Sander DonkersIn 150 woorden

De dag waarop Tante Jo besefte dat ze voor het laatst in de trein terug naar Rotterdam zat

Als wij Zuiderlingen waren geweest, dan hadden we mijn dierbare Tante Jo zaliger een luie stoel in de huiskamer gegeven, toen ze te broos werd om ons huis te boenen en te zemen, zoals zij sinds mijn geboorte achttien jaar lang elk weekend was komen doen. Daar zou ze dan zitten tot ze haar laatste adem uitblies. Maar we waren geen Zuiderlingen, zijzelf nog wel het minst. Nuttig zijn – daarin vond zij bestaansrecht, en zonder ging het niet.

Ik begon ’s nachts uit te gaan en wilde zaterdags niet meer met haar wandelen in de duinen. Mijn moeder spendeerde veel weekends in een huisje in Friesland. Zo kwam er een einde aan de vanzelfsprekendheid van Tante Jo’s wekelijkse komst. Ik herinner me niet dat er ooit over gesproken is, maar er moet een moment zijn geweest waarop zij besefte dat ze voor het laatst in de trein terug naar Rotterdam zat. Aan dat moment denk ik niet graag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden