabele dingen doen, worden ze bij de eerstvolgende verkiezingen weggestemd – ben ik ook gaan twijfelen. Trump kreeg op 3 november 47,3 procent van de stemmen. Voordat corona begin dit jaar de VS bereikte, deed hij het uitstekend in de peilingen. Als dingen iets anders waren gelopen, was het muntstuk op 3 november de andere kant op gevallen. Mijn wereldbeeld is door dat presidentschap van Trump fatalistischer geworden. Ik denk nu: een ongeluk zit in een klein hoekje, overal en altijd.

Klassieke 19de-eeuwse marxisten geloofden dat de geschiedenis aan wetenschappelijke wetten gehoorzaamde: historische fasen volgen elkaar op logische en voorspelbare wijze op. Verrassend weinig mensen die dat tegenwoordig géén zonderling idee vinden. Echter, het geloof in de logica van een politiek systeem, het idee dat bepaalde dingen in het ene systeem wel kunnen gebeuren en in het andere niet, is eraan verwant. 

In dat geloof doen individuele persoonlijkheden er in laatste instantie niet zoveel toe. Politici zijn aan de regels van een systeem onderhevig. Machtsmisbruik komt nooit uit de lucht vallen – alle vormen van machtsmisbruik zijn uiteindelijk te herleiden tot weeffouten in een ontwerp van een stelsel. Zonder voldoende institutionele hindermacht heb je overal en altijd mensen die autoritaire neigingen tentoonspreiden.

Wijlen arabist Hans Jansen verklaarde vaak dat de categorie mensen die hij in het Midden-Oosten de top zag bereiken, in West-Europa in de gevangenis had gezeten. In de jaren negentig van de vorige eeuw legde historicus Maarten van Rossem een keer op tv uit waarom pogingen van makelaar Harry Mens – latere bijnaam: ‘de Nederlandse Trump’ – politiek door te breken in Nederland tot mislukken waren gedoemd: ons systeem heeft zijn filters, ‘zo’n man komt er bij ons niet door’.

Een paar jaar later, in het kielzog van de Fortuyn-revolte, verschenen op het Binnenhof wel ‘Harry Mensachtige’ politici à la Herman Heinsbroek. Politieke systemen zijn geenszins tijdloze entiteiten, weten ook degenen die geloven in de logica ervan. Geen systeem is immuun voor een verandering in een politieke cultuur. Een bepaald discours of gedrag dat ooit taboe was, kan geleidelijk gangbaar worden, of snel, door een samenloop van omstandigheden. Als de instituten dan niet robuust zijn, kan een systeem beschadigd raken. 

Er zijn veel boeken geschreven waarin de opkomst van Hitler wordt verklaard uit het gebrek aan robuustheid van de Duitse Weimarrepubliek, die bevatte zo veel weeffouten dat die welbeschouwd vanaf het begin gedoemd was. Er zijn óók boeken waarin wordt betoogd dat die Weimarrepubliek helemaal niet zo’n mislukking was, dat het zomaar anders had kunnen gaan, dat de geschiedenis zich onaangenaam vaak gedraagt als een rollend muntstuk, dat die Weimarrepubliek simpelweg ‘verongelukte’.

De opkomst van Trump is veelvuldig verklaard uit veranderingen in de Amerikaanse politieke cultuur sinds het Reagantijdperk en de opkomst van groeperingen in zowel de Republikeinse als de Democratische Partij die zich afkeerden van het politieke midden. Geleidelijk aan ontstond een klimaat dat ‘een Trump’ mogelijk maakte, het was wachten op het moment dat ‘een Trump’ zijn slag zou slaan. 

Het behoeft geen twijfel dat veranderingen in de Amerikaanse politieke cultuur een rol hebben gespeeld in Trumps opkomst. Niets komt ooit helemaal uit de lucht vallen. Toch vind ik die these dat Trump en zijn aanval op de democratische rechtsstaat er al jaren aan zaten te komen, onbevredigd.

In de jaren dat ‘een Trump’ eraan zat te komen, zagen verrassend weinigen autoritarisme aan de horizon opdoemen. Velen constateerden de afgelopen decennia dat de sociale ongelijkheid in de VS excessief toenam, dat de verhouding tussen de Democratische en de Republikeinse Partij verslechterde, dat sprake was van polarisatie en afbrokkelend ‘maatschappelijk cement’. Desondanks lag het niet voor de hand dat dergelijke problemen zo snel zouden resulteren in pogingen de democratie te ontmantelen in het land dat wereldwijd van dit systeem het boegbeeld was.

De Republikeinse presidentskandidaten die in 2008 en 2012 van Obama verloren, respectievelijk McCain en Romney, hadden weinig met Trump gemeen. Trump was in 2016 ook in Republikeinse kringen nog controversieel. Hij lag slecht bij een groot deel van het partijestablishment. Zelfs veel van zijn aanhangers geloofden niet dat hij zou kunnen winnen. In zijn geruchtmakende boek Fire and Fury stelt Michael Wolff dat Trump daar zelf ook geenszins van uitging. 

Toen hij eenmaal hád gewonnen, werd alom voorspeld dat de soep niet zo heet zou worden gegeten als Trump hem wilde opdienen, dat hij zich zou voegen naar de mores van het systeem en zich zou ontwikkelen tot president van alle Amerikanen. Toenmalig columnist en huidig Forum-Europarlementariër Derk Jan Eppink schreef eind 2016 in de Volkskrant‘Trump toont zich beschaafd en genereus.’ Niet iedereen zag wat Eppink zag. Veel commentatoren stelden dat Trump zijn doorbraak juist dankte aan het feit dat hij niet tot beschaafd en genereus gedrag in staat is. Ik geloofde in 2016 dat de instituten van de VS de inwoners tegen onbeschaafd en ongenereus gedrag van Trump zouden beschermen.

Een minder groot vertrouwen in die instituten had de Russisch-Amerikaanse journalist Masha Gessen. Zij voerde jarenlang met gevaar voor eigen leven strijd tegen het Poetinregime en week in 2013 noodgedwongen uit naar New York. In 2016 stelde zij: reken niet op de instituten.

Van de hand van Gessen is het boek Surviving AutocracyIn een interview met Volkskrant-correspondent Michael Persson zei Gessen over de democratische rechtsstaat: ‘Een systeem dat van normen en gebruiken aan elkaar hangt, is makkelijk te breken door mensen die zich sowieso nooit aan afspraken houden.’ Hoogleraar rechtspleging Marc de Werd schreef in de Volkskrant: ‘Rechters zijn veel kwetsbaarder dan de term ‘derde staatsmacht’ suggereert.’ Politici die rechters liever kwijt dan rijk zijn ‘zullen de hindermacht die rechters in een rechtsstaat soms moeten zijn, altijd framen als een ondemocratisch gevaar’.

Als een systeem eenmaal ‘kwetsbaar’ blijkt, sta je versteld van het tempo waarin het kan worden afgebroken, de hoeveelheid mensen die eraan meewerkt en de hoeveelheid mensen die het lijdzaam over zich heen laat komen, stelt Gessen in haar boek. Dat Trump in een paar jaar tijd het Justitieministerie naar zijn hand zou kunnen zetten, was desondanks ook voor haar een verrassing. Ook onverwacht was ‘de snelle collaboratie van de Republikeinse partij’. Gessen: ‘Je gelooft toch dat mensen voor het juiste kiezen, in plaats van voor opportunisme.’

Wie in 2016 had voorspeld dat toonaangevende Republikeinse politici zich na de verkiezingen van 2020 zouden uitlaten als acolieten van een dictator van een bananenrepubliek, was door weinigen geloofd. Toch suggereerden diverse Republikeinse kopstukken de afgelopen maand verkiezingsfraudes waarvoor elk bewijs ontbrak, verkondigden ze complottheorieën waarvoor ze zelf nog niet zo lang geleden het adjectief ‘absurd’ hadden gebruikt en bleken ze bereid met Trump mee te denken over manieren om democratische instituten te omzeilen. Wie weet deden ze dat niet alleen om Trump te plezieren, maar voerden ze ook campagne voor de twee nog te vergeven Senaatszetels in Georgia. Blijft het feit dat dergelijke uitlatingen vóór Trump taboe waren, hoe groot de animositeit tussen Democraten en Republikeinen ook toen al was.

Geen democratie die immuun is voor ‘de autoritaire verleiding’, kun je beweren, en soms kan het snel gaan. De Oost-Europese EU-lidstaten waar de hindermacht van democratische instituties de afgelopen jaren het snelst is afgebroken, Polen en Hongarije, waren precies de landen die zich na 1989 het snelst tot functionerende democratische rechtsstaten ontwikkelden. 

In voortgangsrapporten van Europese Unie uit de late jaren negentig, werd die ontwikkeling onomkeerbaar geacht. Dat was, achteraf gezien, te optimistisch. Geen enkele democratische rechtsstaat is ooit een gegeven, kun je concluderen. Om de kwetsbaarheid van het systeem aan te tonen, waren slechts politici nodig die het spel smeriger speelden dan tegenstanders en institutionele hindermachten, door die tegenstanders en die hindermachten af te schilderen als vijanden van ‘het volk’, en zichzelf neer te zetten als de enige waarachtige behartigers van de belangen van ‘het volk’.

De Tilburgse hoogleraar privaatrecht Reinout Wibier waarschuwde in 2019 in de Volkskrant voor de consequenties van een discours waarin politici tegenstanders niet neerzetten als andersdenkenden maar als volksvijanden: ‘Het temmen van de natuurlijke neiging om de ander als de vijand te zien, is de kurk waarop onze beschaving drijft.’

Als degene die in het Witte Huis belandt die neiging niet temt, kan ook de belangrijkste democratie van de wereld in korte tijd flink wat schade oplopen, is de les van het presidentschap van Donald J. Trump.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden