Opinie

De decentralisatie van de jeugdzorg is mislukt, daarom hopen wij vurig op een terugkeer van een landelijke regeling

Als senator en wethouder zeiden wij ja tegen de decentralisatie van de jeugdzorg naar gemeenten. Nu de decentralisatie is mislukt, moet deze worden teruggedraaid, betogen Marleen Barth en Nicole Teeuwen.

Manager Babette Aboni van Bijzonder Jeugdwerk in Deurne praat met jongeren. Beeld Hollandse Hoogte
Manager Babette Aboni van Bijzonder Jeugdwerk in Deurne praat met jongeren.Beeld Hollandse Hoogte

Het conflict tussen het Rijk en gemeenten over de kosten van de jeugdzorg is zo hoog opgelopen dat er een bemiddelaar moet komen om het op te lossen. Liefst 1,7 miljard euro komen gemeenten tekort.Nu er hopelijk snel onderhandeld kan worden over een nieuw regeerakkoord, willen wij een andere oplossing suggereren: breng de gespecialiseerde jeugdzorg, zoals de zorg voor kinderen die thuis onveilig zijn en de jeugd-ggz, terug bij het Rijk of de zorgverzekeraars. Na zes jaren van oplopende problemen is volgens ons de onontkoombare conclusie dat de decentralisatie van de gespecialiseerde jeugdzorg is mislukt.

We zeggen het zonder vreugde. Als senator en wethouder hebben wij de overdracht naar gemeenten van 2015 gesteund, net als een ruime meerderheid in het parlement. Wij waren er toen van overtuigd dat dit verantwoord was vanwege de mogelijke voordelen: betere samenwerking tussen zorgaanbieders, onderwijs en welzijn; meer zorg in de buurt van en voor kinderen; meer mogelijkheden om de inzet van gespecialiseerde zorg te voorkomen. In de praktijk is hierop zeker vooruitgang geboekt. Er zijn bijvoorbeeld mooie initiatieven van de grond getild tussen het onderwijs en lichte zorg zoals maatschappelijk werk.

Deze positieve ontwikkelingen staan echter in de schaduw van wat misgaat. De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd noemt de situatie in de jeugd-ggz ‘ernstig’. Wachtlijsten en wachttijden blijven maar toenemen, soms tot een jaar.

Met de decentralisatie kwam de marktwerking van gemeentelijke aanbestedingen. Deze verlopen opvallend vaak ten koste van traditionele aanbieders van gespecialiseerde zorg. De zorg die zij leveren is vaak duur, want de aandoeningen of problemen die zij behandelen zijn zeldzaam: kinderen met een levensbedreigende eetstoornis, kinderen die ernstig worden mishandeld of een psychose krijgen.

Solidariteit

Bij een landelijke regeling kunnen de risico’s van gespecialiseerde behandelingen worden afgedekt in onderlinge solidariteit, zoals ook gebeurt met zorgverzekeringen en langdurige zorg. Gemeenten hebben die mogelijkheid amper. Hun ruimte om de jeugdzorg te bekostigen door lokale belastingen te verhogen of elders te bezuinigen, raakt uitgeput.

Daarom verzinnen gemeenten andere oplossingen om geld te besparen. Ambtenaren gaan zich bemoeien met de afweging of een behandeling van een jongen met een depressie nodig is, of dat een meisje met autisme wel echt zal opknappen van die dure zorg. De meeste Nederlanders zouden het onbestaanbaar vinden als een gemeente vraagtekens zou zetten bij de behandeling van kinderen met leukemie of spierdystrofie; voor de zorgverleners van hun leeftijdsgenootjes met een ernstige psychische aandoening is dit het nieuwe normaal.

Er zijn gemeenten die weigeren te betalen voor de overhead van gespecialiseerde jeugdzorg, alsof een boekhouding, personeelsbeleid en reiskosten overbodig zijn. Soms moeten kinderen naar de andere kant van het land voor hun zorg, omdat daar een aanbieder blijkt te zitten die de zorg net goedkoper kan leveren.

Bureaucratie

Ook de bureaucratie is sinds de decentralisatie enorm toegenomen. Zorgverleners worden geconfronteerd met eisen die per gemeenten en wethouder wijzigen. Een aantal Noord-Hollandse wethouders overweegt zelfs het voor zorgverleners zeer belastende tijdschrijven.

Een beschaafd land heeft altijd voldoende geld voor kinderen in de knel, en een nieuw kabinet zal over de brug moeten met extra geld. Maar dat zal doeltreffender en doelmatiger worden gebruikt als er slechts een kader voor inkoop en kwaliteit van jeugdzorg zou bestaan. Wij hopen daarom van harte dat de partijen die gaan onderhandelen voor een nieuw kabinet, besluiten de jeugdzorg terug te brengen naar een landelijke regeling. Alle betrokken kinderen, hun ouders en zorgverleners zullen opgelucht en blij zijn, en de meeste wethouders stiekem ook.

Marleen Barth werkt als toezichthouder en was Eerste Kamerlid voor de PvdA.

Nicole Teeuwen werkt als bestuurder en toezichthouder en was wethouder in Houten van de PvdA. Zij is medeauteur van Blijven wij een fatsoenlijk land? over de decentralisatie van jeugdzorg en WMO.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden